Raw Flowers – No Time Like The Present

Na hun debuutplaat uit 2014, keert de band Raw Flowers terug met een nieuwe bassist en het album No Time Like The Present. Het opnemen van de tweede plaat levert bij veel bands problemen op, maar ook niet zelden interessante muziek. Interessant is No Time Like The Present zeker en hij rockt als de tweede van Led Zeppelin. Maar problemen? Ja en nee. Toen de eerste nummers werden geschreven voor het nieuwe album en tijdens optredens werden gespeeld, werden ze iets te langzaam bevonden. De band wilde wat meer oomph in de nummers en man daar zijn ze in geslaagd. In een recent interview vertelden gitarist Paul Diersen en zanger Lawrence Mul dat de helft van de nummers die uiteindelijk het album haalden werden geschreven in een paar ‘zoldersessies’. Toen er een nieuwe bassist werd ingelijfd werden de eerste langzamere nummers definitief overboord gegooid en de rest van het album geschreven. In een paar dagen werd de muziek voor het album opgenomen onder de bezielende leiding van Roy Klein Entink. Vervolgens de zang erbovenop en afmixen door Klein Entink. Diersen en Mul, tevens oprichters van de band, worden naar eigen zeggen geïnspireerd door onder andere garage-rock en proto-punk. Deze muziekstijlen associeer ik niet in eerste instantie met een goede, kraakheldere geluidskwaliteit, maar dat heeft No Time Like The Present absoluut wel. Het geluid is uitstekend, of je het nu luistert over je gare cassettedeck/LP combinatie uit 1983, of je state-of-the-art koptelefoon. Tel hierbij op: Een elftal ijzersterke songs en je wilt deze recensie zeker verder lezen.

Good Night & Good Luck is een goed gekozen opener. Het is een kleine showcase van waar Raw Flowers toe in staat is. Een dubbelloopse gitaaraanval van hoekige riffs, afgewisseld met melodieuze fills. Een meezingrefrein en zanger Mul die zijn longen eruit zingt, maar toch je oor streelt. Allemaal in 2 minuut 36. Deze binnenkomer laat de positieve boodschap horen ‘the only remedy is love’. In combinatie met de ‘flowers’ in de bandnaam zou je aan hippiemuziek kunnen denken, maar niks is minder waar. Een stevige rocker dus, die verder tekstueel gaat over nieuwkomers (vluchtelingen?) die verminderd welkom zijn. En over dansen. Op nummer twee staat de eerste single van het album, Cosmic Fugazi, waar de albumtitel No Time Like The Present uit is geplukt. In het intro zingt Mul ‘alright!’ en je bent geneigd te geloven dat alles goed is, of komt. Voortgestuwd door het voet-mee-tik-uitlokkende ritme van drummer Ilja Vaags, merk je hier wel dat ze voor de snellere nummers zijn gegaan. De tekst is voor mij enigszins vaag maar de titel Cosmic Fugazi doet vermoeden dat het gaat over iets dat nep is (een fugazi) en er niet toe doet. Misschien is de hele kosmos wel een grote grap. Oftewel, je moet niet overal een betekenis achter zoeken, maar leven in het nu. Je kunt je gesteund voelen door de vloeiende gitaarpartijen van Diersen en de stem van Mul die bij tijd en wijlen aan Eddie Vedder doet denken. Niet de slechtste associatie dacht ik zo en ook de muziek hangt af en toe tegen de grunge aan.

Zo ook de heftige ritmes en dikke gitaarpartijen van het volgende nummer Blue Stained Brother. Ritme en gitaar plus de galm op de zang en de oehs en aahs op de achtergrond, doen me erg denken aan Alice In Chains ten tijde van de plaat Dirt. De herhalende riff wordt niet saai, omdat de bas van Raymond Grevink er zo mooi ‘omheen danst’. Drummer Ilja Vaags slaat net achter de tel waardoor een effect ontstaat van schijnbare vertraging. Met horten en stoten, dit bedoel ik positief, vindt de Blue Stained Brother zijn weg. De Brother in kwestie is een soort opperwezen, dat mensen aan zich bindt om ze vervolgens te gebruiken. En als hij klaar met ze is, neemt hij wraak: ‘Best revenge I’ve ever had, put ‘m face first in the sand. All the time it’s time to yield, kill the girls, rape the land.’ Waarvoor hij wraak neemt is niet duidelijk, maar dat is juist wel interessant, je kunt er je eigen interpretatie aan geven. Dit is bij meerdere teksten op het album het geval. Het lied eindigt en begint met een ongewoon gitaargeluid. Volgens mij zijn het snaren die achter de brug aangeslagen worden. In The Duel wordt de voorliefde voor murder ballads van zanger en gitarist duidelijk. De tekst leest als een achttiende-eeuws gedicht. Het lied voelt ook klassiek alsof het een cover van een nummer is dat al honderd jaar bestaat en dat is altijd een goed teken. Muzikaal gezien is het een uitstapje naar country-ish, met bijbehorende ladingen reverb en tremolo-gebruik op de gitaar. Ook een klein solootje ontbreekt niet, mooi beheerst gespeeld. Mul bezingt als een ervaren cowboy/gentleman het reilen en zeilen van het duel, waarvan ik uiteraard de uitkomst niet verklap. Het gaat in ieder geval over een man die verliefd is op een vrouw die (zoals zo vaak het geval is in romantische geschriften) toebehoort aan een andere man. En dus moet er een duel uitgevochten worden. Klinkt simpel, maar het is met een trefzekerheid in het Engels geschreven, die zeldzaam is in Nederland.

In het volgende nummer blijkt nogmaals dat gitarist Diersen meerdere stijlen en geluiden beheerst. Hier is het gitaargeluid aangenaam overstuurd waarschijnlijk door een fuzz-pedaal, bijvoorbeeld bekend van de riff in (I Can’t Get No) Satisfaction van The Rolling Stones. Aangenaam smerig zou ik het willen noemen. Op de andere gitaartrack is een heftig tremolo effect te horen, maar misschien word ik nu iets te gitaartechnisch. Er is namelijk nog veel meer interessants te horen op Handfull of Doves. De riff van het couplet vormt ook het intro. In het couplet slaat de gitarist bij elke zin één keer het akkoord aan met de tremolo er overheen. Aan het einde van de zin herhaalt hij de riff. De ritmesectie blijft swingend doorspelen onder Mul’s stem en maakt het moeilijk om je hoofd stil te houden tijdens dit nummer. Tussen de eerste twee coupletten zit een break die je wel ziet aankomen maar misschien daarom wel extra fijn is. Na het tweede couplet volgt de onheilspellende prechorus waarin een mooi gitaarriffje zit dat in het refrein wordt herhaald. Ook in de coda, die wordt doorgespeeld tot de fade-out, horen we de riff met nog wat psychedelische geluiden op de achtergrond om het geheel op smaak te brengen.  De drummer houdt het geheel in toom door een bijna militair ritme neer te leggen. Eén twee drie vier, één twee drie vier…  ‘It’s announced’ wordt bijna als een mantra erdoorheen gezongen. Wat wordt er ‘announced’? Ik denk de dood van de hoofdpersoon van het nummer, maar wederom is dit een interpretatie.

Light of Life begint als een langzame ballad in het intro, maar vervolgens wordt er een paar versnellingen opgeschakeld. Niet dat het een heel snel tempo wordt, maar toch genoeg om een aangename, Black Keys-achtige, sfeer op te roepen. Gitarist Diersen, die bij ongeveer 1 minuut 50 begint te soleren, krijgt de tijd en dit resulteert in een mooie melodieuze solo. Een aangename breuk met de rest van het nummer. In het lied zitten we in de schemering en als het donker nadert, naderen ook silhouetten. Ze lijken ons wijzer te maken, maar schijn bedriegt. We moeten leren om licht te vinden, zelfs in het donker is er levenslicht te ontdekken. Maar wacht niet te lang, want voordat je het weet laat de gitarist zijn vinger achteloos over een snaar naar beneden glijden en is het lied voorbij. En dan begint het walsritme van The Ride Is Over, na een gehamerde noot van de gitarist. De gitaarpartij gaat in het couplet drie keer op en drie keer neer om ver volgens met de zang mee te gaan; ‘A day grows up to die’. Zoals je ziet niet echt een opbeurende tekst, maar misschien wel de mooiste van No Time Like the Present. En in combinatie met de titel van het album kun je de boodschap van het nummer ook positief opvatten. Het aloude adagium pluk de dag, want het is zo voorbij. Vandaar The Ride is Over. Tegen het eind van de brug trekt Mul zijn stem in de hogere regionen van zijn bereik.  Er volgt een mooie break, waarna je alleen bas en drum hoort, die het lied tot bij het laatste refrein brengt. Het eindigt in een prachtig crescendo met Mul’s aangenaam schurende stemgeluid. En dan nog een keer een gehamerd nootje op de gitaar (het op en af ‘hameren’ van je vinger op de gitaarsnaar, waardoor je steeds twee verschillende noten achter elkaar hoort). Door de tremolo van de gitaar nog even te gebruiken, wordt een soort neerstortend geluidseffect gecreëerd.Het ritme van het volgende nummer (How I Wish) is ingewikkeld maar toch gebaseerd op een 4/4 maatsoort, als ik (zijnde een niet-drummer) het goed begrijp. Door dit ritme en de gitaarsound van twee gitaren en zeker ook de stem van Mul roept dit echt (weer) een associatie met Pearl Jam op. In het refrein komt het ritme weer op de tel waardoor het makkelijker voor het oor wordt en het refrein er extra uit knalt. Het is dan ook moeilijk om niet ‘ignorance is bliss!’ mee te zingen. Diersen kan het niet laten om nog heel even zijn tremolo aan te raken voor de laatste toon wegsterft, een glimlachje kan ik niet onderdrukken.

‘I’ve been here before, back in 1985’. De verteller in het nummer 1985 is kennelijk iets ouder dan ik als hij herinneringen aan dit jaar heeft. Dit lied, nummer 9 op de plaat, eindig in een herhaling van de riff op de gitaar. Er ontstaat een coda met een tekst gezongen door Mul en Diersen, die vaak tweede stemmen voor zijn rekening neemt. Het heeft zoals eerder het effect van een soort mantra die de laatste tweeënhalve minuut van het nummer duurt, maar die toch niet gaat vervelen. Ook de tekst sluit hier, in ieder geval voor een deel, op aan. Over preken, een sjamaan en verschillende goden waaronder Bacchus die iemands leraar was. De percussie is in dit nummer wat uitgebreider dan de rest heb ik het idee. Gebaseerd op een stuwend – misschien wel sjamanistisch te noemen – ritme van de drummer en aangevuld door tamboerijn van de zanger. Het aftikken van de drummer en de rest van het korte intro van Knock ‘Em Down, doet vermoeden dat de band zich weer verplaatst naar de garage van de rock. Dit is ook wel zo, maar het blijft verrassend melodieus, met een lekkere verstoring op het gitaargeluid. Denk aan het album Vitalogy van Pearl Jam. Normaal gesproken heb ik een hekel aan vergelijkingen in de muziek, maar zoals is gebleken in deze recensie, blijf ik associaties maken, het gaat automatisch, ik kan er niks aan doen. Zodra ik bijvoorbeeld Knock ‘Em Down hoor, ben ik terug in de tijd bij Pearl Jam. Terug onder mijn hoogslaper ergens gedurende mijn middelbare school tijd. Eddie Vedder schreeuwend in mijn oor. De tekst kan ook een reden zijn voor de flashback, hoewel ik vrijwel altijd eerst naar de muziek luister. Het gaat over meisjes en groot worden. Dat ene meisje dat niet uit je hoofd gaat, je kan het niet hebben als andere jongens haar hand vasthouden. Later weet je dat dit de momenten waren dat je kindertijd eindigde. Een prachtige ballad over liefde en/of seks eindigt het album. Zo mooi gespeeld en gezongen dat het wel ergens autobiografisch moet zijn is Wild Enough?. Het begint met de bassist en drummer, wat bij deze band nooit een straf is. De zanger komt erbij en de gitarist geeft een aangename afwisseling tussen mooie, in tremolo gedrenkte, akkoordjes en bluesy fills. ‘Was it wild enough?’ vraagt de zanger zich af. Hij hoopt van wel want ‘life can’t get any better with her by my side. I’d kill the world to be her man’. Een waardige romantische afsluiter van een killer album.

Er is niks af te dingen op de kwaliteit van dit album. Iedere muzikant straalt, individueel en met elkaar. De zanger en tekstschrijver Lawrence Mul heeft ervaring en dat is hoorbaar. Vroeger was hij zanger van The Bloody Honkies die één album opnamen. Ook nam hij het eerste album met Raw Flowers op en zingt hij in verschillende coverprojecten. Daarnaast schrijft hij uitstekende teksten in het Engels, wat zoals ik al eerder schreef, vrij zeldzaam is in Nederland naar mijn mening. Zijn zangkunsten passen perfect bij de songs die hij grotendeels met gitarist Paul Diersen schrijft. Deze gitarist heeft een zeer verfijnde sound, die desalniettemin nergens slap of commercieel wordt. Hij blijft gelukkig weg van onnodige gitaargymnastiek en vult zijn partijen met een gevoel voor finesse feilloos in. Zijn solo’s mogen misschien wel in meer nummers opduiken. De drummer Ilja Vaags heeft zijn eigen stijl. Hij geeft een onweerstaanbare drive aan de nummers, zonder swing (soul) te verliezen. Dit is voor mij zo ongeveer het hoogste wat je kunt bereiken als rockdrummer. De bassist Raymond Grevink haakt hier naadloos op in en pakt zijn momenten waar het nodig is. Melodieus en toch diep en vol, vormt hij samen met de drummer de basis van nummers.

Een thema dat terugkeert is toch wel de dood, maar dan niet op een lugubere of pessimistische manier. De boodschap is meer dat onze tijd hier op aarde beperkt is en dat je dus in het nú moet leven. There’s no time like the present. De liefde laat zijn verschillende gezichten ook zien op het album. Liefde voor het leven, een vrouw of gewoon liefde voor een simpel bestaan en lekker dansen. Het enige puntje van kritiek dat ik kan geven is dat de ballad Wild Enough? en de rust die het nummer brengt, wat laat komt. Misschien had dit nummer meer naar het midden van het album gemoeten, bijvoorbeeld op het einde van kant 1 van de LP. The Duel brengt ook wel wat rust, maar je mist toch een beetje adempauze ergens. Doch eigenlijk is dit vloeken in de kerk want No Time Like The Present is een rockende rockplaat en daarbij moet je de luisteraar simpelweg geen tijd geven om bij te komen. Om dit te bereiken zijn geen trucs gebruikt, maar goede songs geschreven en opgenomen die gewoon een groot publiek verdienen.

Tracklist:

  1. Good Night & Good Luck (2:36)
  2. Cosmic Fugazi (2:48)
  3. Blue Stained Brother (5:13)
  4. The Duel (2:38)
  5. Handfull of Doves (3:21)
  6. Light of Life (3:11)
  7. The Ride is Over (3:47)
  8. How I Wish (3:47)
  9. 1985 (4:53)
  10. Knock ‘Em Down (3:40)
  11. Wild Enough? (4:44)

Speelduur: 43:05
Genre: Rock, Grunge
Releasedatum: 1 september 2017


Raw Flowers – No Time Like The Present

 

Over Berrie Reijs

Berrie Reijs
Sinds de cassettebandjes in de auto op weg naar de zomervakantiebestemming ben ik geobsedeerd door muziek. Veel van de artiesten die toen voorbij kwamen zijn nu deel van mijn platencollectie. Later is mijn smaak breder geworden en vandaag gaat die van country via punkrock naar hiphop en weer terug. Ik sluit me in deze volledig aan bij Jimi Hendrix die stelde dat er maar twee soorten muziek bestaan: Goede en slechte. Schrijven vind ik een aangename bezigheid en door te schrijven voor deze site, wil ik mensen kennis laten maken met de muziek waar ik van houd en mijn schrijfstijl.

Lees ook eens

Jason Isbell and The 400 Unit - The Nashville Sound

Jason Isbell and The 400 Unit – The Nashville Sound

Jarenlang was de uit Alabama afkomstige Jason Isbell een vast gezicht in het southern rock …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *