Television – Marquee Moon (1977)

Television - Marquee Moon

Marquee Moon is een album dat al jaren opduikt in mijn top tien. In een lange lijst van favoriete albums, springt het eruit, omdat het zoveel anders is dan de rest. De stem van Tom Verlaine, die alles zingt, is vast niet wat klassieke musici onder mooi verstaan. Maar emotie is er ontegenzeggelijk. Het gitaarspel van Verlaine en de andere gitarist Richard Lloyd, is mooi in elke definitie die je gebruikt, zou ik willen beweren. De solo’s zijn constant prachtig tegendraads, met de ritmegitaar ertegenaan schurend. De twee gitaristen spelen nooit hetzelfde ook al spelen ze beide ritmeakkoorden. Dit hoor je vanaf het eerste nummer. Het feit dat ze allebei Fender gitaren bespelen houdt het negenennegentig procent van de tijd licht. Als je geen gitaarkenner bent, moet je maar geloven dat dit één van de oorzaken is. De plaat werd uitgebracht in 1977, een tijd waarin de stroming New Wave net opkwam, eigenlijk een subcategorie van de Punk, maar toch heel anders. Bij Punk was het eigenlijk uit den boze om meer dan drie akkoorden per nummer te gebruiken. Bij New Wave zochten songwriters juist de grenzen op in de songstructuur en akkoordenschema’s. Tijd was geen issue, ook niet op Marquee Moon. Er staat namelijk geen nummer op dat korter is dan drieënhalve minuut. Onderwerpen die vroeger niet gewaardeerd werden mochten ineens. Was de Punk vooral het domein van teksten als: ‘Stomme autoriteit, jij mag niet op mijn kinderfeestje komen’, voor New Wave golden eigenlijk geen normen en/of restricties. Onderwerpen als de Venus van Milo (een klassiek beeldhouwwerk, waar ik later nog op terug zal komen) komen achteloos voorbij op Marquee Moon. Zelfs ‘marquee’ is niet echt een veelgebruikt woord, het verwijst naar de ingang van een bioscoop zoals je die wel in New York ziet, de thuishaven van Television. Zo’n ingang met een grote bordeauxrode kap erboven, een wit bord met filmtitels erop en veel verlichting om de mensen naar binnen te lokken. De cover van het album is helemaal niet stoer zoals bij Punk albumcovers. Gewoon een foto van de band achter Verlaine, vrij netjes aangekleed, die je iets probeert te geven dat onzichtbaar is… Iets heel anders dus.

See No Evil laat je meteen de handtekening horen van de gitaristen. Een gitaar begint met een simpel ritme. De ritmegitaar speelt bij Television eigenlijk altijd hoekig, maar toch funky. Dan valt de bas (bijna letterlijk van boven) erin en die sleept de tweede gitaar erbij, die een repetitief hypnotisch riffje speelt. Dat laatste is ook typisch voor een Television nummer. Ook de drummer komt net na de bassist binnenvallen. Hij volgt de ritmegitaar enigszins, maar doet toch compleet zijn eigen ding. De tekst is geschreven vanuit een naïef perspectief, de schrijver ziet geen kwaad. Je kunt dit vergelijken met de drie aapjes die we in het Nederlands ‘horen, zien en zwijgen’ noemen. In het Engels worden ze aangeduid als ‘See no evil, hear no evil, speak no evil’, daar refereert dit nummer aan.  Het kan gelezen worden als een beschrijving van verliefdheid; Wanneer je verliefd bent en/of van iemand houdt, zie je geen of minder kwaad. ‘I’m runnin’ wild with the one I love (I see no evil). (…) You can feed the fires of the one you love (I see no evil). You combine fusion with the one you love (I see no evil). Pull down the future with the one you love (I see no evil).’ Zo luidt de tekst van het outro, de stukjes tussen haakjes worden gezongen door de rest van de band als een soort bevestiging/versterking. Of het helemaal zonder sarcasme geschreven is durf ik niet te zeggen. Rond het midden van het nummer een mooie solo van Richard Lloyd, onverwacht melodieus en technisch voor een nummer dat nog sterk geworteld is in de Punk. Lloyd wordt vaak gezien als een tweede gitarist, met Tom Verlaine als genie en eerste gitarist. Maar de credits vermelden beide gewoon als ‘gitarist’, dus gelijken. En dat is volkomen terecht; Ze vullen elkaar aan en worden zo meer dan de som der delen.

Nummer twee, Venus, is het muzikale huis van de eerdergenoemde Venus van Milo. Verlaine, die alle teksten schreef, heeft het over een avond in New York. Met slimme woordspelingen weet hij een beeld neer te zetten over hoe hij ‘in de armen van de Venus van Milo valt’. Dat is op zich grappig, want de Venus van Milo is een beeld dat al sinds jaar en dag geen armen meer heeft. Het is één van de bekendste voorbeelden van klassieke Griekse beeldhouwkunst, een symbool van eeuwige schoonheid en de godin van de liefde. In welke hoedanigheid ze hier aanwezig is wordt niet helemaal duidelijk. Verlaine is in ieder geval gelukkig deze avond, mogelijk in de liefde: ‘How I fell… (Did you feel low?) Nah. (Huh?) I fell right into the arms of Venus de Milo.’ Ook hier het mooie samenspel van de twee gitaristen, maar vlak ook zeker de bassist Fred Smith niet uit. Hij geeft de melodieën de derde dimensie, waardoor diepte ontstaat. Verlaine heeft de solo in Venus en geeft er in het begin een soort viooleffect aan, door het open en dicht draaien van het volume op de gitaar. Verder een melodieuze solo, Verlaine is niet bang om van de standaard (Rock) toonladders af te wijken. Aan de solo komt vrij abrupt een einde, waarna het derde refrein – toevallig of niet – begint met ‘suddenly’. Er rijmt niet al te veel op ‘Friction’, de titel van het volgend lied. Ik had zelf ‘addiction’ verwacht, maar Verlaine komt met ‘fiction’ (is dat rijm?), ‘contradiction’, ‘prediction’ en ‘diction’. De tekst leest als een surrealistische detective roman, met beelden van samenzweringen, buiksprekers, telescopen, een boot en de gevangenis, om er maar een paar te noemen. Hoe vaag de tekst ook is, het gitaarmotiefje in het couplet zou zo gejat kunnen zijn uit een Rolling Stones nummer, luister maar eens naar het begin van het intro waar het motiefje ook in zit. De fills zijn juist weer aangenaam vaag. De akkoorden die tijdens het couplet worden gespeeld op een funky manier verraden de invloed van Jimi Hendrix. Er is zelfs een directe link tussen gitarist Lloyd en Hendrix. Ze hadden elkaar ontmoet omdat ze een gemeenschappelijke vriend hadden, Velvert Turner, die gitaarles kreeg van Hendrix. Veel van de informatie uit die lessen werd doorgegeven aan Lloyd. Maar, terugkerend naar Marquee Moon, horen we dus veel tegelijk in Friction. Nergens levert dat echter frictie in de muziek op, het is wel druk, maar het komt allemaal bij elkaar als de ingrediënten van een goede stoofpot. De solo van Verlaine is er één van een rammelende, ratelende glorie.

Door naar het magnus opus van tien minuten en achtendertig seconden. Er is geopperd dat dit nummer in 1 take is opgenomen, een perfecte jam waarvan de producer Andy Johns dacht dat het een repetitie was. Dit lijkt me een sterk verhaal, maar ik spreek uit ervaring als ik zeg dat het titelnummer van het album Marquee Moon, na 100 luisterbeurten fris blijft. Aanvankelijk ging ik dit nummer luisteren omdat ik indertijd alleen maar nummers serieus nam die langer dan 5 minuten duren. Veel van de nummers van toen behoren niet meer tot mijn favorieten, maar dit wel. Misschien omdat er niks standaard is; De tekst, de solo’s en de opbouw zijn allemaal eigenwijs en anders. Alles begint met een simpele riff van Tom Verlaine die twee uitgeklede akkoorden speelt: Een B mineur gevolgd door een D majeur. Vervolgens komt Lloyd erbij met de riedeltjes, die net zoals de partij van Verlaine ook gebaseerd zijn op de B en D akkoorden. Beide gitaristen spelen de hoge tonen van de B en de lagere van de D. De bassist Fred Smith gaat er als het ware tegenin, door zijn riff van twee noten eerst laag en dan hoog te spelen. Het een en ander lijkt op papier nogal ingewikkeld, maar door de partijen simpel en punctueel te houden creëren ze een mooi raamwerk. Uitermate geschikt om overheen te improviseren. Dit stuk muziek wordt dan ook niet alleen gebruikt in de coupletten, maar ook tijdens de tweede solo. De melodie breekt open in het tussenspel dat leidt naar het refrein, met een prachtige gitaarpartij. Het refrein is enigszins claustrofobisch, met een tekst over wachten en angst, leven en dood, gezongen tijdens een herhaalde basriff en een herhaald gitaarakkoord. Na het tweede refrein volgt de eerste solo van Lloyd, die maar een seconde of twintig duurt, maar desalniettemin schitterend is. Na het derde refrein volgt de solo van Verlaine, die tweeënhalve minuut tot zijn beschikking heeft. Een beetje een oneerlijke verdeling, maar ook hij speelt de sterren van de hemel. Het begint heel rustig en bouwt rustig op naar een climax, mede voortgestuwd door een derde gitaar die erbij komt. Rond zeven minuut twintig komt er op de achtergrond een nieuwe opeenvolging van akkoorden bij. De eerst beschreven akkoorden worden echter ook nog doorgespeeld. Om bij acht minuut tien te stoppen en na een half minuutje uit te komen bij een soort break waarbij je in de wolken lijkt te zweven. Er is een break met alleen maar getik op het bekken door de drummer en dan komt de bas er weer bij en vervolgens de twee gitaren. Het eerste couplet wordt nog een keer gespeeld. De tekst van de coupletten is aan de vage kant maar wel poëtisch. Bijvoorbeeld: ‘I Remember, how the darkness doubled.’ Dat is volgens mij een oxymoron, duisternis kan immers per definitie niet verdubbelen. Na de herhaling van het eerste couplet speelt Television nog één keer dat ontzettend fijne tussenspel om met een vertraging te eindigen.

Als je bijgekomen bent van het muzikale geweld van Marquee Moon is het tijd om de plaat om te draaien. Weer een herhaald staccato akkoordje in het couplet, maar nu de hele tijd dezelfde in Elevation. In het pre-chorus komt er pas een ander akkoord bij, wat vrij laat is en uniek. Je merkt bijna niet dat er maar één akkoord wordt gespeeld, omdat drum bas en tweede gitaar eromheen meanderen. Een typische kracht van Television en Tom Verlaine’s songwriting, die alle muziek alleen schreef, behalve die voor één nummer. De solo is voor rekening van Richard Lloyd, die hem twee keer hetzelfde inspeelde, om die dikke sound te creëren op de plaat. Lloyd heeft in een interessant interview voor het blad Uncut aangegeven dat de producer tijdens de solo het geluid opnam, terwijl hij de microfoon boven zijn hoofd rond slingerde als een lasso. Dit om het effect na te bootsen van een zogenaamde lesliespeaker, die te duur was om te huren. Het leverde Lloyd bijna een gebroken neus op. Maar om nu te zeggen dat het effect zeer aanwezig is; Nee, je hoort het amper. Een lesliespeaker zit ook wel iets ingewikkelder in elkaar dan enkel een microfoon die ronddraait. De ‘gedubbelde’ gitaar is wel mooi subtiel te horen. In het refrein is elke keer een soort breakje te horen, doordat het accent net na de tel wordt gelegd na de zin ‘Elevation, don’t go to my head’. De solo van Lloyd zorgt voor een soort letterlijke ‘elevation’ door steeds hogere noten op de gitaar te zoeken. De tekst gaat over water, de ik-persoon slaapt op een oever. Hij slaapt licht want hij is bang dat het waterpeil stijgt (elevation) tot zijn hoofd. Gelukkig is er een Guiding Light die de band naar een veiligere plaats leidt. Nummer zes op het album is het enige nummer dat niet door Verlaine alleen is geschreven, maar in een samenwerking met Lloyd tot stand kwam. De tekst is wel alleen van Verlaine. Een piano (of keyboard) is zowaar te horen, ik vraag me af of dit eigenlijk wel nodig was geweest. Misschien hadden ze het tempo van het nummer ook hoger moeten leggen en meer gitaar erin moeten stoppen. Hoewel het toch een mooi nummer blijft zoals het op de plaat staat, vliegt Verlaine hier naar mijn mening met zijn tekst een beetje uit de bocht. Het is allemaal net iets te vaag en poëtisch, over een nacht waar hij doorheen geleid wordt door een lichtbaken.

Prove it is ook zeker niet van een Punktempo, maar wel wat sneller en eigenwijzer dan Guiding Light. Ik vind Television beter als ze op deze manier spelen, niet zo langzaam en met een onverwacht element. Luister in dit opzicht bijvoorbeeld naar het jaren vijftig arpeggio van de gitaar dat vanaf seconde één klinkt. Een arpeggio betekent: Niet in één keer alle noten van een akkoord aanslaan, maar de individuele noten snel na elkaar laten klinken. De tekst is beter te ontcijferen dan die van Guiding Light, een beeld ontstaat van een detective die een zaak moet oplossen, waar hij al heel lang aan werkt. Dit vrij heldere beeld vormt zich in het refrein, maar is een leuk contrast met de tekst van het couplet waarbij de schrijver, en dus de detective, zich eigenlijk verliest in de poëzie. Toch eindigt het lied met ‘This case is closed’. Zou het dan toch gelukt zijn? Zo niet, dan is het Television in ieder geval gelukt om weer een geweldig nummer aan het vinyl toe te vertrouwen. De manier waarop dit gebeurde is tekenend voor de relatie van de band met de producer van het album, Andy Johns. Television wilde het album eigenlijk zelf produceren, maar de platenmaatschappij (Electra) wilde dit niet hebben. De band dacht dat Andy Johns dan wel een goede keuze was als producer, omdat hij al engineer was geweest bij albums van bijvoorbeeld de Rolling Stones en Led Zeppelin. Johns was echter een losbol, hij hield van de seks, drugs en rock ‘n’ roll die in de Rockwereld van de jaren zeventig schering en inslag waren. Television daarentegen was super serieus en wilde tijdens ‘kantooruren’ werken. Op een dag zat Johns in de studio te slapen met verschillende lege flessen op de grond. De band besloot gewoon de tape te laten lopen en Prove It op te nemen. Toen ze klaar waren, bleek het heel goed te klinken. Ze speelde de tape steeds harder af tot Johns wakker schrok en uitriep: ‘‘Did I record this?’ We [Television] said, ‘Well, sure Andy.’ He breathed a sigh of relief. ‘God, I’m good.’ That was Andy. And that’s the cut of Prove It that’s on the record.’ Tom Verlaine pakt de solo schijnbaar moeiteloos met zijn typische vibrato gespeelde noten.

Een soort klaagzang zou ik Torn Curtain willen noemen, het laatste nummer op Marquee Moon. Het heeft het langzame tempo van Guiding Light, maar is wat interessanter in haar akkoordenschema en opbouw, bijvoorbeeld rond 3 minuut 40. Een onverwachte break begint een stuk muziek in een andere toonsoort, voor de eerste solo van Verlaine. Maar het komt toch weer bij eenzelfde couplet uit. Het gescheurde gordijn onthult een schouwspel van een jarenlang tranendal, ik neem aan als gevolg van de liefde. Het tromgeroffel dat het intro vormt, geleend van Tony Curtains nummer Emergency uit 1969, versterkt het beeld van een theater met een gordijn dat voor het podium getrokken kan worden. De muziek is ook aan de theatrale kant, maar gelukkig zijn er genoeg interessante geluiden te horen om het zeven minuten durende nummer niet te zwaar te maken. Verschillende gitaargeluiden, een fijn basgeluid en een drummer die nooit verveelt. Plus twee solo’s die uit de kunst zijn. In het derde couplet wordt het bijna een smartlap met een emotionele stem van Verlaine en een schrijnende gitaartoon ertussendoor. Het keyboard met pianogeluid, bespeeld door Verlaine, is overbodig wat mij betreft. Een klein minpuntje, net als het gitaargeluid in de fade-out. Het is jammer dat het verdwijnt, omdat dat juist zo’n mooi geluid is. Eigenlijk niet echt een minpunt dus.

Marquee Moon is een album dat vrij weinig mensen kennen. De innersleeve, met de foto van de band erop, heeft anderhalf jaar in een lijst op mijn gang gehangen, maar volgens mij heeft niemand de band herkend. Toch is dit een klassieker en heeft het een inspiratie gevormd voor bands als U2, Sonic Youth en The Strokes. Het feit dat er maar acht nummers op het album staan, vier op elke kant, houdt de kwaliteit hoog. Daarnaast zijn er verschillende zaken die bijdragen aan de ‘frisheid’, die het nog steeds behoudt. Eén daarvan is de keuze van onderwerpen. Zelfs als je dit album niet luistert en alleen kijkt naar de tracklist, zie je dat de titels niet alledaags zijn. Die titels verraden al dat er interessante teksten aankomen, die meestal redelijk vaag zijn, maar bijna nooit op een vervelende manier. Op muzikaal gebied kunnen we zeggen dat alle muzikanten een uitzonderlijk talent hebben. De gitaristen heb ik al hier en daar besproken, maar ook de ritmesectie is uitmuntend en onmisbaar. Die bestaat uit Billy Ficca op drums en bassist Fred Smith, die Blondie verliet om zich aan te sluiten bij zijn favoriete band, Television dus. Ficca werd er door Verlaine bijgehaald omdat hij dacht dat het een goede rockdrummer was, maar tot Verlaine’s ongenoegen bleek Ficca veranderd in een jazzdrummer. Hij was ‘all over the place’, maar op een goede manier aldus Richard Lloyd. Pas toen Smith Richard Hell verving als bassist, klikte het. Hij haalde het tempo iets omlaag, waardoor Ficca wat kon improviseren, maar het geheel toch als een band klonk. Die onverwachte accentjes die Ficca hier en daar legt, houden het onvoorspelbaar en ook weer fris. Nog een andere oorzaak dat dit album niet gedateerd klinkt zijn de tweede stemmetjes, die je constant bij de les houden. Ze zingen niet gewoon hetzelfde als de eerste stem op een andere toonhoogte, maar vullen de eerste stem ook tekstueel aan. Bijvoorbeeld in de eerder beschreven fragmenten van See No Evil en Venus (vraag & antwoord stijl), maar ook in Torn Curtain: ‘(Tears, tears) Rolling back the years. (Years, years) Flowing by like tears,’ waarbij ze eigenlijk de rijm en het evenwicht verzorgen binnen het verhaal van de zanger. Daarnaast spreekt Verlaine af en toe de luisteraar direct toe, wat ook verfrissend en amusant kan zijn. Zo vraagt hij in See No Evil: ‘Get It?’, na de zin ‘Cause what I want, I want now. And it’s a whole lot more than ‘anyhow’’, alsof hij even wil controleren of de luisteraar wel bij de les blijft. En dan zijn er natuurlijk de geweldige solo’s van de gitaristen die ongewoon en ongekend goed zijn. Ik kan er een heel muzikaal-theoretische analyse over opschrijven, maar de korte versie is dit: Ze gebruiken andere toonladders dan 90% van de rockgitaristen doen. Zeker weet je het nooit, maar volgens mij zijn veel solo’s tijdens de opnames geïmproviseerd. Richard Lloyd heeft wel aangegeven dat hij in staat was om twee keer, of meer, iets precies hetzelfde te spelen maar Verlaine juist niet. Dat lijkt dus in ieder geval het improvisatietalent van Verlaine te bevestigen. De spanning tussen Lloyd en Verlaine houdt het altijd, je raadt het al, spannend. Daarbij verschuilen ze zich bijna nooit achter een hoop distortion, waardoor de solo’s kraakhelder blijven. Elk tijdperk en elke stroming in de muziek heeft zo een beetje zijn eigen gitaargeluid. Maar een elektrische gitaar over een licht overstuurde versterker, is tijdloos. Net als deze plaat.

9,0

Over Berrie Reijs

Berrie Reijs
Sinds de cassettebandjes in de auto op weg naar de zomervakantiebestemming ben ik geobsedeerd door muziek. Veel van de artiesten die toen voorbij kwamen zijn nu deel van mijn platencollectie. Later is mijn smaak breder geworden en vandaag gaat die van country via punkrock naar hiphop en weer terug. Ik sluit me in deze volledig aan bij Jimi Hendrix die stelde dat er maar twee soorten muziek bestaan: Goede en slechte. Schrijven vind ik een aangename bezigheid en door te schrijven voor deze site, wil ik mensen kennis laten maken met de muziek waar ik van houd en mijn schrijfstijl.

Lees ook eens

Ron Sexsmith - Wishing Wells

Ron Sexsmith – Wishing Wells

Ron Sexsmith is nooit doorgebroken tot het echte grote publiek, maar heeft in de loop …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *