Quicksand – Interiors

De band Quicksand ontstond in 1990 en kent sindsdien de klassieke samenstelling van gitarist-zanger, sologitarist, drummer en bassist. De muziek die ze maken is allerminst klassiek te noemen. Het labeltje ‘Alternative Metal’ is erg algemeen, maar daar komt hun muziek wel op neer. Twee albums werden uitgebracht in de jaren negentig, daarna gingen ze uit elkaar. Vervolgens zien we de bandleden in talloze bands opduiken, teveel om hier op te noemen. Hoewel daar ook zeker interessant materiaal uit voort is gekomen, kwam de band dit jaar tot ieders verrassing met een nieuw album getiteld Interiors. Aan de cover zie je al dat het geen standaard rockalbum is, maar een kijkje in een andere wereld. En gelukkig kunnen we ook even ons oor te luister leggen in die andere wereld…

Met Illuminant laat Quicksand er geen misverstand over bestaan wat voor band het is en dat is geen popband. Een slopende riff gespeeld op de gitaar, aangevuld door de massieve bas. De stem van Walter Schreifels is een mooie, hij probeert niet te overdrijven, maar weet de boodschap over te brengen. De boodschap gaat over licht, ‘illuminant’ betekent lichtbron. Het is een paradoxale tekst, over een ‘jij’, die een schoonheid in stilte kan zijn. Daarnaast of daarentegen, kan ze (of hij) een licht laten schijnen, van gebroken geluiden, tussen taal en gedachte… Verschillende tegenstellingen komen dus voor het voetlicht: Stilte – geluid, schoonheid – gebroken en taal – gedachte. Hoewel die laatste twee tegenstellingen niet per se een tegenstelling  hoeven te zijn. Het eindigt met: ‘How the light gets in, I hope you work it all out’, en dat geldt ook voor de tekst; Die moet je zelf uitwerken/interpreteren. Een schurende riff met een vals nootje begint, na een turbo-roffel op de drums van Allan Cage. Under The Screw is onderweg. Het nootje blijft gegarandeerd nog in je hoofd hangen als dit nummer afgelopen is, maar zover is het gelukkig nog niet. ‘I can’t help it, I’ve got a very fatalistic mind’ zingt Schreifels in het refrein.  Het lijkt erop alsof hij denkt dat er iets fout gaat, hoewel de tekst vrij positief is. Over een relatie, liefde of vriendschap, waarbij je voor elkaar zorg draagt. Maar de harde melodie en het ritme spreken dat tegen, evenals de titel. ‘To put under the screw’ zou ik vertalen als: Iemand onder druk zetten. Na twee keer couplet – refrein komt er een break met geluiden van onder andere een stem die ver weg lijkt te zijn, een omgekeerd gitaargeluid á la Jimi Hendrix en een hoop wah-wah. Het lijkt te vertragen, maar dan word je nog een keer onder je achterste geschopt met die heerlijke beuk-riff van gitarist Tom Capone en consorten.

Ook nummer drie, Warm And Low, knalt er onmiddellijk weer lekker in. Het begint een beetje hoog en koud, metaalachtig op de gitaar, in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden. Dat paradoxale wordt een beetje een dingetje, zoals dat tegenwoordig heet, ook op de rest van het album. Maar het ‘Low’ wordt gebracht door bassist Sergio Vega, die erbij komt met één van de meest lage en verstoorde basgeluiden die ik ooit heb gehoord. Alsof zijn versterker elk moment kan ontbranden, toch een aangename spanning creërend. Het couplet wordt ingezet met een donder-riff van beide gitaristen. De tekst laat zich niet één-twee-drie duiden, maar de woorden uit de titel, ‘warm and low’, komen wel letterlijk terug, in tegenstelling tot de eerste twee titels. ‘Keep them warm and low’ om precies te zijn.  Wat er precies warm gehouden moet worden blijft vaag, je hoort wel in het eerste couplet dat het gestolen is van dieven. Na dit couplet een tussenspel dat hetzelfde is als het intro: hoog gitaartje, lage bas. En met laag bedoel ik laag, als in zes voet onder de grond. Wat ik nog niet genoemd had is het drumwerk, dat ik zou willen omschrijven als warm en swingend, hoewel Cage ook hard kan ‘rocken’ bijvoorbeeld in het refrein. Na het refrein een tweede couplet, qua lengte de helft van het eerste. Om de stijl van Schreifels’ teksten duidelijk te maken, hier de volledige tekst van dit couplet:

Invisible thing, to contemplate.
Pushed us too far, behind the gates.
With too much love to ever recreate.

Je ziet dat het moeilijk is om er de vinger op te leggen waar het nu precies over gaat, maar dat kan ook aan mij liggen uiteraard. Ik heb wel over Schreifels gelezen, dat hij in het begin van zijn carrière nog erg werd geïnspireerd door Hiphop. Best wel onverwacht, behalve als je weet dat hij opgroeide in de jaren 80 in New York. Hiphop was overal en je hoort en ziet nog steeds die invloed in de teksten op Interiors. Ritme en rijm zijn vaak belangrijker dan een precies afgebakend verhaaltje. Na de zware sound van Warm And Low, in één keer door naar het lichte intermezzo, getiteld: >. In de wiskunde zou je dit symbool ‘groter dan’ noemen, maar hier is het denk ik gewoon een pijltje. Een pijl staat vaak voor een richting die verandert en als ik die richting hier zou moeten benoemen, gaat de muziek meer een melodieuze kant op. Het intermezzo is een soort Pink Floyd intrumentaal en het volgende nummer Cosmonout, laat ook de zanger Schreifels horen die meer zingt en melodie pakt, dan voorheen. Een kosmonaut, de Russische naam voor een astronaut, komt niet letterlijk voor in het lied. Ik zie de kosmonaut en zijn ruimtereis als een metafoor voor de  afstand die je moet overbruggen, voordat je tot iemand doordringt en er een relatie  – van welke soort dan ook – kan ontstaan. Daar gaat de tekst van Cosmonauts volgens mij over. Muzikaal is het waarschijnlijk het meest radiovriendelijke nummer op de plaat, ik haat die term maar weet even geen andere. In principe is de opbouw ook vrij conservatief: couplet – refrein – couplet – refrein – solo –refrein. Maar alsof de gitarist bang is dat het allemaal te gezellig klinkt, speelt hij een onorthodoxe solo, met tonen die je op zijn zachtst gezegd onverwacht zou kunnen noemen. Overigens is de bas onveranderd diep en verstoord aanwezig en dat is mooi, want hij valt in zo’n ‘vriendelijk’ nummer juist extra op.

Interiors (het nummer) begint weer met een gemeen intro maar gaat, in ieder geval in de coupletten, wel verder op de iets vriendelijkere toon.  Na het intro, waarin een later terugkerende riff zit, een mooi couplet over het ‘fixen’ van iets. De vraag is echter of het nog wel gefixt kan worden. Je zou hierin een beschrijving van Donald Trump (zijn beleid) kunnen lezen, iemand over wie Schreifels zich in het verleden negatief heeft uitgelaten. In het refrein keert de introriff terug en wordt de muziek wat gemener om daarna weer terug te keren naar rustiger vaarwater voor het tweede couplet. Daarna een bruggetje dat leidt tot de solo over een heel nieuw stuk muziek. Een mooie solo, niet overdreven maar precies genoeg, met een rol voor, ik denk het favoriete pedaal van gitarist Tom Capone; Het wah-wah pedaal. Het refrein wordt daarna nog een keer gespeeld om door te gaan naar het outro, dat ook een nieuw stuk instrumentale muziek is. Dat outro heeft eigenlijk twee delen, het eerste is beukend stuk dat lijkt op een versnelling maar dat in feite niet is, à la Black Sabbath. Dan komt er een psychedelische epiloog dat bijna ‘>’ nummer twee had kunnen zijn. Hyperion opent kant twee van de plaat. Hyperion is één van de twaalf Titanen uit de Griekse mythologie, de Titaan van het licht om precies te zijn. Het lied begint heel open in het intro, maar dan valt er weer een aangenaam gewichtige, solide riff in voor het couplet. Tussen de eerste twee coupletten wordt het mooie intro herhaald en na dit alles het refrein. In de teksten van het refrein en de coupletten kunnen we sporen aanwijzen van de mythe van Hyperion, maar het is summier. Woorden die voorkomen zijn namelijk zonlicht, boomtoppen en jaloezie. Dit lijkt misschien onsamenhangend, maar (zon)licht is hierboven al beschreven en Hyperion betekent letterlijk ‘de in de hoogte wandelende’. Hij kon dus over boomtoppen kijken. Hyperion stootte samen met zijn broers en zussen, zijn vader van de troon uit jaloezie.

‘Vuur, vlammen en hitte deze keer!’, daar komt Fire This Time op neer. De riff teistert eerst je rechteroor voordat de drum en de andere gitarist erbij komt, en ze zich naar het midden verplaatsen. Op de helft van het eerste couplet komt de bas erbij en is de band weer compleet. De rijm in dit liedje vind ik aan de makkelijke kant, alsof ze de muziek al hadden met een goede drive erin en nog even een tekst moesten verzinnen. ‘Do what you like (…) all day, catch a fire before it flies away.’ Gelukkig staan ze muzikaal wel in vuur en vlam met een leuke gitaarsolo, van rechts naar links in het stereogeluid, die ook weer in het outro terugkomt. Er is genoeg diversiteit en vitaliteit in dit nummer zodat het niet saai wordt; Vergis je niet, deze band is (nog steeds) perfect op elkaar ingespeeld. Het laatste kwartetje nummers begint met Feels Like A Weight Has Been Lifted, de langste titel van het album die meteen de zin verraadt, die centraal staat in het lied. Verder is de tekst wat mij betreft onsamenhangend. In de kunstwereld noem je een schilderij waar je niks van kan maken: Abstract expressionistisch. Zo zou ik deze tekst ook noemen, of positiever: Hij staat in dienst van de muziek. Die muziek begint de eerste tien seconden met een heel rustig gitaar deuntje over een drumroffeltje dat je in het circus verwacht, alvorens de directeur begint; ‘Hooggeëerd publiek…’ Maar in plaats van de leeuwen, hoor je de feedback van de gitaar opkomen. In de coupletten zit wel een fijn gedempt gitaarriffje, maar de coupletten vind ik een beetje topzwaar, ook doordat de hele tijd de titel herhaald wordt. Ik vind dit niet het beste nummer van de plaat. De muziek is een beetje eentonig en overdreven heavy en de tekst is hier dan ook nog ondergeschikt aan.

Vervolgens het tweede intermezzo, toepasselijk getiteld >>. Het is niet echt een overgang, een pijl die je van het ene naar het andere leidt. Meer een welkome rust waarin je even bij kunt komen van het muzikale geweld. Want na het intro komt er weer een offensief, geleid door een militaire drumpartij en het gedempte gitaarriffje. Sick Mind heeft eigenlijk één van de meest samenhangende teksten van het album, in die zin is het wel een breuk met bijvoorbeeld Feels Like A Weight… Een tekst over leugens en bedrog, maar wel voor de laatste keer. De leugenaar heeft een verdorven geest en verraad zijn of haar vrienden, geheel volgens het snode plan. De woorden ‘sick mind’ in het refrein zijn fijn getimed. En om de boosheid van de bedrogene en de boosaardigheid van de bedrieger te benadrukken, wordt er een minisolo en een outrosolo gespeeld. Door de ongebruikelijke keuze van tonen en de herhaling, brengen die de boodschap precies over.

In het intro van Normal Love, lijkt het wel of drummer Allan Cage een knus jazznummertje aftikt. Dit is uiteraard een muzikale illusie, de gitaar komt er weer mooi verstoord invallen. Het is echter wel zo dat dit nummer een tandje terugschakelt, wat betreft hardheid en tempo. Ik vind Quicksand beter als ze die spanning opzoeken tussen een hard gitaar- en vooral basgeluid, en een melodieuze emotionele song. Wat dat betreft zou dit een goede keuze zijn voor een single. Met Normal Love zou je een groter publiek binnen kunnen hengelen. Maar ik heb niet echt het idee dat dit hun bedoeling is. Normal Love is geen single geworden, maar het gekozen Cosmonauts is ook wel een goede keuze, die de genoemde spanning mooi weergeeft. Terug naar Normal Love zien we een verhaal in de tekst over een soort verboden liefde, ‘vergiftigde pijlen’, waarvan degene die het beleeft denkt: ‘Ik had het van mijlenver aan moeten zien komen.’ Een puntige riff in het couplet, maar wel wat swingender dan de rest van het album, afgewisseld gitaar en dan bas. In het refrein breekt het open naar een prachtige slepende melodie. In de brug tussen de laatste refreinen wordt eigenlijk maar één akkoord op de gitaar aangehouden, maar toch is het mooi om naar te luisteren, omdat de bas er omheen speelt en het ritmisch interessant is gemaakt. De brug wordt afgesloten met een trillerig gitaargeluidje, het zou kunnen dat de gitarist een slinger aan een knop van zijn delaypedaal geeft. Dan nog één keer het refrein dat met zoveel inlevingsvermogen wordt gezongen, dat je vermoedt dat het autobiografisch is.

Quicksand laat met Interiors horen dat ze vierentwintig jaar na het verschijnen van hun debuutalbum nog steeds een hard album kunnen maken dat toch interessant is. Voor mij gaan de termen ‘hard’ en ‘interessant’ niet vaak samen in de muziek, maar bij dit album dus wel. Als de teksten nog iets diepgaander waren en op sommige plaatsen beter te verstaan, zou het een uitstekend album zijn. Nu is het een erg goed album. Vooral de nummers waarin het lijkt of Schreifels zich meer inleeft vind ik eruit springen. Misschien zijn die wel autobiografisch, maar dat blijft altijd gissen. Je hoort dan, zoals eerder aangegeven, een mooie tegenstelling tussen het harde geluid en de tekst en zang. Vooral die glorieuze verstoorde bas komt dan mooi naar voren, voor mij totaal niet storend, maar juist een mooie paradox. In andere nummers probeert de band iets te veel om hard en vaag te klinken, ook in de teksten, en die nummers trekken het gemiddelde iets omlaag voor mij. Wel is het goed dat ze ook in die nummers, bijna nooit een reguliere (gitaar)solo spelen. Het is meestal een instrumentale brug of break, of wat onverwachte geluiden. Hierdoor wordt de bijna metalen cadans, die ze nog steeds hebben, niet verstoord en dat is buitengewoon prettig. Zolang ze er niet te veel op gaan leunen.

8

Tracklist:

  1. Illuminant (3:53)
  2. Under the Screw (2:56)
  3. Warm and Low (3:48)
  4. (0:47)
  5. Cosmonauts (4:08)
  6. Interiors (4:58)
  7. Hyperion (4:34)
  8. Fire This Time (3:22)
  9. Feels Like a Weight Has Been Lifted (3:35)
  10. >> (1:36)
  11. Sick Mind (3:13)
  12. Normal Love (4:16)

Speelduur: 41:06
Genre: Emo, Alternative Metal, Post-Hardcore
Releasedatum: 10 november 2017


 

Quicksand - Interiors

Over Berrie Reijs

Berrie Reijs
Sinds de cassettebandjes in de auto op weg naar de zomervakantiebestemming ben ik geobsedeerd door muziek. Veel van de artiesten die toen voorbij kwamen zijn nu deel van mijn platencollectie. Later is mijn smaak breder geworden en vandaag gaat die van country via punkrock naar hiphop en weer terug. Ik sluit me in deze volledig aan bij Jimi Hendrix die stelde dat er maar twee soorten muziek bestaan: Goede en slechte. Schrijven vind ik een aangename bezigheid en door te schrijven voor deze site, wil ik mensen kennis laten maken met de muziek waar ik van houd en mijn schrijfstijl.

Lees ook eens

Deftones - Leathers

Deftones – Leathers

De naam zegt het eigenlijk al want de muziek van de Amerikaanse metalband Deftones dringt …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *