John Martyn – Solid Air (1973) 

John Martyn - Solid AirMet Solid Air wist John Martyn een album te maken dat toegankelijk was, maar tegelijkertijd verschillende stijlen combineerde tot een totaal uniek geluid. Martyn was één van de originele singer-songwriters van de folk boom, die plaatsvond in de jaren zestig in Londen. Hij deed ervaring op in het live circuit in heel Engeland en groeide, maar op een heel andere manier dan zijn vriend Nick Drake. Die maakte vooral albums en trad alleen op als hij, bijna letterlijk, het podium opgeduwd werd. Onder andere een keer in het voorprogramma van John en zijn vrouw Beverley Martyn. Drake was kind aan huis bij de Martyns. En als ik schrijf ‘zat’ bedoel ik ook dat hij zat, meer deed hij niet. Liefst in een hoekje van de kamer, soms dagenlang geen woord zeggend, tot hij ineens weer verdwenen was. Het titelnummer Solid Air is aan Drake opgedragen, die kwam te overlijden twee jaar nadat de plaat was opgenomen. Solid air aan elkaar is: Solitaire, het spel dat wij in Nederland kennen als patience. Een kaartspel waarbij je niemand anders nodig hebt, behalve jezelf. Verder kan het betekenen: Een edelsteen, die alleen gezet is, bijvoorbeeld op een ring, of:  Een eenling. Allemaal zeer toepasselijke beschrijvingen, maar ook de tegenstelling tussen ‘solid’ en ‘air’ is mooi gevonden.

Solid Air is meteen het eerste nummer op de plaat. Het begint met de op en neer gaande beweging op de contrabas van Martyn’s vaste tourmaatje Danny Thompson. Ook de vibrafoon hoor je vrijwel meteen, die wordt bespeeld door Tristam Fry. Het zorgt voor een soort dromerige, jazzy sfeer. Martyn komt erbij met zijn typische stemgeluid en uitspraak die vaak zorgt voor moeilijk verstaanbare teksten. In de documentaire John Martyn: Johnny Too Bad (1994) zien we bijvoorbeeld dat iemand ‘solid air’ verstaat als ‘sausages’, wat toch net een andere betekenis heeft. Deze uitspraak en de zeer vloeiende intonatie, bijna als het geluid van een saxofoon, zorgen er wel voor dat Martyn zijn stem nog meer gebruikt als een instrument. Het geeft een extra dimensie aan de songs. De akoestische gitaar is ook aanwezig in dit nummer, maar treedt niet constant op de voorgrond. De tekst gaat over iemand die in zichzelf gekeerd lijkt te zijn. Het is volgens de verteller moeilijk om te zien wat er in een persoon omgaat; Ik heb al beschreven over wie het hier gaat. Maar daarnaast is het een universele betuiging van liefde aan vrienden: ‘I know you, I love you, and I can be your friend I can follow you anywhere. Even through solid air.’ Het arrangement is dat van een jazznummer en de saxofoon, bespeeld door Tony Coe, past daar perfect bij. De instrumenten strijden niet om de hoofdrol, ze vormen één geheel dat ontspannen is, maar wel met een onheilspellende ondertoon. Een stilistische breuk vormt dit met het volgende nummer Over The Hill. Hij gaat hierop terug naar waar hij muzikaal geboren werd: de folk. Ook de instrumenten zijn bekend uit menig folkliedje: een akoestische gitaar, een mandoline en een viool. Er speelt ook een autoharp, die na een seconde of tien erbij komt. De tekst gaat over huiswaarts keren, over de heuvel waar ‘thuis’ is. Dit is autobiografisch, Martyn heeft zeer veel getoerd in de periode voor en na het uitkomen van Solid Air. Zijn vrouw, die zelf een begenadigde folk-artieste was, bleef dan thuis bij de kinderen. Martyn was niet altijd een voorbeeldige echtgenoot tijdens zijn tours en hij benoemt in de tekst het gebruik van cocaïne en marihuana. Bovendien is het lied gericht aan iemand die hij in schande achterlaat om terug te keren naar zijn vrouw en kinderen. Wie die iemand precies is, dat is aan de luisteraar om in te vullen.

Rabbit Bundrick speelt de elektrische piano op het mooie Don’t Want To Know. Hij speelt met een tremolo over het geluid, een soort snel op en neer gaan van het volume, met een instelbare tijd en diepte van de ‘golf’ in het volume. Dit geeft een effectieve spookachtige stuwing aan het nummer mee. Het duurt echter nog tot na de eerste twee coupletten, voordat Rabbit, zoals hij genoemd werd, alleen in de spotlight komt. Een break met alleen getik van de drummer, gaat vooraf aan een mooi ingehouden minisolo. Dit nummer is in zijn verhouding tussen tekst en muziek, bijna het omgekeerde van Over The Hill. Hier is het namelijk de muziek die wel onheilspellend en donker is, terwijl de tekst best optimistisch is. Bijna hippieachtig met hier en daar een tikkeltje psychedelica. ‘I don’t wanna know about evil, only want to know about love,’ dit wordt tien keer gezongen in het nummer, maar ook: ‘I’m waiting for the planes to tumble, waiting for the towns to fall. I’m waiting for the cities to crumble, waiting till the sea a grow.’ Voor het ritme wordt hier naar de ritmesectie gegrepen, die bijna standaard was bij het label waar John Martyn bij was indertijd; Island Records. Als er een singer-songwriter ondersteund moest worden, kon je er bijna donder op zeggen dat Fairport Convention-leden Dave Mattacks (drums) en Dave Pegg (bas) werden opgetrommeld. Die kun je dus ook kennen van Nick Drake. In I’d Rather Be The Devil laat Martyn horen dat hij jarenlang muzikale ervaring had opgedaan. Ervaring met de blues; Dit nummer is gebaseerd op Skip James’ klassieker Devil Got My Woman. Maar ook ervaring met zijn instrumenten. De Echoplex was naast de gitaar een instrument dat hij veel live gebruikte en ook op I’d Rather Be The Devil. In feite is de Echoplex een soort bandrecorder die je gitaargeluid opneemt en na een instelbare tijd weer afspeelt. Veel mensen gebruikten het apparaat om de vroege rock & roll  echogeluiden van Sam Philips en zijn Sun Studio na te bootsen. John Martyn gebruikte echter de functie die bij de derde generatie van het apparaat erbij kwam: ‘Sound-on-sound’ opnemen. Je kunt dan een stukje (live) opnemen dat steeds herhaald wordt en waar je dan weer een nieuw stukje ‘bovenop’ kunt opnemen. Bijna eindeloos, zolang de samples niet langer zijn dan twee minuten. Bij I’d Rather Be The Devil, hoor je de Echoplex die vanaf het begin het ritmestukje van de gitaar constant herhaalt tot ongeveer 2 minuut 25. Dat is eigenlijk het basisritme en hier kan de ritmesectie, bestaande uit bas, drums en conga’s, zijn accenten overheen plaatsen. Martyn zingt vier coupletten, die tekstueel grotendeels hetzelfde zijn als ‘het origineel’. Na een korte solo met fuzz over het gitaargeluid, volgt een soort jazz improvisatie, waarbij Martyn veelvuldig de echofunctie van de Echoplex gebruikt. Het vaste ritme dat tijdens de coupletten aanwezig was, is dan verdwenen en de muziek is volledig instrumentaal. Met de strijkers die erbij is het een soort trip die je maakt door de muziek, waar ook de langste speeltijd van het album mede verantwoordelijk voor is.  

Het sfeertje van I’d Rather Be The Devil wordt even voortgezet in het intro van Go Down Easy, maar er komt weer een langzaam vast ritme in, als Martyn het eerste couplet inzet. Dit ritme verdwijnt wederom aan het einde van het nummer, maar eerst zet hij een beeld neer van twee geliefden die elkaar verleiden. Het is een lichtzinnige tekst, maar met veel emotie gezongen in een hoog register, beginnend met; ‘You curl around, like a fern in the spring’. Fern betekent de varen (plant). De mooie akoestische gitaarpartij wordt in volume en timing gevolgd door de contrabas, waardoor het losse golvende geluid, toch eenheid krijgt. In het outro blijft de akoestische gitaar alleen over en gaat Martyn tokkelen om een mooie open sound te creëren, die geïmproviseerd aanvoelt. Het geluid vormt een mooi contrast met het volgende nummer Dreams By The Sea, dat harder en donkerder voelt; Als een duistere funkplaat. Ook dit nummer, het zesde op het album, wordt vooruit gestuwd door een Echoplex sample, gemanipuleerd met een wah-wah pedaal. Daarbij komt een basgitaar die veel wordt gebruikt, en verder ontwikkeld is, in de funk. Met elektrische piano, een fijn ritme op de drums en een ontketende saxofoon, doet het geheel denken aan Stevie Wonder op zijn funky-est. De tekst gaat over herkenbare angsten, die zich vaak manifesteren in nachtmerries. Dromen over dingen die fout gaan in relaties, die Martyn associeert met ‘slechte dromen aan zee’. Maar als zo’n nachtmerrie wordt vergezeld door een dergelijk swingend geheel, wordt ze een stuk draaglijker. En gelukkig duurt ze niet te lang; Na 2 minuut 35 verandert  Dreams By The Sea in een fijne instrumentale droom, met de elektrische piano die een soort slaapliedje speelt. Een en ander is erg fijn voor de variatie op het album. Er is een afwisseling maar het blijft één geheel, want het ‘outro’ vormt eigenlijk weer het intro voor het volgende nummer.  

May You Never is in Martyn’s carriere waarschijnlijk het lied dat het dichtst bij een top-40 single in de buurt komt. Eric Clapton, altijd een neusje voor de goede covers, hoorde dit kennelijk ook en coverde het op zijn album Slow Hand. Een actie die John Martyn zeker een mooi bedrag aan royalties opleverde. Op Solid Air is dit het enige nummer dat enkel stem en akoestische gitaar van Martyn zelf bevat. De single versie van het nummer is wel met ‘band’, wat de impact veel minder groot maakt. Je hoort op het album misschien niet eens dat het alleen Martyn is, als je het niet weet. Dit is te wijten aan de gitaarstijl die hij ontwikkelde. Zijn fingerpicking – tokkelen met alle vingers apart, in plaats van hele akkoorden in één keer aanslaan – was technisch bijzonder goed. Hij raakte relatief veel losse noten in een korte tijd. Daarnaast klopt hij daartussendoor op de snaren van zijn gitaar met zijn hand waardoor de illusie van een meespelende percussionist ontstaat. Naar mijn weten was hij één van de eerste die dit deed. De radiovriendelijkheid heeft ook te maken met de stemming van de gitaar bij May You Never. Net als zijn vriend Nick Drake, gebruikte hij zelden een standaard stemming op de gitaar. May You Never is wél bijna een standaard stemming, met alleen de lage E verlaagd naar D. De tekst is het meest liefdevol en onomwonden van het album. Geschreven voor zijn pleegzoon Wesley is het een wens die hij uitspreekt voor hem. Dat hij nooit alleen hoeft te gaan slapen, geen ruzie krijgt en de les van de liefde met de tijd zal leren. Op zich simpel, maar een mooie tekst die net zo goed over een levenspartner zou kunnen gaan.  

Van folk gaat het stilistisch weer naar jazz in The Man In The Station. Martyn laat zien dat hij ook de elektrische gitaar beheerst en speelt een mooie kleine solo met een zeer ‘schoon’ geluid. Ook in het intro is dit gitaargeluid te horen. Verder is er een akoestische gitaar te horen en nog een elektrische met een lichte distortion in het refrein. Rabbit Bundrick zorgt voor de elektrische piano begeleiding op een zeer smaakvolle manier met een intense tremolo. De ‘Island ritme sectie’ zorgt voor de onderlaag in de muziek en doet dat uitermate professioneel, zonder gevoelloos te worden. Als je de stem van Martyn ook als een instrument ziet, dan wordt de tekst legato gezongen, dat betekent zoveel mogelijk aaneengesloten. Het is dan ook vrij lastig om de tekst bij de eerste beluistering te verstaan, het gaat meer om het gevoel dan om de woorden op zich, hoewel het een interessante tekst is. Het gaat over de trein naar huis nemen; Je kunt dat letterlijk of figuurlijk opvatten.  

The Easy Blues, het laatste nummer op de plaat, is zeker niet ‘easy’ na te spelen. Martyn bewijst wederom zijn grote talent voor (en jaren ervaring met) het eerder beschreven fingerpicking. Het enige wat simpel is aan dit nummer is het akkoordenschema dat een standaard 12 maten blues schema is. Dat hij het wel interessant houdt, is volledig te wijten aan Martyn’s gitaarspel en zangstem. De tekst is voor een bluesnummer redelijk origineel, al passeren de standaard onderwerpen ‘vrouw’ en ‘duivel’ wel de revue. Over een bakker die jelly rolls bakt, een soort cakes. En over de vraag naar jelly rolls die heel groot is en de bakker die, gelukkig voor hemzelf, de enige is die ze bakt. De jelly roll was in de vroege bluesmuziek een metafoor voor de vagina maar werd later ook een andere naam voor heroïne. Of de bakker een handelaar is in drugs of seks, durf ik niet te zeggen, maar feit is dat in de eerste bluesnummers vaak niet direct gezegd werd wat men bedoelde. Waarschijnlijk borduurt Martyn op deze zinspelingen voort. Dat John Martyn vele stijlen beheerste, maar ook een bluesheld was, werd bevestigd door Joe Bonamassa die The Easy Blues in 2006 coverde als Jelly Roll op zijn album Sloe Gin. De stijl wordt, op een typische Martyn manier, veranderd na 2 minuut 16. Het gaat van ‘easy’ naar een ‘gentle blues’, zoals hij het zelf noemt in het nummer. En er begint eigenlijk gewoon een nieuw nummer. Martyn zet weer zijn gladdere stemgeluid op, in plaats van zijn rauwe bluesstem. Hij bespeelt zelf de synthesizer, die op één of andere manier perfect past in dit nummer met zijn twee kanten van dezelfde medaille.  

John Martyn, helaas overleden in 2009, maakte met Solid Air een meesterwerk op de grens van verschillende stijlen. Misschien heeft het te maken met zijn jeugd, dat hij niet voor één stijl kon kiezen. Zijn ouders scheidden toen hij nog jong was en hij woonde de helft van het jaar in een boerendorp in Schotland en de andere helft van het jaar in het hippe urbane Londen. Hij koos op den duur voor Londen en kwam in aanraking met vele vroege folk muzikanten. Na zijn eerste paar albums die wel in de folk hoek waren te plaatsen, weigerde hij zich in een hoekje te laten duwen. Op Solid Air zien we het beste van de stijlen die hij allemaal beheerste, net als hij vroeger verschillende ‘maskers’ opzette, afhankelijk van de groep waarin hij zich bewoog. Maar het is, in ieder geval in zijn muziek, zonder meer allemaal gemeend wat hij doet. Zelfs zijn stem is niet te categoriseren, hij gaat van zacht, vloeiend en met veel bas naar rauw, hoog en bluesy. Hij gebruikt de stem dan ook echt als instrument, zijn stem en uitspraak is wel eens vergeleken met het geluid van een tenor saxofoon. Je zou daarom kunnen denken dat de tekst er niet toe doet, maar de teksten zijn zeer ontwikkeld en kunnen vaak op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. Deze abstracte, soms impressionistische teksten, worden overigens afgewisseld met zeer persoonlijke teksten, waardoor de schrijfstijl wederom niet in één hokje past. De Echoplex is ook een instrument dat zijn sound uniek maakt. Het gebruik daarvan werd geboren uit een combinatie tussen creativiteit en noodzaak, de combinatie die vaak zorgt voor prachtige creaties. Altijd in voor een experiment gebruikte hij het creatief om zijn geluid op albums breder en interessanter te maken. De andere motivatie voor het gebruik van de Echoplex, is dat als hij tourde, het vaak te duur was om een band mee te nemen. Dan zette hij uit geldgebrek (noodzaak), de Echoplex in als een soort extra gitarist en percussionist, die hij uiteraard niet hoefde te betalen. Hij had dan alleen nog een contrabassist nodig en dat was in de Solid Air periode en langer, de man die ook op het album schittert: Danny Thompson.  De tegenstellingen tussen verschillende stijlen en tussen noodzaak en creativiteit, en de spanningen die dit oplevert, maken Solid Air zo interessant. De songwriting is  daarbovenop foutloos, er staat geen slecht nummer op het album. Smaakvol ingevuld door een paar sessiemuzikanten en zijn vaste bassist, wordt dit een fantastisch album.  

9,0 

Over Berrie Reijs

Berrie Reijs
Sinds de cassettebandjes in de auto op weg naar de zomervakantiebestemming ben ik geobsedeerd door muziek. Veel van de artiesten die toen voorbij kwamen zijn nu deel van mijn platencollectie. Later is mijn smaak breder geworden en vandaag gaat die van country via punkrock naar hiphop en weer terug. Ik sluit me in deze volledig aan bij Jimi Hendrix die stelde dat er maar twee soorten muziek bestaan: Goede en slechte. Schrijven vind ik een aangename bezigheid en door te schrijven voor deze site, wil ik mensen kennis laten maken met de muziek waar ik van houd en mijn schrijfstijl.

Lees ook eens

Bruce Springsteen – Darkness on the Edge of Town

Bruce Springsteen – Darkness on the Edge of Town (1978)

Vanaf dat de cassettebandjes in de auto werden gedraaid, is deze artiest blijven hangen. Als …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *