Kevin Morby – City Music

De jaren van de de psychedelische klanken van Kevin Morby’s band Woods liggen inmiddels al enkele jaren achter ons (hij verliet de band in 2013). Zijn solocarrière begint echter steeds meer vorm te krijgen sinds hij vier jaar geleden zijn debuut Harlem River uitbracht. In 2016 verscheen nog het veelgeprezen album Singing Saw, waar de strijkers ondersteuning gaven aan de door gitaren en breekbare zang aangehaalde sfeer. Zijn vierde album City Music kan als tegenhanger van het voorgaande album worden gezien. Waar op Singing Saw de intimiteit lag in het leven op het platteland wordt op City Music de stedelijke gebieden van zijn jaren in New York verkent. Van Bob Dylan en Joni Mitchell naar Lou Reed en Patti Smith, van het zachte en kwetsbare naar het ruige en verontrustende. De overeenkomst is dat de eenzaamheid opnieuw een groot onderdeel uitmaakt van het verhalende. Het album werd aan de andere kant van het land opgenomen in de Panoramic Studios, met uitzicht op de Atlantische oceaan. Tijdens de nachtelijke sessies ontstond samen met zijn band de muzikale toonzetting van het geheel, ondersteund door de stadse verhalen van Kevin Morby.

Come to Me Now opent in de meest eenzame dood die een mens kan wensen. Ver weggezonken in het stadse leven komt het verhaal van de gestorven eenling George Bell tot leven. De donkere klanken van percussie en orgel openen de donkere wereld van The Velvet Underground en Joy Division, omhult door de tragische dood van een man in een huis in New York City. Het stedelijke leven wordt door de mensenstromen in werking gezet, terwijl even verderop andere personen in alle eenzaamheid wegzinken in hun bestaan. De zon wordt ingeruild voor de maan, het felle licht kan niet meer worden verdragen. Het zijn de klanken van het eeuwenoude orgel waarmee Kevin Morby de onderhuidse spanning opwekt, tot de metaalklanken van Justin Sullivan langzaam aan afzwakken. Richard Swift’s gezegende producerkwaliteiten worden ook kenbaar gemaakt op het schitterende Crybaby. De strakke sound en herhalende gitaarklanken kennen overeenkomsten met de muziek van Kurt Vile. Wanneer Morby zijn zang oprekt begeven we ons in het leven buiten de samenleving. Ongezien in de drukke straten van de Amerikaanse metropolen en uitgeput door de wereldse problemen. Het zijn de gedachten die Morby omringde toen hij het nummer in 2013 met drummer Justin Sullivan schreef. De ineenstorting van deze persoon wordt gebracht in de energieke combinatie van de aangeslagen en hese zang, de herhalende pianoklanken en het oplopende volume van de drums. 1234 kan eenvoudig worden gezien als een ode aan de punk rock dagen van de Ramones (‘Joey, Johnny, Dee Dee , Tommy’), de herkenbare structuur wordt vanaf het eerste moment in werking gezet. Tevens bevat het nummer een referentie naar Jim Carroll’s People Who Died, één van Morby’s favoriete nummers. Het is een korte onderbreking van het album, waar de grap niet geheel recht doet aan het verhalende.

Dat het album sterk door zijn muzikale helden is beïnvloed wordt maar eens te meer duidelijk op Aboard My Train. Niet alleen Bod Dylan’s Forever Young wordt aangehaald, maar ook Lou Reed’s aanwezigheid is voelbaar. Van het rustige drumritme van Sullivan wordt er overgestapt naar de pianoklanken van Richard Swift. Het nummer is vooral een reis door Morby’s leven, van zijn kindertijd en de verschillende steden waar hij in zijn leven verliefd op werd. De ruige gitaarklanken brengen de overgang naar alle filmbeelden die aan hem voorbij flitsen, een ode aan alle plaatsen en personen waar hij ooit een vriendschapsband mee opbouwde. Een zeer verfijnd kunststukje. De muzikale diversiteit van het album wordt hoorbaar wanneer de soulvolle klanken van de blues het gehoor binnendringen. Samen met Richard Swift op de drums brengt Kevin zijn zang zeer dichtbij, ondersteund door de harmonieuze achtergrondzang van Richard. Opnieuw is het gevoel van eenzaamheid bepalend voor zijn tekstuele uitingen. Op een groot plein downtown New York voelt de hoofdpersoon zich verlaten en vloeien de tranen rijkelijk in de melodieuze gitaarklanken. Het zijn de referenties waardoor het allemaal soms iets te veel van het goede wordt op het album. Zo verwijst het 40 seconden durende Flannery naar Flannery O’Connor’s boek The Violent Bear It Away, waar een kind de naderende lichten van een stad aanziet voor een groot vuur. Gelukkig vormt dit korte verhaal ingesproken door Meg Baird de introductie van de titeltrack. City Music werd ooit ingespeeld op de banjo, maar het verhaal komt met een voltallige band pas echt tot leven. Television’s Marquee Moon herleeft in de harmonieuze werking tussen Morby’s gitaarspel en dat van Meg Duffy. Het gevoel van de eenzame tochten door de drukke straten van een metropool worden deze keer dan ook volledig in werking gezet door de muziek. Het is een nummer waarin de stadse klanken uit de voorbij flitsende barretjes, muziekpodia en drukke concerthallen samengaan met de drukke verkeersstromen van ronkende motoren en piepende banden. De gitaarriff breekt halverwege het nummer door naar het versnelde ritme van de drums, de jamsessie wordt opgerekt tot een kleine zeven minuten. Meeslepend en indringend tegelijk.

Vanaf de titeltrack glijdt het album in sneltreinvaart door in een ode aan de Velvet Underground en Lou Reed. Vanuit de torenhoge wolkenkrabbers aanschouwt het personage in Tin Can het passeren van mensen en auto’s in de drukke straten. Het stadse gevoel wordt deze keer van een meer zonnige klank voorzien, al blijft het gevoel een vreemdeling te zijn overheersen (‘I’m no one but a face just a stranger in a stranger place’). De vervreemde klanken worden door de gitaren ontwikkeld, waarnaast de piano als ondersteunende factor dient. De tropische klanken van de drums verscherpen de klanken en besluit Morby tenslotte met ‘But I don’t mind’ dat het helemaal niet erg is om je af en toe wat vreemd te voelen in zo’n miljoenenstad.  Caught in My Eye is een cover van de Amerikaanse punkband The Germs. Het rauwe randje is er vanaf gehaald en de akoestische gitaarklanken brengen de wonderschone teksten beter naar voren. Morby klinkt aangeslagen en weet de emotionele inslag te vergroten door het effectieve gebruik van zijn stemgeluid. Meg Baird’s hoge vocalen zorgen samen met de exotische klanken voor de diepe ontroering. Na elke onderbreking wordt er weer teruggegrepen naar de hoofdlijn van het album, het personage dat zich bevindt in de grote stad. In Night Time wordt het stadse aanzicht bij nacht bekeken uit het appartementje hoog in de wolkenkrabber. De pracht zit ditmaal weer verwerkt in de samenhang tussen de diverse instrumenten die hoorbaar zijn. Van de korte aanrakingen op de piano, de roffelende drums tot aan de ruwe gitaarklanken. De band weet als geheel het gevoel van het leven in een drukke stad tot leven te wekken. Het nummer sluit af met de hoofdpersoon al luisterend naar Bob Dylan’s Sad-Eyed Lady of the Lowlands. In Pearly Gates worden de hemelse poorten geopend naar het hiernamaals. De gitaarriff benadrukt de kracht van de muziek wanneer de hoofdpersoon zich voor de poorten bevindt. De dochters van Richard Swift brengen de gospel tot leven in St. John The Divine, een gotische kathedraal in New York. De keyboardklanken en drums vermengen zich klakkeloos in de energieke ondergrond van het basspel. Al wachtend voor de poorten wordt je favoriete muziek ten gehore gebracht, voordat het leven na de dood zijn aanvang neemt. Downtown’s Lights is niet alleen het slotstuk van het album, maar kan ook worden gezien als een nummer waarin iemand aan het einde van zijn/haar leven staat. Samen met basgitarist Meg Duffy en drummer Justin Sullivan brengt Morby zijn kwetsbare stem in de emotionele ondertoon. Het naderende einde voert de hoofdpersoon langs de beelden uit het verleden en het geloof in meer dan dit leven alleen. Het langzame ritme kruipt voort wanneer de emoties worden aangewakkerd en de laatste klanken het gehoor binnendringen, ‘I watch the tide flying like a sparrow, I Watch the lights dying off like dominoes’.

In City Music voert Kevin Morby je met veel muzikale diversiteit mee door de stedelijke gebieden van de Amerikaanse staten. Op effectieve wijze wordt de eenzaamheid van de hoofdpersoon verwerkt in de muzikale samenhang, van de wonderschone klanken van de akoestische gitaar tot aan de donkere tonen van het orgel. Daarnaast staat het album bol van de muzikale verwijzingen naar de muziek van de Velvet Underground en met name Lou Reed. Bij vlagen voeren de terugkoppelingen je te vaak terug naar het verleden, maar nergens doet dit echter af aan het overkoepelende verhaal in de grote stad. Of het nou de nachtelijke lichten in een metropool zijn of de manier waarop je in alle eenzaamheid door de drukke straten van New York slentert, Morby geeft je het gevoel deel uit te maken van het verhaal. En juist dit verhaal geeft de groei aan van hem als muzikant, het verwerken van elk hoofdstuk in het tekstuele en muzikale.

8,0

Tracklist:

  1. Come to Me Now (4:51)
  2. Crybaby (3:56)
  3. 1234 (1:47)
  4. Aboard My Train (3:15)
  5. Dry Your Eyes (4:12)
  6. Flannery (0:40)
  7. City Music (6:44)
  8. Tin Can (4:50)
  9. Caught in My Eye (3:33)
  10. Night Time (6:03)
  11. Pearly Gates (3:52)
  12. Downtown’s Lights (4:19)

Speelduur: 48:02
Genre: Rock, Folk
Releasedatum: 16 juni 2017


Kevin Morby - City Music

 

Over Hugo van den Bos

Hugo van den Bos
Als muziek- en vinylliefhebber ontwikkelde ik in 2011 de site Platendraaier, om een overzichtelijk platform te bieden met informatie over platenbeurzen, platenzaken en bijzondere hoezen. In de loop van de jaren zijn hier diverse onderdelen bijgekomen zoals een concertagenda, een lijst van poppodia en een overzicht van verschenen muziekdocumentaires. Eind 2013 startte ik de muziekblog, waarop door mij geschreven albumrecensies, concertverslagen, muzieklijstjes en artikelen over platenzaken te vinden zijn. Andere activiteiten: ontwerpen en programmeren van websites, backpacken door verre oorden, bekijken van complexe films, actief meedenken bij tv quizzen, kilometers vreten op de mountainbike en als wandelaar, drinken van kwaliteitskoffie, smikkelen van de binnen- en buitenlandse keuken en genieten van speciaalbieren.

Lees ook eens

Ron Sexsmith - Wishing Wells

Ron Sexsmith – Wishing Wells

Ron Sexsmith is nooit doorgebroken tot het echte grote publiek, maar heeft in de loop …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *