The Replacements – Let It Be (1984)

The Replacements - Let It BeIs dit een grap? Let It Be is toch een album van de Beatles? Dat is het óók, maar voor mij is het gelijknamige album van The Replacements meer een klassieker. Als ik de woorden ‘let it be’ invoer bij een muziekdatabase op internet, krijg ik overigens ook eerst het album van The Replacements voor mijn neus en pas als tweede dat van de Beatles. Maar dit kan ook aan google liggen of buitenaardse technologie… Men kan argumenten aandragen om Let It Be van de Beatles hun slechtste album te noemen (de Wall of Sound behandeling van Phil Spector, de spanningen in de band en de aanwezigheid van kwalitatief matige nummers) maar daar wil ik het nu niet over hebben.

De basis voor The Replacements werd gelegd in 1978. De broers Bob (gitarist) en Tommy Stinson (bassist) vormden een bandje met drummer Chris Mars. Deze band, met de epische naam Dogbreath, oefende in de kelder van de Stinsons in Minneapolis. Nadat enkele zangers de revue waren gepasseerd verscheen Paul Westerberg ten tonele. Hij werd de zanger/gitarist van de band en de naam werd veranderd in The Impediments (de gebreken). Ze moesten hun naam echter alweer veranderen toen ze dronken bij een optreden verschenen en te horen kregen dat ze nooit meer een optreden zouden krijgen in Minneapolis. Ze vervingen de bandnaam en kwamen uit op The Replacements. Mars: “Like maybe the main act doesn’t show, and instead the crowd has to settle for an earful of us dirtbags…” Om een optreden te krijgen bij een club, gaf Westerberg een demo aan de eigenaar van de club, Peter Jesperson. Hij  bleek ook eigenaar van een lokaal onafhankelijk platenlabel genaamd Twin/Tone Records. Jesperson wordt onmiddellijk fan van de band en neemt hun eerste vier platen op. Het derde album Hootenanny, eindigt met de volgende woorden: ‘We’re gettin’ no place as quick as we know how, We’re gettin’ nowhere what will we do now?’ Wat ze doen is hun vierde album Let It Be maken, volgens mij een klassieker.

Albumopener I Will Dare begint met een typische aangenaam rammelende Replacements riff. Vervolgens komt de snare drum erbij en wordt de ‘echte’ riff eroverheen gelegd. Dan komt de bas erbij en gebruikt Tommy de rest van zijn drumstel. Er ontspint zich een uitstekend popliedje, dat door de losse productie en performance en de toevoeging van een mandoline (!) toch spannend blijft klinken. Ik durf wel te zeggen dat dit letterlijk en figuurlijk de toon zet voor de rest van het album. De eerste zinnen, instrumenten en tonen van het nummer laten meteen horen dat ze een andere kant op gaan dan de punkrichting waarin ze zich tot dan toe bewogen. ‘How young are you? How old am I? Let’s count the rings, around my eye’. Mooi geschreven naar mijn mening en in één zin meer empathie dan een heel album van The Sex Pistols. Het tweede nummer is op het eerste gehoor wel punkachtig qua sound. Het begint met een dubbele gitaaraanval op je oren. De bas en de drums zijn ook meteen aanwezig en leggen een degelijke Ramones-achtige basis voor de gitaren en zang die vrolijk om elkaar heen dartelen. Het refreintje is van die aangename meezingpunk, maar niet de goedkope variant. De tekst gaat ook richting punk, maar de opbouw van het nummer is net als de gitaarpartijen ingewikkelder dan een punknummer: Intro – couplet – couplet – refrein – solo – refrein – coda. De tekst zit in de categorie ‘ik ben punk en jullie zijn stom’, al ben ik niet 100 procent zeker dat het echt gemeend is. Misschien is het wel sarcastisch bedoeld. Maar net als je denkt bij het derde nummer: Ze gaan toch weer voor de punk – met de nodige bak herrie – ‘draait’  We’re Comin’ Out na 1 minuut en 15 seconden. Het kabaal wordt, na de chaotische solo van Bob Stinson, teruggeschroefd naar enkel jazzpiano en vingergeknip als begeleiding voor het stemgeluid van Westerberg. Het tempo sluit hierbij aan; dat wordt een stuk lager om geleidelijk weer omhoog te gaan. Het volume eindigt eveneens in een crescendo. In ieder geval tijdelijk weer terug naar de punk dus; wat weer aansluit op de tekst van het nummer. De strekking van die tekst: Pas op we komen eraan. We doen iets anders en als het fout gaat proberen we het gewoon nog een keer. Meer geweten dan de boefjes van de punk.

Het vierde nummer is niet al te moeilijk en dient voor mij vooral als tegenwicht voor het volgende nummer. Tommy Gets His Tonsils Out handelt over, je raadt het al, Tommy’s amandelen die geknipt worden. De dokter, klaarblijkelijk nogal een arrogante man die neerkijkt op de kleine snotjongen, heeft helaas geen verdoving meer voor handen en ‘rukt ze (de amandelen) eruit’ omdat hij snel wilt gaan golfen. Deze dokter, die niet al te vaak doucht, zou gezien kunnen worden als een metafoor voor de gevestigde orde. Track vijf is Androgynous. Een zeer volwassen tekst, begeleid op enkel piano. Ook is er nauwelijks hoorbaar percussie aanwezig en een tweede stem van Westerberg zelf. Maar in feite hoor je alleen Westerberg’s stem en pianospel. Voor mij is dit een hoogtepunt van het album. Als je überhaupt een refrein kan schrijven met het woord ‘androgynous’ erin, kun je bij mij een potje breken. Ook al rijm je androgynous op uh… androgynous. De tekst is zijn tijd ver vooruit en handelt over travestie en oordelen daarover; verwachtingen. Onderwerpen die ons, drieëndertig jaar na het verschijnen van het album, nog steeds bezighouden. Gitarist Bob Stinson trad ook regelmatig op in een jurk, maar of dit (en het nummer) een serieus statement was of een geintje, ik durf het niet te zeggen. Westerberg lijkt ook te schrikken van zijn eigen intense spel en serieuze tekst. Op het eind van het nummer kan hij het niet laten om de woorden ‘Jefferson’s cock’ uit te spreken en een paar dissonante tonen op de piano aan te slaan. Gezet op een arrangement dat zo een jazzklassieker zou kunnen zijn, blijft het één van die typische mysteries van Paul Westerberg en de rest; Persiflage of niet?

Black Diamond is de volgende track. De credits vermelden ‘Stanley’, wat verwijst naar Paul Stanley van Kiss. Een nummer van Kiss op een alternatief punkrock album? Geen probleem. Als je het origineel luistert na de cover, komt dat eerste heel duf en houterig over. Waarom ook een liedje dat qua opbouw vrij simpel is, uitrekken tot 5 minuten en 13 seconden vraag ik me af. De laatste twee minuten worden gevormd door geluiden die ik me voorstel bij een leeglopende platenspelerballon met een buitenboordmotor die loopt op een vrachtwagenaccu die vervangen is door de batterij uit je horloge. En dat op je debuutalbum… Dan heb ik liever een paar ‘replacements’ die het nummer er in 2 minuut 45 doorheen jagen. Altijd heb ik me afgevraagd of die drumbreak op 1 minuut 56 zo bedoeld is, maar hoe (en of) die vraag ook ooit beantwoord wordt, het draagt bij aan de losse sfeer die zo fijn is. Paul Westerberg legt veel meer emotie in de tekst, die overigens ook aan de simpele kant is. Misschien door minder sterk te proberen om heel emotioneel over te komen, slaagt hij er juist beter in. Unsatisfied is met zijn wanhoop een universele klacht over het leven. Het thema van het nummer – nog steeds ontevreden zijn terwijl je doel reeds bereikt is – past bij verschillende fases in het leven. Beginnend met het meest ‘cleane’ gitaargeluid op de plaat en netjes getokkeld door Paul Westerberg, is dit uitgebreider georkestreerd dan de andere liedjes. Er wordt een landschap van klanken geschetst waarin meer dan twee gitaren te horen zijn. Bij één gitaar wordt een volumepedaal gebruikt om orgelachtige effecten te creëren. Ook is een lap steel gitaar te horen, die een typisch geluid geeft dat associaties oproept met country en blues muziek. Wanneer je de stem van Westerberg hoort zingen over desillusies denk je dat hij zesentachtig was toen de plaat uitkwam in plaats van vierentwintig.

Seen Your Video is tekstueel een anti-MTV statement. Maar doordat de muziek verdacht catchy is, ontstaat een typische Replacements-paradox. Willen ze nu gezien en gehoord worden of juist niet? Later zouden ze nog iets verder gaan door daadwerkelijk een clip te maken voor een ander nummer. In de clip (https://youtu.be/fl9KQ1Mub6Q) is enkel te zien dat iemand, waarvan je alleen de benen ziet, de single draait op een platenspeler. That’s it. Is dit een opgestoken middelvinger naar de platenmaatschappij omdat die hen dwong clips te maken voor MTV? Of dachten ze: ‘Laten we een originele clip maken zodat er over gepraat wordt’? Gary’s Got a Boner, op het album nummer 9, is gebaseerd op een riff van Ted Nugent, wat ook netjes in de credits vermeld wordt. Waarschijnlijk gebaseerd op de riff van Nugents Cat Scratch Fever, vraag ik me af of iemand dit gehoord had, hadden ze het niet vermeld. In ieder geval is er een duidelijke hardrock-associatie die niet gebruikelijk is in punkmuziek. Weer onderstrepen ze hier de breuk met hun oude vertrouwde genre. Ook in Sixteen Blue is geen greintje punk te ontdekken. Het onderwerp sluit aan bij Unsatisfied maar is dus meer leeftijdspecifiek. Het tempo ligt iets hoger en is vergelijkbaar met een shuffle, de stem van Westerberg komt ook hier goed uit de verf.

De afsluiter Answering Machine heeft een uitstekende riff. Dit is net als Unsatisfied in feite een solonummer van Paul Westerberg, die twee gitaren en percussie voor zijn rekening neemt. In dit opzicht is het ook niet vreemd dat hij later (1991) solo doorging, hij heeft op Let It Be al voor zes van de elf nummer als enige de credits. In een klein intermezzo en aan het eind van Answering Machine is het bandje van een antwoordapparaat te horen: ‘If you’d like to make a call, please hang up and try again…’ etc. Ook op andere nummers zoals Tommy Gets His Tonsils Out, komt een fragment voorbij dat bijna letterlijk lijkt opgenomen te zijn in het dagelijks leven. Dit draagt bij aan het levendige karakter van het album, Paul geeft zelfs antwoord aan het fragment in Answering Machine: ‘I get enough of that’, na 1 minuut en 36 seconden. De onderwerpkeuze van een antwoordapparaat lijkt apart maar blijkt een intelligente. Een alledaags voorwerp kiezen als onderwerp voor een liedje zorgt niet zelden dat het net even langer blijft hangen bij de luisteraar. Daarnaast vermijd je de standaardzinnen in de trant van: ‘Ik hou van jou en ik blijf te trouw’. De verfijnde tekst met enkel jagende gitaren eronder en aan het eind een vleugje percussie vormen een waardige slotnoot voor het album.

Even voor de jongere lezers: een antwoordapparaat is een soort voicemail in een plastic doos met knoppen en een luidspreker. En heel vroeger zat er een cassettebandje in. Een cassettebandje is een mp3 die… ach, zoek het ook maar op met Google. Mijn punt is dat als je overal de woorden ‘answering machine’ vervangt door ‘voicemail’, het nummer volkomen actueel is. Dit geldt eigenlijk voor het hele album. En laat dat nu – in ieder geval voor mij – de definitie van een klassieker zijn.

8,5

Over Berrie Reijs

Berrie Reijs
Sinds de cassettebandjes in de auto op weg naar de zomervakantiebestemming ben ik geobsedeerd door muziek. Veel van de artiesten die toen voorbij kwamen zijn nu deel van mijn platencollectie. Later is mijn smaak breder geworden en vandaag gaat die van country via punkrock naar hiphop en weer terug. Ik sluit me in deze volledig aan bij Jimi Hendrix die stelde dat er maar twee soorten muziek bestaan: Goede en slechte. Schrijven vind ik een aangename bezigheid en door te schrijven voor deze site, wil ik mensen kennis laten maken met de muziek waar ik van houd en mijn schrijfstijl.

Lees ook eens

The Late Great Townes Van Zandt

Townes Van Zandt – The Late Great Townes Van Zandt (1972)

Genialiteit gaat vaak gepaard met roekeloosheid. Townes Van Zandt kwam in 1997, op 52-jarige leeftijd, …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *