King Crimson – Red (1974)

King Crimson - RedAls pionier van de progressive rock zorgde de Engelse band King Crimson er eind jaren 60 voor dat de snelle ontwikkelingen en de intensiteit van de rock muziek werden samengebracht in een meer complexe muziekstijl. De band kwam voort uit het in 1967 ontstane trio van de gebroeders Gills (drums en bas) en gitarist Robert Fripp. De laatstgenoemde zou er in de volgende jaren persoonlijk voor zorgen dat de improviserende speelstijl zich tot een diepzinnig geheel zou ontwikkelen, waarbij de maatsoorten en melodiestructuren een steeds belangrijkere rol zouden gaan spelen. In de line-up die de band uiteindelijk definitief op de kaart ging zetten werden toetsenist en houtblazer Ian McDonald, zanger Greg Lake (later bekend van Emerson, Lake and Palmer) en toetsenist en tekstschrijver Peter Sinfield  toegevoegd. In deze samenstelling verschenen ze in 1968 onder de naam King Crimson ten tonele, refererend naar de monarchen onder wiens macht er veel bloedvergieten waren en onrust onder de bevolking elke dag aan de orde was. Nog geen jaar later traden ze in Hyde park te Londen op, voor een menigte van 500.000 personen. In oktober van dat jaar verscheen hun iconische debuutalbum In The Court Of The Crimson Kingeen meesterwerk waarin de schizofrene klanken en langgerekte instrumentale partijen een diepe indruk zouden achterlaten in de muziekwereld.

De invloedrijke muziek van de band zou in de jaren na het debuut uitgroeien tot een veelzijdige mix van rock, jazz en folk. De onderlinge spanningen zorgden er echter voor dat de bandwijzigingen zich in rap tempo zouden opvolgen. Constante factor bleek de excentriekeling en perfectionist Robert Fripp, die met zijn gitaarpartijen een sleutelrol speelde in de indringende en fragiele kracht van hun muziek. Op albumgebied bleven de topstukken echter snel na elkaar volgen, van het innovatieve Lizard (1970), via het epische Larks’ Tongues in Aspic (1973) tot aan het duistere Starless and Bible Black (1974). Met de in 2017 overleden zanger John Wetton en percussionist Bill Bruford bleef de line-up vanaf Larks’ Tongues in Aspic echter behouden en werden de gesmeden composities steeds feller en aangrijpender. Op commercieel gebied bleven de albums het goed doen en alle werken wisten dan ook tot de top 30 door te stromen van de Engelse charts. Daar zou echter verandering in komen wanneer de band in juli 1974 de studio zou induiken voor het werken aan een nieuwe plaat. Violist David Cross voelde zich ongemakkelijk bij de ontwikkeling naar de luide en indringende stijl van de muziek en de onderlinge spanningen zorgden er uit eindelijk voor dat hij aan het einde van de zomertoer uit de band werd gezet.

Het overgebleven trio Fripp, Wetton en Bruford begon samen met enkele gastbijdrages van oud-leden Ian McDonald and Mel Collins aan de opnames voor het album Red. Niet zoals voorheen werd de muziek voortgedreven door de akoestische passages en lange melodieuze stukken, maar de lijn naar ruiger gitaarwerk en en fellere drums werd voortgezet. Nog voordat het album officieel werd uitgebracht besloot Robert Fripp de band op te heffen, het meesterbrein was moe gestreden. Fripp had het gevoel dat de muzikale vooruitgang afnam en ergerde zich ondanks zijn afgunst voor de commercie aan het weinige commerciële succes dat de band hem gaf. Hoewel Red slechts een 45e plaats in de Engelse albumlijsten zou behalen groeide het album in de jaren daarna uit tot één van de belangrijkste albums uit de progressive rock. Het is een albumklassieker met slechts 5 nummer, waar de kwaliteit van afdruipt en tevens de muzikale verandering laat horen die de band door de jaren heen heeft gemaakt.

De instrumentale titeltrack Red wordt in gang gezet door de hevige ontwrichte gitaarriffs van Fripp en Wetton. Het nummer zet de verandering van de band vast in klank en maatstructuur. De complexiteit ligt in het gebruik van slechts enkele instrumentatie, waarmee een zeer geslepen en klankrijk geheel ontstaat. De constante tempowisselingen en het duistere sfeertje vormen een indringend geheel, van de diepe klanken van de cello van gastmuzikant Mark Charig tot aan de felle inslagen van de drums van Bruford. Het is het indringende palet waar later een band als Tool veel van zijn intensiteit vandaan heeft gehaald. De muziek van het nummer is niet zozeer sneller of heviger dan er half jaren 70 te vinden was, maar de onderhuidse spanning en verbondenheid tussen de bandleden is constant voelbaar.

De gelijkenis met het album In the The Court Of The Crimson King is merkbaar wanneer er na een zwaar beladen opener wordt overgestapt naar een gedeeltelijke ballad. Fallen Angel ontwikkeld zich vanaf de donkere klanken van gitaren en strijkers naar een aangrijpend verhaal over een jongen die zich aansluit bij de Hells Angels. De vocale kwaliteiten van John Wetton zijn voelbaar in zijn heldere en emotionele zangpartijen. Robert Fripp toont nog eenmaal zijn kwaliteit op de akoestische gitaar, alvorens deze aan de wilgen te hangen. De toenemende intensiteit wordt in werking gezet door het oboe fluitspel van Robin Miller, waarna de mellotron en elektrische gitaren een complex muzikaal schouwspel creëren. Het is de felheid die we van eerdere werken van de band kennen, maar hier steeds verder van de begaanbare paden af lijkt te raken. De hoofdpersoon is inmiddels om het leven gekomen in een gevecht in New York, zijn broer achterlatend in hevige ontroering. Het is deze tragiek die zich meester maakt over de muziek, wanneer de klanken van de oboe terugkeren zijn de emoties al hoog opgelopen. Opnieuw doet een wisseling in tempo en maatsoort het geheel tot hogere regionen stuwen, van de aangrijpende klanken van de cornet van Mark Charig tot aan de drumpartijen van Bill Bruford.

Voor het derde nummer One More Red Nightmare schreef zanger John Wetton zelf de teksten en bevinden we ons midden in de nachtmerrie van een neerstortend vliegtuig. De muzikale weg van de albumopener wordt voortgezet in de ontwrichte gitaarriffs en de scherpe klanken van de cymbals van Bruford’s drumstel. De nachtmerrie begint wanneer de hoofdpersoon zich hoog boven de grond bevindt in een vliegtuig van PanAm airways, de vergezichten zijn adembenemend, maar het plezier wordt bruut verstoord door het begin van een angstvallige aanval van turbulentie. De muziekpartijen bewegen zich klakkeloos mee met het verhaal, met jazzy invloeden afkomstig van het saxofoonspel van oud-bandlid Ian McDonald. Het vervreemde klankspel doet zich aan in het hevige gebruik van percussie en de onderliggende gitaar- en baspartijen. Fripp toont zijn klasse in de steeds wisselende innovatieve gitaarlijnen, waarin de groove door handgeklap behouden in blijft. Wanneer het vliegtuig naar beneden stort wordt de intensiteit groter, maar net voor het moment van inslag ontwaakt de hoofdpersoon uit de boze droom.

Pas echt bizar wordt de toonzetting op het instrumentale Providence. David Cross opent het nummer in alle rust met zijn emotioneel beladen gitaarspel, waarbij de onderliggende spanning met het basspel van Wetton wordt vergroot. De live opname vernoemd naar het optreden in het Palace Theater te Providence (VS) ontwikkeld zich tot het meest experimentele nummer van het album, vergelijkbaar met Moonchild van hun eerste album. De angsten ontwikkelen zich gestaag in de indringende klanken van aanhalen op de gitaar en het improviserende drumspel. Het is het ultieme voorafje aan wat komen gaat, meesterlijk verpakt in de meeslependheid die van King Crimson kennen.

Het slotstuk Starless werd door zanger John Wetton geschreven voor het voorgaande album Starless and Bible Black, maar wegens onvrede van Fripp en Bruford over de gekozen richting werd het nummer niet op het album geplaatst. Een totaal vernieuwde versie werd echter kort daarna opgenomen en kan zich meten met het beste wat de band gedurende de jaren heeft voortgebracht. De sfeer van het nummer wordt in werking gezet door het radio drama van Dylan Thomas waaraan de titel zijn naam dankt, maar gaat inhoudelijk over het einde van een vriendschap. Het nummer opent zich in de melodieuze macht van de mellotron, waarna de elektrische gitaar van Fripp de schoonheid onderstreept. Percussionist Bruford speelt op gepaste manier in op het verhaal, met verfijnde klanken van de percussie. John Wetton is op de top van zijn kunnen wanneer hij met zijn warme zang de vriendschap tot een einde brengt. De emotionele kracht neemt toe wanneer Ian McDonald op zijn saxofoon de verschillende melodielagen aan elkaar verbindt. Daarna volgt misschien wel het hoogtepunt van hoe spanning zich geleidelijk door een nummer heen kan opbouwen. John Wetton’s basspel is indringend en wordt in de herhaling van een steeds diepere betekenis voorzien. Wanneer de percussie aansluit in de vorm van bellen en klokken neemt de angstige toonzetting toe. Fripp bouwt ondertussen aan een ritme dat zich steeds herhaalt, maar in kracht toeneemt. Wanneer het volledige drumstel wordt benut neemt de spanning alsmaar toe. De grauwheid van het nummer voert je naar volledige onmacht en duwt je de afgrond van het bestaan in. Na de ultieme climax volgt een moment van bezinning wanneer Mel Collins met zijn saxofoon naar de kant van de free jazz opgaat. Wat volgt is een schizofreen patroon waarin alle instrumenten door elkaar heen lopen, totdat vlak voor het einde de mellotron en cello je terugvoeren naar de beginmelodie. De totale uitputtingsslag komt ten einde en wat door 21st Century Schizoid Man in werking is gezet wordt op Starless afgesloten.

Red is de laatste krachtinspanning van een band die op het punt van breken staat. Een breekbaarheid die de band tot grote hoogtes stuwt in de complexiteit van elk nummer. Het power trio Fripp, Wetton, Bruford slaagt erin innoverende krachtexplosies af te wisselen met aangrijpende melodielijnen, altijd verbonden door de signatuur van de band zelf. Hoewel het album bol staat van de onderliggende spanningen blijft de schoonheid op elk moment behouden, van de instrumentale en experimentele stukken tot aan het brengen van de zangstukken en bijpassende muzieklagen. De ontwikkeling die Robert Fripp gedurende slechts 5 jaar heeft doorgemaakt is indrukwekkend te noemen, zijn creativiteit en techniek zijn subliem. Toch is de drie-eenheid duidelijk voelbaar, John Wetton laat niet alleen horen een goede zanger te zijn, maar ook een geweldige bassist. Bill Bruford is de man die op het album het gebruik van percussie een nieuwe invulling geeft, altijd verbonden met de gitaarpartijen om hem heen. Red behoort hiermee tot de absolute topstukken uit de progressive rock, van begin tot eind voert het album je mee naar hoogtepunten. Hoewel het album het einde van deze line-up van King Crimson betekende, zou de band in 1981 glorieus terugkeren met een nieuwe reeks aan meesterlijke albums en hoogstaande muzikanten.

10

Over Hugo van den Bos

Hugo van den Bos
Als muziek- en vinylliefhebber ontwikkelde ik in 2011 de site Platendraaier, om een overzichtelijk platform te bieden met informatie over platenbeurzen, platenzaken en bijzondere hoezen. In de loop van de jaren zijn hier diverse onderdelen bijgekomen zoals een concertagenda, een lijst van poppodia en een overzicht van verschenen muziekdocumentaires. Eind 2013 startte ik de muziekblog, waarop door mij geschreven albumrecensies, concertverslagen, muzieklijstjes en artikelen over platenzaken te vinden zijn. Andere activiteiten: ontwerpen en programmeren van websites, backpacken door verre oorden, bekijken van complexe films, actief meedenken bij tv quizzen, kilometers vreten op de mountainbike en als wandelaar, drinken van kwaliteitskoffie, smikkelen van de binnen- en buitenlandse keuken en genieten van speciaalbieren.

Lees ook eens

The Late Great Townes Van Zandt

Townes Van Zandt – The Late Great Townes Van Zandt (1972)

Genialiteit gaat vaak gepaard met roekeloosheid. Townes Van Zandt kwam in 1997, op 52-jarige leeftijd, …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *