Lee Hazlewood – Requiem for an Almost Lady (1971)

Lee Hazlewood - Requiem For An Almost Lady‘I asked [Hazlewood] what inspired him to enter the music business. “Poverty,” he growled, lighting a Marlboro. “I had a couple a dozen jobs in my life and I didn’t like any of ’em.”’

Lee Hazlewood had grote successen in de jaren zestig, waarvan het grootste het schrijven en produceren van Nancy Sinatra’s These Boots Are Made For Walkin’ was. Het blies Nancy’s carrière nieuw leven in en als bedankje kreeg hij, van papa Sinatra en zijn label Decca, een onafhankelijk label LHI (Lee Hazlewood Industries). Het label liep niet lekker en zijn zoon bereikte de leeftijd waarop hij de kans liep voor de Vietnam-oorlog opgeroepen te worden. Dus vertrok Hazlewood naar Rusland waar hij een huisje aangeboden kreeg als bedankje voor These Boots. Wat een hit allemaal niet oplevert… Onderweg kwam hij in Zweden terecht en het beviel hem daar zo goed, dat hij er de hele jaren zeventig bleef. Hij begon echter een affaire met een collega, waardoor zijn relatie met zangeres/producer en collega bij LHI, Suzy Lee Hokom, ook nog op de klippen liep. Tijd voor een break-up album, tevens het laatste album dat uitkwam op LHI. Requiem For An Almost Lady is eigenlijk een conceptalbum, dat terugkijkt op één of meerdere relaties. Op de plaat leidt Hazlewood de nummers in met een gesproken, meestal gortdroog en soms cynisch, intro. Dit format had hij ook al gebruikt in de jaren zestig, waarin hij een reeks soloalbums afleverde. De nummers op ‘Requiem’ worden minimaal begeleid, meestal alleen door bas en gitaar. Het een en ander maakt je misschien niet direct enthousiast om dit album te gaan luisteren en het had inderdaad een fiasco kunnen worden. Als Lee Hazlewood niet zo’n goede, humoristische songwriter was geweest, was dat ook gebeurd, maar nu dus niet. Daar komt bij dat hij een prachtige baritonstem had. Bovendien had Lee al zijn sporen verdiend als producer en produceerde hij dit album zelf, met Suzanne Jennings als executive producer. Dit resulteert in een uitmuntende productie.

‘In het begin was er niks, maar het was  best leuk om niks te zien groeien’, is mijn vertaling van de toepasselijke eerste (gesproken) woorden op het album. En zo begint dus het eerste ‘nummer’ I’m Glad I Never…, dat gaat over een gemene vrouw die blij mag zijn dat Lee nooit een wapen bezat… Op papier ziet dit er best heftig uit, maar als je het hoort, gezongen door die romantische cowboystem van Hazlewood, is het grappig op een sardonische manier. Bovendien zit er een stukje bewuste tegenstrijdigheid in, iets dat op het album regelmatig terug zal keren. Hij zingt namelijk het korte, maar toch veelzeggende, zinnetje: ‘But till you I never had any fun’. Dit is bijna een bedankje van een man die stoer over wil komen, maar wel degelijk een emotionele kern heeft. If It’s Monday Morning is nummer twee, maar al meteen één van de sterkste liedjes op het album. De ik-persoon, ik ga er vanuit dat het Hazlewood zelf is, wordt ‘er uit gelaten door de man’ en denkt dat het maandagmorgen is. Het feit dat hij dit denkt, lijkt wel aan te geven dat zijn gemoedstoestand niet helemaal stabiel is. Zijn lief gaat er ook vandoor op maandagmorgen, hij kan haar voorlopig nog niet vergeten en is de weg kwijt. Eigenlijk moet hij naar huis gaan, maar hij wordt stoned en denkt dan dat hij weer in orde is. Dit is slechts een tijdelijke oplossing want waarschijnlijk verlangt hij de volgende maandag weer naar haar. En dan zingt Hazlewood nog een keer het eerste couplet om deze déjà vu kracht bij te zetten. L.A. Lady is bijna cowboy punk. Niet in de manier waarop het geluid vormgegeven wordt, dat is vrij klassiek country met een slide gitaar van Joe Cannon en een lopend baslijntje van Jerry Cole. Echter het nummer is maar twee minuut twintig lang met een hoog tempo en Lee spelt het woord Lady in het refrein, wat uitnodigt tot meeschreeuwen. Of heb ik dat alleen? De tekst lijkt simpel, maar juist simpele, doeltreffende teksten schrijven, is vaak het moeilijkst bij liedjes schrijven. Misschien is dit liedje geschreven toen hij nog in L.A. woonde, gezien de titel. Of het is later ontstaan en gebaseerd op herinneringen aan de stad waar hij jaren werkte. Het is verfrissend dat Hazlewood vragen stelt in de tekst zonder antwoorden te geven, of hoogstens een nietszeggend antwoord: ‘Why? Because I told me so. Why? Because she told me so.’ Soms is er geen antwoord, maar moet je je gewoon neerleggen bij de feiten en meezingen met een ‘simpel’ liedje.

Weer een ogenschijnlijk simpel liedje is Won’t You Tell Your Dreams. Het gaat ook over eenvoudige dagelijkse zaken, zoals het licht uit en de deur op slot doen als je weggaat, de hond uitlaten en de afwas doen. De ik-persoon heeft deze dingen geleerd en doet ze, maar het lukt hem niet om ‘haar’ te vergeten.  Dus vraagt hij haar: ‘Wil je alsjeblieft tegen je dromen zeggen dat ze mijn kamer met rust moeten laten’. Een simpele directheid die zijn weerga niet kent. Ik raad het dan ook ten zeerste af als je ooit nog een lied wil proberen te schrijven, om deze plaat te luisteren. Deze is zo goed dat het verlammend werkt; Geen moeilijke akkoorden, of gezochte overgangen, maar een doeltreffende tekst over een schitterende melodie, minimaal begeleid. In I’ll Live Yesterdays zit ook een simpele terugkerende zin: ‘If there’s no tomorrow for us, then I’ll live yesterdays. Je moet er maar op komen. De rest van de tekst is een stuk gecompliceerder, Hazlewood zegt in het intro dat hij en zijn (ex-)geliefde altijd iets doen om elkaar pijn te doen. Maar zij heeft hem nooit écht pijn gedaan tot het vierde couplet van dit lied, zo stelt hij. In dat vierde couplet lijkt het erop dat de vrouw zwanger is geworden, maar er abortus is gepleegd. En om het nog erger te maken heeft ze hem in het laatste couplet verlaten. De rest van de tekst is psychedelisch in de zin dat er flarden van herinneringen voorbij lijken te komen, maar het terugkerende thema is (het gebrek aan) spelende kinderen. Wat weer een bevestiging kan zijn van de stelling dat het lied juist gaat over het missen van kinderen. Het is de langste tekst van het album en hoewel Hazlewood in interviews heeft gezegd dat het album niet autobiografisch is, lijkt het net iets te persoonlijk. Je kunt je afvragen of het nodig is te weten in hoeverre het autobiografisch is, om van dit mooie nummer en het album als geheel te genieten. Luister bijvoorbeeld naar de basmelodie die aan het eind van elk couplet de hoogte in gaat, alsof er een rust komt. Maar dat is schijn; Het nummer gaat door in een bijna slopend tempo. Heel mooi.

Over leukere herinneringen gaat Little Miss Sunshine (Little Miss Rain), zoals wordt aangegeven in het intro; ‘Good times’. Ondersteund door slechts drie akkoorden, zingt mister Hazlewood een vrolijk lied over zijn kleine Miss. Zoals eerder aangegeven vinden we ook in dít nummer de tegenstrijdigheid: Zon – regen , geluk – pijn. Maar aangenaam is ook dat Hazlewood op de plaat als geheel een tegenstrijdigheid doorvoert, waardoor het levendig blijft. Hij zet namelijk regelmatig een relatief vrolijk nummer na een serieus nummer. Ook hier: De honkytonk-achtige luchtigheid van Little Miss, na het intense  I´ll Live Yesterdays. Hoewel Little Miss op de LP wel het begin is van kant B zodat ze niet direct na elkaar komen. Het is verleidelijk om bij elk nummer van dit album te quoten, of eigenlijk om de hele tekst gewoon over te typen. Maar als ik nog één voorbeeld mag geven is het dit fragment: ‘A nose so pretty, but not a perfect sight. And in good mornings a little to the right’. Het zijn deze lieve, schijnbaar onbenullige details, die een lied tot leven laten komen. Ze laten zien dat de ogenschijnlijk stoere cowboy Lee Hazlewood, eigenlijk een ontzettende romanticus was. In Stone Lost Child vraagt Hazlewood aan iemand om het ‘child’ in kwestie, zijn ex, een beetje in de gaten te houden. Het kind, dat in de laatste heruitgave van het album om onverklaarbare redenen veranderd is in een stoned lost child, is namelijk helemaal losgeslagen. Als ze niet tot de orde geroepen wordt, slaapt ze weer in een nieuw bed vanavond, of gaat ze naaktlopen terwijl ze net nieuwe kleren heeft. Dit is wel het eerste nummer waarin de verteller ook iets van de schuld op zich neemt. In het laatste couplet vraagt hij om haar de wijsheid te geven, hem al zijn leugens te vergeven. Hoewel het woord ‘wijsheid’ weer een soort arrogantie verbergt, geeft hij wel toe dat hij fout zat en gelogen heeft. Of ‘hij’ nu de verteller is of Hazlewood zelf, weet je niet echt. Het is wel enigszins vreemd dat je een break-up album opneemt terwijl je zelf vreemd bent gegaan in de verbroken relatie. Waarbij je haar constant vraagt om terug te komen. Dan moet je misschien ook wat berouw tonen. Saillant detail is dat Hazlewood een exemplaar van het album bij zijn ex Suzy Lee Hokom op de deurmat liet bezorgen. Toch hield hij vol dat het niet over haar ging. De hook van Stone Lost Child lijkt met zijn loopje van halve stappen naar beneden, op die van These Boots Are Made For Walkin’. Maar misschien had ik dat niet gehoord, als ik niet wist dat Boots ook van Hazlewood’s hand was. Verder in het nummer een heel fijne baspartij, hulde voor Jerry Cole die de bas bespeelde en ook als arrangeur vernoemd wordt. Een elektrische gitaar is hier te horen, wat vrij zeldzaam is op dit album. Een rockabilly (bestond dat toen al?) ritmegitaar maakt het, toch wel vrolijke, plaatje compleet.

De elektrische gitaar mag nog even uit de koffer blijven voor Come on Home to Me, waarin hij met een erg mooi geluid in het intro en de fills klinkt. Er zit een vrij heftig effect over het geluid wat ik in de tremolo/chorus hoek zou plaatsen, maar de verschillen tussen dit soort effecten zijn zo subtiel dat ik het niet precies durf te duiden. Het is een beeldschoon geluid, zoveel is zeker. Wel een geluid dat op een bepaalde manier somber is, net als het nummer zelf, dat weer een breuk vormt met de twee voorgaande. Een Spaans aandoend gitaarmelodietje leidt ons door de coupletten over ‘you and I’ die bij elkaar horen. Het hoeft niet, maar het is wel het beste. Net als de twee vleugels van een vogel; Het beestje kan wel met één vleugel vliegen, maar waarom zou hij dat doen? Ikzelf vind een vliegende enkel-vleugelige vogel overigens nogal dubieus. Zijn zwartgallige humor laat Hazlewood doorschijnen in het volgende nummer, Must Have Been Something I Loved. In deze song met wederom een punktijdsduur van 1 minuut 40, zit de geniale zin: ‘I know a man looks better than you, and he’s been dead for a week or two.’ De bas neemt eigenlijk de lead in dit nummer in plaats van de gitaar, wat een goede uitwerking heeft. Bassist Jerry Cole was eigenlijk een gitarist die veel sessiewerk deed (o.a. The Beach Boys, Them en The Byrds), dus hij wist wel raad met solo partijen. Het riffje dat hij speelt is ook eigenlijk zeer modern te noemen. Luister bijvoorbeeld naar het geweldige stukje tussen het refrein en het couplet. Het ritme komt van de akoestische gitaar en een mondharmonica – zeer bekwaam bespeeld door Joe Cannon – zorgt voor de blues, die dus ook vrolijk kunnen zijn. Hazlewood eindigt Requiem For An Almost Lady met het nummer I’d Rather Be Your Enemy. De titel zegt het al: Liever je vijand dan je vriend. En doe niet wat anderen doen als ik je weer zie, wat dat ook moge zijn. Weer speelt hij haar de zwarte piet toe; ‘Elke keer als ik blind was liet ik je mij binnenhalen.’ Hij liet het wel toe, maar wie maakt er nu misbruik van een blinde? Een Spaanse gitaar, dat is een akoestisch exemplaar met nylon snaren, speelt mooie fills. Ze worden gespeeld in de majeurstemming met hier en daar een ‘bend’, waarbij de snaar omhoog of naar beneden wordt getrokken op de hals, waardoor de toonhoogte vloeiend omhoog gaat. Daarnaast een akoestische ritmegitaar en uiteraard de bas die geen moment verveelt op het album.

En dan wordt het laatste nummer afgesloten met gesproken woorden die teruggrijpen op de eerste: ‘Aan het eind was er niks, maar geloof me, het was geen pretje te wachten tot niks eindigde.’ Er was dus niks in het begin en niks aan het einde, waardoor men zich af kan vragen of de tussenliggende tijd iets waard is geweest. Die vraag laat ik over aan de filosofen, maar zonder die tijd was dit album niet ontstaan en dat zou een groot gemis zijn. Het album is bijna een songwriting masterclass en laat zien (horen), hoe je met weinig middelen een fantastisch resultaat kan neerzetten. Als elk element maar van uitstekende kwaliteit is, heb je niet veel nodig, sterker nog; Dan is het de kunst van het weglaten waardoor schoonheid ontstaat. Eén minpuntje is dat, ik heb het al eerder genoemd, de songs vrijwel uitsluitend geschreven zijn vanuit het perspectief van de man, die zichzelf volledig buiten schot houdt. Hierdoor is het echter wel een samenhangend conceptalbum geworden, wetende dat dit soort albums vaak alle kanten uit schieten. Dat doet dit album niet waardoor het een uiterst aangename luisterervaring is en blijft, zonder saai te worden. De invloed die Hazlewood heeft gehad op de muziekwereld in het algemeen en rock/country specifiek, is te groot om hier te beschrijven. De kunst van het liedjes schrijven, beheerste Hazlewood in ieder geval tot in de puntjes, zoals op Requiem For An Almost Lady te beluisteren valt.

9.0

Over Berrie Reijs

Berrie Reijs
Sinds de cassettebandjes in de auto op weg naar de zomervakantiebestemming ben ik geobsedeerd door muziek. Veel van de artiesten die toen voorbij kwamen zijn nu deel van mijn platencollectie. Later is mijn smaak breder geworden en vandaag gaat die van country via punkrock naar hiphop en weer terug. Ik sluit me in deze volledig aan bij Jimi Hendrix die stelde dat er maar twee soorten muziek bestaan: Goede en slechte. Schrijven vind ik een aangename bezigheid en door te schrijven voor deze site, wil ik mensen kennis laten maken met de muziek waar ik van houd en mijn schrijfstijl.

Lees ook eens

Top 20 Albums van 2017

Top 20 albums van 2017

In 2017 verschenen er tal van noemenswaardige albums in de meest uiteenlopende gebieden van de …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *