Nick Drake – Bryter Layter (1970)

Nick Drake – Bryter LayterVan mijn favoriete albums is dit waarschijnlijk degene met de meeste credits. Nick Drake had met zijn debuutalbum, Five Leaves Left, een geweldig album afgeleverd. Ook op dat album werd hij geholpen door enkele muzikanten, maar niet door zoveel mensen als op Bryter Layter. De arrangementen op Five Leaves Left werden geschreven door zijn studievriend Robert Kirby en deze zou ook voor het tweede album Bryter Layter weer een handje helpen. De producer Joe Boyd en geluidstechnicus John Wood keerden ook terug op het album. Drake was door Fairport Convention bassist Ashley Hutchings bij Boyd aanbevolen. Boyd werd voor het leven fan en Fairport Convention en Nick Drake werden labelmaatjes bij het legendarische Island Records. Vandaar dat de connectie snel gemaakt was, toen de ritmesectie voor Bryter Layter samengesteld werd. De keuze viel op bassist Dave Pegg, die Hutchings inmiddels had vervangen bij Fairport Convention, en de bands drummer Dave Mattacks. De andere muzikanten die aan het album meegewerkt hebben, zullen verderop nog wel ter sprake komen, maar de ritmesectie staat als een huis; ook op de vier nummers waar Mike Kowalski op het drumkrukje zit. Over negen maanden verdeeld werd het album opgenomen. Je hoort het werk dat in de opnames en het mixen zit; eigenlijk klinkt dit album het beste door een koptelefoon. Altijd blijft het gitaarspel van Drake, met zijn ingewikkelde loopjes en stemmingen, prettig hoorbaar op de voorgrond. De andere muzikanten zorgen voor de afwisseling en vaak ook voor de nodige swing op deze plaat. Toch zou Nick Drake al vóór het uitkomen van dit album beslissen dat hij het volgende album anders zou doen; back to basics.

Het album start toepasselijk met Introduction, een instrumentaal nummer met een ingewikkelde gitaarpartij. De bassist wisselt moeiteloos tussen twee octaven op zijn bas en strijkers complementeren het geheel. Nummer 1 fungeert op het album als een soort intro (letterlijk en figuurlijk) om je hoofd leeg te maken. In 1 minuut 33 word je klaargestoomd voor het muzikale geweld dat komen gaat. Dat begint met Hazey Jane II waarin de stemming iets vrolijker wordt. De tekst wordt door Drake bijna gerapt, waarbij hij zijn typische falsetto stemgeluid laat horen. Als hij zich weer in de lage regionen van zijn stembereik begeeft, vormt dit een mooi contrast met het voorgaande. Het drumgeluid van Dave Mattacks is erg fijn afgemixt en zijn Fairport collega Richard Thompson speelt leadgitaar. Blazers geven Hazey Jane II een soundtrack-achtige kwaliteit die zeer aangenaam is. De tekst past niet echt bij de vrolijke klanken van het nummer, vooral niet als je weet hoe het Drake verging tijdens en na het opnemen van Bryter Layter. Het werd in ieder geval niet ‘brighter’ later. Op zich is de boodschap positief, in de zin dat Hazey (vage) Jane aangemoedigd wordt om even stil te gaan staan en om de tijd te nemen om haar weg te vinden. Maar als je een beetje weet over Drake zijn leven en persoonlijkheid, hoor je veel terug over hem zelf. Zaken die leiden tot een teruggetrokken bestaan en uiteindelijk – bewust of onbewust – een fatale overdosis voorgeschreven medicijnen.

Beginnend met het (in toonhoogte) neergaande gitaarpatroon van Drake zelf, is At The Chime Of A City Clock een perfecte song om Mike Kowalski’s drumwerk te showen. Hij valt na acht seconden al in en ik heb het idee dat hij is ingehuurd voor de wat meer jazzy nummers, wat dit nummer absoluut is. De altsaxofoon van Ray Warleigh past hier perfect bij, beginnend bij het tweede couplet. De gitaarpartij zou ik sinister willen noemen, maar de strijkers en de saxofoon maken het geheel lichter. Door de break na een minuut of drie wordt je aandacht nog eens extra gegrepen. Je gedachten zouden namelijk af kunnen dwalen omdat de tekst naar mijn mening erg vaag is. In één zin noem ik het: Een impressionistisch beeld van de stad London, geïnspireerd door de vage schrijfstijl van Bob Dylan. We zien weer vluchtige inkijkjes in Drake’s eigen leven: ‘Stay indoors, beneath the floors, talk with neighbours only. The games you play make people say, you’re either weird or lonely.’ Uit deze zin blijkt zijn liefde en talent voor poëzie, maar ook zijn pleinvrees en groeiende onzekerheid.

One Of These Things First is een ontspannen nummer over een verloren liefde. Gekarakteriseerd door de 6/8 maatsoort, ‘neergelegd’ door Mike Kowalski, is het (inderdaad) weer aangenaam jazzy. De tekst gaat vooral in op de dingen die hadden kunnen zijn, maar nu is het te laat. De ‘ik’ in het nummer had heel veel kunnen zijn/betekenen voor de geliefde maar moest ‘eerst één van deze andere dingen’ zijn. Wat die andere dingen zijn wordt niet gespecificeerd. Ed Carter mag voor dit ene nummer de bas beroeren en ik heb het idee dat hij iets simpeler speelt dan Dave Pegg, maar dat kan ook aan het nummer liggen. Paul Harris heeft plaats genomen achter de piano. Hij geeft een sprankelende, melodieuze injectie aan het nummer, die desalniettemin erg soulful is. Hazey Jane I is nummer vijf en komt op de plaat na Hazey Jane II. Hoe de twee in verhouding staan tot elkaar doet de titel eer aan; Dat is namelijk vaag. De verbintenis lijkt te zijn, dat in beide teksten Jane wordt aangespoord om rustig aan te doen. Zij lijkt in ‘II’ een vriendin te zijn van de verteller, die er met een andere man vandoor gaat: ‘If you’re just riding a new man, looks a little like me?’. Maar niks is zeker, bijna elke regel van de coupletten is geschreven als vraag. Instrumentaal is één van de weinige overeenkomsten met ‘II de afwisseling tussen de octaven op de bas.  De percussie is minimaal, met een neergaand ‘deuntje’ op de trommels, dat zich telkens herhaalt en af en toe horen we aanzwellende bekkens. Mede hierdoor is de sfeer niet zo swingend, maar wat serieuzer. De elektrische gitaar en de blazers van ‘II zijn verruild voor strijkers. De strijkers zijn gearrangeerd door Robert Kirby, die dus ook een verbindende factor is tussen de Janes. Jane I vliegt lekker door aan het eind van het liedje: ‘Hey slow Jane, clear your eye. Slow, slow, Jane, fly on by.’

Het titelnummer van het album is een vrolijk instrumentaal nummer. Zelfs de gitaarpartij van Drake is vrolijk te noemen, misschien spreekt hier wel een optimistisch vertrouwen in de toekomst uit; Het wordt Bryter Layter. Vrij snel komen de bas, wederom bespeeld door Dave Mattacks, en de fluit erbij. Ja, de fluit. Hoewel ik bij fluitmuziek in eerste instantie vooral denk aan Berdien Stenberg en de Efteling, is het bij dit nummer niet eens kitsch. Het nummer kabbelt lekker voort en zou in handen van minder bekwame musici veranderen in liftmuziek. Maar niet met deze muzikanten. Bassist en drummer zijn van Fairport Convention en de eerste van de twee fluitisten op het album is Lyn Dobson. Bij nummer zeven van de tien liedjes op Bryter Layter, kunnen we weer een naam gaan droppen. En wel die van – toen al ex-Velvet Underground – John Cale. Hij kende producer John Boyd en was tijdens de opnames van Bryter Layter toch ‘in town’ om een plaat voor Nico (ook ex-Velvet Underground) te produceren. Hij speelt op het nummer Fly de altviool en het klavecimbel, Drake zingt uiteraard en de ritmesectie is weer van Fairport. Hiermee is Fly, naast Introduction, het spaarzaamst georkestreerd van het album. Mede daardoor maakt het extra indruk. De tekst is ook, voor Drake’s doen, vrij onomwonden. Het laatste couplet bevat bijvoorbeeld het fragment: ‘So come, come ride in my street-car by the bay (…) For it’s really too hard, for to fly.’ Het gitaarloopje van Drake gaat weer van hoog naar laag. Maar van hoog naar laag hoeft niet verdrietig te zijn en dat is het in dit geval ook niet. Waarschijnlijk omdat het in een andere toonsoort staat. En hoewel Cale vooral bekend is van avant-gardistische muziek, speelt hij op dit nummer erg harmonieus en bijna klassiek in de barok stijl. Drake begint de twee coupletten hoog te zingen, om het tweede deel van de coupletten een octaaf lager te gaan, wat een prachtig timbre tot gevolg heeft.

Poor boy is waarschijnlijk het meest jazzy nummer op het album, met de handtekening van de eerder genoemde saxofonist Ray Warleigh, die aan het eind van het nummer ontketend wordt. Het drumwerk van Mike Kowalski en de toetsen van Chris McGregor sluiten hier perfect op aan. Het achtergrondkoortje geeft een soul-tintje aan het nummer en doet denken aan Aretha Franklin. De tekst ligt meer in de lijn van de blues, getuige het refreintje ‘Oh poor boy, so sorry for himself. Oh poor boy, so worried for his health/life. Oh poor boy, so keen to take a wife’. Al met al een erg fijne combinatie van stijlen, die de langste speeltijd van het album opeist. Het voorlaatste lied Northern Sky wordt gespeeld door dezelfde muzikanten als Fly plus Mike Kowalski. Cale is meteen aanwezig met een fijn orgelgeluid, verder speelt hij piano en celesta (ook een toetseninstrument). Drake speelt een gitaarpartij, die voor het eerst meer slaggitaar is dan tokkelwerk. Zijn stemgeluid is weer in zijn volle schoonheid te bewonderen en je vraagt je af waarom deze man (of: jongen, pas 22 toen het album werd uitgebracht) zo onzeker was. De tekst is ook mooi maar vaag, meer poëtisch dan verhalend. Het gaat over het verlangen naar een persoon, die de Noorderlucht van de verteller wat helderder/vrolijker komt maken. Dit moet in de letterlijke zin herkenbaar zijn voor Nederlanders waar het meer bewolkt is dan helder. Maar ook bijna iedereen kan wel een persoon bedenken die, bij wijze van spreken, zijn of haar lucht spontaan laat opklaren. De tekst is een pluspunt, maar met deze muzikanten zou ik zelfs naar een uitvoering van Altijd Is Kortjakje Ziek luisteren.

In het volgende nummer, het lijkt wel om mijn punt te bewijzen, is geen tekst. Het instrumentale Sunday sluit het album op een waardige manier af. De ritmesectie van Fairport Convention legt de basis voor de gitaar van Drake en Ray Warleigh mag deze keer op de fluit blazen. Drake en Warleigh beginnen vrij onheilspellend, maar uit de rest van het muziekstuk spreekt toch een zekere hoop. Het breekpunt ligt bij 1 minuut 20, daarna komen er ook strijkers bij. Deze krijgen nergens op het album credits, enkel hun arrangementen; Die zijn van Robert Kirby. Rond 2 minuut 30 komt er een break die zo vrolijk klinkt, dat je er bijna hoop van krijgt, een soort flamenco-achtige sfeer. Het eindigt op een serieuze toon. Het nummer bewijst nog een keer dat Bryter Layter niet in een hokje te plaatsen is. Invloeden die beschreven zijn omvatten folk, jazz, blues, klassiek en flamenco. En dat zijn enkel de invloeden die ik benoemd heb, er zijn er vast nog meer te vinden.

Nick Drake bracht maar drie albums uit voor zijn dood, hij haalde niet eens de club van 27. Hierdoor is het moeilijk om een favoriet aan te wijzen. Maar zoals dit artikel bewijst, heb ik het toch geprobeerd. Zijn eerste album Five Leaves Left (verwijzing naar de waarschuwing in een pakje vloeitjes) is, simpel gezegd, folk met wat strijkers. Je hoort, hoewel het een briljant debuut is, dat hij nog een beetje zoekende is naar zijn stijl. Het laatste album is enkel stem en gitaar en bijna pijnlijk om te luisteren, omdat hij al ver heen was tijdens de twee avonden durende opnames (!). Op het altijd moeilijke tweede album Bryter Layter, heb ik het idee dat hij uit zijn comfortabele zone wordt getrokken door Joe Boyd, de producer. Door zijn vele contacten en productiewerk voor o.a. Pink Floyd, Nico, Fairport Convention, John Martyn en The Incredible String Band, wist hij Drake te koppelen aan onverwachte muzikanten. Misschien omdat Drake te timide was om ‘nee’ te zeggen ging hij opnemen met muzikanten en hun instrumenten, die hij in eerste instantie zelf niet bedacht had. De teksten veranderden uiteraard niet en die bleven vrij terneergeslagen. Niet openlijk eerlijk, maar volgens mij zonder twijfel auto-biografisch, lijken de songs de enige manier waarop Drake converseerde met de rest van de wereld. Hij gaf in zijn hele carrière, die zoals gezegd vrij kort was, maar liefst één interview. Zijn antwoorden bestonden ook nog eens uit 1 woord of zelfs alleen een grom. Live optreden deed hij zo min mogelijk. Als je nog op zoek wilt gaan naar live opnamen van een concert, moet ik je teleurstellen; die zijn er niet. Bekende bevestigde data zijn er wel, maar boven de twintig komt de lijst niet.

Naast de invloed van Boyd op de orkestratie, is er zijn productie en de geluidstechniek van John Wood. Die zijn in mijn optiek perfect. Beiden waren zelf ook zeer ingenomen met het resultaat. Boyd hierover: ‘Bryter Layter is certainly the record I felt most completely satisfied with. (…) We certainly put an awful lot into it. John Wood loved Nick, and I think took tremendous care, which you hear in the way it stands up. I think the sound he got on Nick’s voice, the sound on the acoustic instruments, is just very, very good. (…) We remixed it endlessly… Whenever I’m stuck in a studio and I can’t face listening to a song again, I say: “Remember Bryter Layter… and remember how rewarding it is to listen to now.”’ Bij dat laatste sluit ik me volledig aan. Elke keer als ik naar de achtercover van het album kijk denk ik: Wat eeuwig zonde dat Nick Drake zo vroeg is gestorven. Hij staat stil op de foto, terwijl een auto op de snelweg voorbij raast. Dit beeld staat voor mij symbool voor de manier waarop hij de wereld bekeek. Iedereen raast voorbij en hij observeert; De achtercover van Five Leaves Left laat een vergelijkbaar beeld zien. Na het gevoel van somberheid, leidt de implicatie van de foto tot een gevoel van dankbaarheid. Dankbaar dat hij aan de zijlijn stond en de tijd nam om te observeren, rare stemmingen op de gitaar onder de knie te krijgen en briljante songs te schrijven.

9,0

Over Berrie Reijs

Berrie Reijs
Sinds de cassettebandjes in de auto op weg naar de zomervakantiebestemming ben ik geobsedeerd door muziek. Veel van de artiesten die toen voorbij kwamen zijn nu deel van mijn platencollectie. Later is mijn smaak breder geworden en vandaag gaat die van country via punkrock naar hiphop en weer terug. Ik sluit me in deze volledig aan bij Jimi Hendrix die stelde dat er maar twee soorten muziek bestaan: Goede en slechte. Schrijven vind ik een aangename bezigheid en door te schrijven voor deze site, wil ik mensen kennis laten maken met de muziek waar ik van houd en mijn schrijfstijl.

Lees ook eens

Ron Sexsmith - Wishing Wells

Ron Sexsmith – Wishing Wells

Ron Sexsmith is nooit doorgebroken tot het echte grote publiek, maar heeft in de loop …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *