Albumrecensies – Platendraaier https://www.platendraaier.nl Beurzen, platenzaken, hoezen en muziekblog Sat, 17 Feb 2018 13:52:57 +0000 nl hourly 1 https://wordpress.org/?v=4.8.3 Quicksand – Interiors https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/quicksand-interiors/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/quicksand-interiors/#respond Sun, 19 Nov 2017 11:36:50 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=7271 De band Quicksand ontstond in 1990 en kent sindsdien de klassieke samenstelling van gitarist-zanger, sologitarist, drummer en bassist. De muziek die ze maken is allerminst klassiek te noemen. Het labeltje ‘Alternative Metal’ is erg algemeen, maar daar komt hun muziek wel op neer. Twee albums werden uitgebracht in de jaren negentig, daarna gingen ze uit …

Het bericht Quicksand – Interiors verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
De band Quicksand ontstond in 1990 en kent sindsdien de klassieke samenstelling van gitarist-zanger, sologitarist, drummer en bassist. De muziek die ze maken is allerminst klassiek te noemen. Het labeltje ‘Alternative Metal’ is erg algemeen, maar daar komt hun muziek wel op neer. Twee albums werden uitgebracht in de jaren negentig, daarna gingen ze uit elkaar. Vervolgens zien we de bandleden in talloze bands opduiken, teveel om hier op te noemen. Hoewel daar ook zeker interessant materiaal uit voort is gekomen, kwam de band dit jaar tot ieders verrassing met een nieuw album getiteld Interiors. Aan de cover zie je al dat het geen standaard rockalbum is, maar een kijkje in een andere wereld. En gelukkig kunnen we ook even ons oor te luister leggen in die andere wereld…

Met Illuminant laat Quicksand er geen misverstand over bestaan wat voor band het is en dat is geen popband. Een slopende riff gespeeld op de gitaar, aangevuld door de massieve bas. De stem van Walter Schreifels is een mooie, hij probeert niet te overdrijven, maar weet de boodschap over te brengen. De boodschap gaat over licht, ‘illuminant’ betekent lichtbron. Het is een paradoxale tekst, over een ‘jij’, die een schoonheid in stilte kan zijn. Daarnaast of daarentegen, kan ze (of hij) een licht laten schijnen, van gebroken geluiden, tussen taal en gedachte… Verschillende tegenstellingen komen dus voor het voetlicht: Stilte – geluid, schoonheid – gebroken en taal – gedachte. Hoewel die laatste twee tegenstellingen niet per se een tegenstelling  hoeven te zijn. Het eindigt met: ‘How the light gets in, I hope you work it all out’, en dat geldt ook voor de tekst; Die moet je zelf uitwerken/interpreteren. Een schurende riff met een vals nootje begint, na een turbo-roffel op de drums van Allan Cage. Under The Screw is onderweg. Het nootje blijft gegarandeerd nog in je hoofd hangen als dit nummer afgelopen is, maar zover is het gelukkig nog niet. ‘I can’t help it, I’ve got a very fatalistic mind’ zingt Schreifels in het refrein.  Het lijkt erop alsof hij denkt dat er iets fout gaat, hoewel de tekst vrij positief is. Over een relatie, liefde of vriendschap, waarbij je voor elkaar zorg draagt. Maar de harde melodie en het ritme spreken dat tegen, evenals de titel. ‘To put under the screw’ zou ik vertalen als: Iemand onder druk zetten. Na twee keer couplet – refrein komt er een break met geluiden van onder andere een stem die ver weg lijkt te zijn, een omgekeerd gitaargeluid á la Jimi Hendrix en een hoop wah-wah. Het lijkt te vertragen, maar dan word je nog een keer onder je achterste geschopt met die heerlijke beuk-riff van gitarist Tom Capone en consorten.

Ook nummer drie, Warm And Low, knalt er onmiddellijk weer lekker in. Het begint een beetje hoog en koud, metaalachtig op de gitaar, in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden. Dat paradoxale wordt een beetje een dingetje, zoals dat tegenwoordig heet, ook op de rest van het album. Maar het ‘Low’ wordt gebracht door bassist Sergio Vega, die erbij komt met één van de meest lage en verstoorde basgeluiden die ik ooit heb gehoord. Alsof zijn versterker elk moment kan ontbranden, toch een aangename spanning creërend. Het couplet wordt ingezet met een donder-riff van beide gitaristen. De tekst laat zich niet één-twee-drie duiden, maar de woorden uit de titel, ‘warm and low’, komen wel letterlijk terug, in tegenstelling tot de eerste twee titels. ‘Keep them warm and low’ om precies te zijn.  Wat er precies warm gehouden moet worden blijft vaag, je hoort wel in het eerste couplet dat het gestolen is van dieven. Na dit couplet een tussenspel dat hetzelfde is als het intro: hoog gitaartje, lage bas. En met laag bedoel ik laag, als in zes voet onder de grond. Wat ik nog niet genoemd had is het drumwerk, dat ik zou willen omschrijven als warm en swingend, hoewel Cage ook hard kan ‘rocken’ bijvoorbeeld in het refrein. Na het refrein een tweede couplet, qua lengte de helft van het eerste. Om de stijl van Schreifels’ teksten duidelijk te maken, hier de volledige tekst van dit couplet:

Invisible thing, to contemplate.
Pushed us too far, behind the gates.
With too much love to ever recreate.

Je ziet dat het moeilijk is om er de vinger op te leggen waar het nu precies over gaat, maar dat kan ook aan mij liggen uiteraard. Ik heb wel over Schreifels gelezen, dat hij in het begin van zijn carrière nog erg werd geïnspireerd door Hiphop. Best wel onverwacht, behalve als je weet dat hij opgroeide in de jaren 80 in New York. Hiphop was overal en je hoort en ziet nog steeds die invloed in de teksten op Interiors. Ritme en rijm zijn vaak belangrijker dan een precies afgebakend verhaaltje. Na de zware sound van Warm And Low, in één keer door naar het lichte intermezzo, getiteld: >. In de wiskunde zou je dit symbool ‘groter dan’ noemen, maar hier is het denk ik gewoon een pijltje. Een pijl staat vaak voor een richting die verandert en als ik die richting hier zou moeten benoemen, gaat de muziek meer een melodieuze kant op. Het intermezzo is een soort Pink Floyd intrumentaal en het volgende nummer Cosmonout, laat ook de zanger Schreifels horen die meer zingt en melodie pakt, dan voorheen. Een kosmonaut, de Russische naam voor een astronaut, komt niet letterlijk voor in het lied. Ik zie de kosmonaut en zijn ruimtereis als een metafoor voor de  afstand die je moet overbruggen, voordat je tot iemand doordringt en er een relatie  – van welke soort dan ook – kan ontstaan. Daar gaat de tekst van Cosmonauts volgens mij over. Muzikaal is het waarschijnlijk het meest radiovriendelijke nummer op de plaat, ik haat die term maar weet even geen andere. In principe is de opbouw ook vrij conservatief: couplet – refrein – couplet – refrein – solo –refrein. Maar alsof de gitarist bang is dat het allemaal te gezellig klinkt, speelt hij een onorthodoxe solo, met tonen die je op zijn zachtst gezegd onverwacht zou kunnen noemen. Overigens is de bas onveranderd diep en verstoord aanwezig en dat is mooi, want hij valt in zo’n ‘vriendelijk’ nummer juist extra op.

Interiors (het nummer) begint weer met een gemeen intro maar gaat, in ieder geval in de coupletten, wel verder op de iets vriendelijkere toon.  Na het intro, waarin een later terugkerende riff zit, een mooi couplet over het ‘fixen’ van iets. De vraag is echter of het nog wel gefixt kan worden. Je zou hierin een beschrijving van Donald Trump (zijn beleid) kunnen lezen, iemand over wie Schreifels zich in het verleden negatief heeft uitgelaten. In het refrein keert de introriff terug en wordt de muziek wat gemener om daarna weer terug te keren naar rustiger vaarwater voor het tweede couplet. Daarna een bruggetje dat leidt tot de solo over een heel nieuw stuk muziek. Een mooie solo, niet overdreven maar precies genoeg, met een rol voor, ik denk het favoriete pedaal van gitarist Tom Capone; Het wah-wah pedaal. Het refrein wordt daarna nog een keer gespeeld om door te gaan naar het outro, dat ook een nieuw stuk instrumentale muziek is. Dat outro heeft eigenlijk twee delen, het eerste is beukend stuk dat lijkt op een versnelling maar dat in feite niet is, à la Black Sabbath. Dan komt er een psychedelische epiloog dat bijna ‘>’ nummer twee had kunnen zijn. Hyperion opent kant twee van de plaat. Hyperion is één van de twaalf Titanen uit de Griekse mythologie, de Titaan van het licht om precies te zijn. Het lied begint heel open in het intro, maar dan valt er weer een aangenaam gewichtige, solide riff in voor het couplet. Tussen de eerste twee coupletten wordt het mooie intro herhaald en na dit alles het refrein. In de teksten van het refrein en de coupletten kunnen we sporen aanwijzen van de mythe van Hyperion, maar het is summier. Woorden die voorkomen zijn namelijk zonlicht, boomtoppen en jaloezie. Dit lijkt misschien onsamenhangend, maar (zon)licht is hierboven al beschreven en Hyperion betekent letterlijk ‘de in de hoogte wandelende’. Hij kon dus over boomtoppen kijken. Hyperion stootte samen met zijn broers en zussen, zijn vader van de troon uit jaloezie.

‘Vuur, vlammen en hitte deze keer!’, daar komt Fire This Time op neer. De riff teistert eerst je rechteroor voordat de drum en de andere gitarist erbij komt, en ze zich naar het midden verplaatsen. Op de helft van het eerste couplet komt de bas erbij en is de band weer compleet. De rijm in dit liedje vind ik aan de makkelijke kant, alsof ze de muziek al hadden met een goede drive erin en nog even een tekst moesten verzinnen. ‘Do what you like (…) all day, catch a fire before it flies away.’ Gelukkig staan ze muzikaal wel in vuur en vlam met een leuke gitaarsolo, van rechts naar links in het stereogeluid, die ook weer in het outro terugkomt. Er is genoeg diversiteit en vitaliteit in dit nummer zodat het niet saai wordt; Vergis je niet, deze band is (nog steeds) perfect op elkaar ingespeeld. Het laatste kwartetje nummers begint met Feels Like A Weight Has Been Lifted, de langste titel van het album die meteen de zin verraadt, die centraal staat in het lied. Verder is de tekst wat mij betreft onsamenhangend. In de kunstwereld noem je een schilderij waar je niks van kan maken: Abstract expressionistisch. Zo zou ik deze tekst ook noemen, of positiever: Hij staat in dienst van de muziek. Die muziek begint de eerste tien seconden met een heel rustig gitaar deuntje over een drumroffeltje dat je in het circus verwacht, alvorens de directeur begint; ‘Hooggeëerd publiek…’ Maar in plaats van de leeuwen, hoor je de feedback van de gitaar opkomen. In de coupletten zit wel een fijn gedempt gitaarriffje, maar de coupletten vind ik een beetje topzwaar, ook doordat de hele tijd de titel herhaald wordt. Ik vind dit niet het beste nummer van de plaat. De muziek is een beetje eentonig en overdreven heavy en de tekst is hier dan ook nog ondergeschikt aan.

Vervolgens het tweede intermezzo, toepasselijk getiteld >>. Het is niet echt een overgang, een pijl die je van het ene naar het andere leidt. Meer een welkome rust waarin je even bij kunt komen van het muzikale geweld. Want na het intro komt er weer een offensief, geleid door een militaire drumpartij en het gedempte gitaarriffje. Sick Mind heeft eigenlijk één van de meest samenhangende teksten van het album, in die zin is het wel een breuk met bijvoorbeeld Feels Like A Weight… Een tekst over leugens en bedrog, maar wel voor de laatste keer. De leugenaar heeft een verdorven geest en verraad zijn of haar vrienden, geheel volgens het snode plan. De woorden ‘sick mind’ in het refrein zijn fijn getimed. En om de boosheid van de bedrogene en de boosaardigheid van de bedrieger te benadrukken, wordt er een minisolo en een outrosolo gespeeld. Door de ongebruikelijke keuze van tonen en de herhaling, brengen die de boodschap precies over.

In het intro van Normal Love, lijkt het wel of drummer Allan Cage een knus jazznummertje aftikt. Dit is uiteraard een muzikale illusie, de gitaar komt er weer mooi verstoord invallen. Het is echter wel zo dat dit nummer een tandje terugschakelt, wat betreft hardheid en tempo. Ik vind Quicksand beter als ze die spanning opzoeken tussen een hard gitaar- en vooral basgeluid, en een melodieuze emotionele song. Wat dat betreft zou dit een goede keuze zijn voor een single. Met Normal Love zou je een groter publiek binnen kunnen hengelen. Maar ik heb niet echt het idee dat dit hun bedoeling is. Normal Love is geen single geworden, maar het gekozen Cosmonauts is ook wel een goede keuze, die de genoemde spanning mooi weergeeft. Terug naar Normal Love zien we een verhaal in de tekst over een soort verboden liefde, ‘vergiftigde pijlen’, waarvan degene die het beleeft denkt: ‘Ik had het van mijlenver aan moeten zien komen.’ Een puntige riff in het couplet, maar wel wat swingender dan de rest van het album, afgewisseld gitaar en dan bas. In het refrein breekt het open naar een prachtige slepende melodie. In de brug tussen de laatste refreinen wordt eigenlijk maar één akkoord op de gitaar aangehouden, maar toch is het mooi om naar te luisteren, omdat de bas er omheen speelt en het ritmisch interessant is gemaakt. De brug wordt afgesloten met een trillerig gitaargeluidje, het zou kunnen dat de gitarist een slinger aan een knop van zijn delaypedaal geeft. Dan nog één keer het refrein dat met zoveel inlevingsvermogen wordt gezongen, dat je vermoedt dat het autobiografisch is.

Quicksand laat met Interiors horen dat ze vierentwintig jaar na het verschijnen van hun debuutalbum nog steeds een hard album kunnen maken dat toch interessant is. Voor mij gaan de termen ‘hard’ en ‘interessant’ niet vaak samen in de muziek, maar bij dit album dus wel. Als de teksten nog iets diepgaander waren en op sommige plaatsen beter te verstaan, zou het een uitstekend album zijn. Nu is het een erg goed album. Vooral de nummers waarin het lijkt of Schreifels zich meer inleeft vind ik eruit springen. Misschien zijn die wel autobiografisch, maar dat blijft altijd gissen. Je hoort dan, zoals eerder aangegeven, een mooie tegenstelling tussen het harde geluid en de tekst en zang. Vooral die glorieuze verstoorde bas komt dan mooi naar voren, voor mij totaal niet storend, maar juist een mooie paradox. In andere nummers probeert de band iets te veel om hard en vaag te klinken, ook in de teksten, en die nummers trekken het gemiddelde iets omlaag voor mij. Wel is het goed dat ze ook in die nummers, bijna nooit een reguliere (gitaar)solo spelen. Het is meestal een instrumentale brug of break, of wat onverwachte geluiden. Hierdoor wordt de bijna metalen cadans, die ze nog steeds hebben, niet verstoord en dat is buitengewoon prettig. Zolang ze er niet te veel op gaan leunen.

8

Tracklist:

  1. Illuminant (3:53)
  2. Under the Screw (2:56)
  3. Warm and Low (3:48)
  4. (0:47)
  5. Cosmonauts (4:08)
  6. Interiors (4:58)
  7. Hyperion (4:34)
  8. Fire This Time (3:22)
  9. Feels Like a Weight Has Been Lifted (3:35)
  10. >> (1:36)
  11. Sick Mind (3:13)
  12. Normal Love (4:16)

Speelduur: 41:06
Genre: Emo, Alternative Metal, Post-Hardcore
Releasedatum: 10 november 2017


 

Quicksand - Interiors

Het bericht Quicksand – Interiors verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/quicksand-interiors/feed/ 0
JD McPherson – Undivided Heart & Soul https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/jd-mcpherson-undivided-heart-soul/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/jd-mcpherson-undivided-heart-soul/#respond Sun, 22 Oct 2017 14:30:11 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=7180 JD McPherson levert met Undivided Heart & Soul een nieuw album af, opgenomen in een oude studio. Hij wordt wel een ‘revivalist’ of een ‘retro-rocker’ genoemd, maar zijn muziek is volledig overtuigend. Het woord retro impliceert namelijk dat hij iets of iemand nadoet, maar hij lijkt geboren om Rock & Roll te spelen, zoals hij …

Het bericht JD McPherson – Undivided Heart & Soul verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
JD McPherson levert met Undivided Heart & Soul een nieuw album af, opgenomen in een oude studio. Hij wordt wel een ‘revivalist’ of een ‘retro-rocker’ genoemd, maar zijn muziek is volledig overtuigend. Het woord retro impliceert namelijk dat hij iets of iemand nadoet, maar hij lijkt geboren om Rock & Roll te spelen, zoals hij zijn eigen muziek noemt. Die muziek is ingespeeld in de RCA studio B in Nashville. De stad, ook wel Music City genoemd, en de studio zijn plaatsen vol muziekgeschiedenis. De studio werd in het verleden gerund door Chet Atkins, die er vele country en Rock & Roll legendes vastlegde. Veel instrumenten die door McPherson en de andere musici bespeeld werden, hebben een connectie met helden van weleer. De piano is gebruikt voor opnames van The Everly Brothers, de vibrafoon voor die van Roy Orbison en ga zo maar door.  Wat ik met het voorgaande wil bevestigen, is dat de sound inderdaad retro is. Of nee, ‘vintage’ is eigenlijk beter in deze, omdat de studio en de instrumenten écht oud zijn. Maar de songs zijn nieuw. McPherson heeft zeker geleerd van oude Rock & Rollers, echter als je genoeg studeert en oefent, kun je je een stijl zo eigen maken, dat die van jou wordt. Je bent dan niet aan het kopiëren, maar bewijst met een knipoog en eventueel een opgeheven glas, de eer aan je voorgangers. De gitaar die hij naar eigen zeggen zevenennegentig procent van de tijd gebruikt heeft voor de opnamen is overigens speciaal voor hem gemaakt en dus ook nieuw. En bijzonder lelijk als je het mij vraagt, maar daar hoor je gelukkig niks van, dus laten we maar gaan luisteren.

Het eerste nummer is Desperate Love en het heeft die fijne tik van de drums op de twee en de vier, die altijd swing geeft. De twee elektrische gitaren, aangevuld door de bas, zijn de drijvende kracht in dit nummer. Eén gitaar speelt constant gedempt, meer voor het ritme dan voor de melodie, de andere speelt ouderwets hoekige akkoorden. In het refreintje komt er een pianootje bij dat zo weggesleept lijkt te zijn uit een saloon. Zo een met van die klapdeuren, toen de mannen nog laarzen met sporen hadden. De drummer heeft het rustig in dit nummer en is er vooral ter ondersteuning, tijdens de breaks mag hij wel een typisch ratelgeluidje maken. McPhersons stem is direct herkenbaar, een gladde Rock & Roll stem met een rafelig randje waar nodig. In de tekst heeft hij het over een wanhopige liefde die hij niet gaat overleven als het zo doorgaat. Hij is immers ook maar een mens van vlees en bloed. In de solo een fijn ratelend gitaartje op de achtergrond, dat Mexicaans aandoet. De sologitaar speelt een ontspannen solo, perfect passend bij het nummer. McPherson heeft in een interview gezegd dat zijn visie op solo’s is; Dat ze het beste zijn als je ze mee kunt neuriën. Met deze solo blijft hij trouw aan die bewering. Daarbij is de sound bijna dubbel; Of het is een hele snelle echo, of het is een overdub met een andere gitaar. De bas komt wat meer naar de voorgrond bij nummer twee, Crying’s Just A Thing You Do. Het eerste couplet wordt gezongen over de riff van de bas met een akoestisch ritmegitaartje links in de stereomix. Bij het refrein komt het bovengenoemde pianootje er weer bij, om ook blazers te incorporeren. Die zorgen, ondanks het ‘Crying’ in de titel, voor een vrolijk geheel. Er zit ook een elektrisch gitaartje op de achtergrond, vergelijkbaar met Desperate Love, die eigenlijk het hele nummer gedempt bespeeld wordt en meer als ritme-instrument fungeert. Maar het elektrische gitaartje wordt in de solo ingeruild voor een ronkend garagemonster dat de versterker bijna lijkt te laten ontploffen. Ook in het outro kun je hem nog net even horen; Eén van de smerigste gitaargeluiden die ik in lange tijd gehoord heb. En dat bedoel ik als een compliment. Ik denk dat dit de lager gestemde baritongitaar is, met een gewone elektrische gitaar op de achtergrond. ‘You’ in de titel verwijst naar de vrouw van de hoofdpersoon. Zij is niet te troosten, huilen is gewoon iets wat ze doet. Hij kan haar geen voldoening geven en raakt erdoor in de knoop.

Het muntje van Lucky Penny brengt helaas geen geluk. Sterker nog, het geeft alleen maar pech. Om dat te onderstrepen heeft McPherson zijn gitaargeluid (weer) onder gedoopt in een fuzzy sausje. Het geluid is als een opgevoerde Ford Mustang, een beetje ordinair met veel herrie, maar oh zo lekker. Dat is het geluid van het refrein en het intro, het couplet wordt gezongen over enkel bas en drum. De pre-chorus wordt ingevuld met lange halen op de gitaar. Twee coupletten, dan de solo die weer in de categorie ‘meezinger’ te plaatsen is. Ik ben daar absoluut een voorstander van. Het derde couplet wordt extra mooi ingekleurd door de bassist. Tijdens de laatste zin van de pre-chorus speelt McPherson de zanglijn mee op de gitaar wat een extra impuls geeft: ‘This lucky penny gives nothing but bad luck…’ Het volgende nummer Hunting For Sugar vertraagt op een aangename manier. Een ballade, gericht aan een, al dan niet toekomstige, partner: ‘Don’t pass my doorsteps if you’re hunting for sugar.’ En hoe kun je deze jongen weigeren met zijn – hoe toepasselijk – zoete stemgeluid? Het hele nummer is gedrenkt in echo, alsof we 60 jaar terug in de tijd gaan. Waarschijnlijk is het geluid van Hunting For Sugar, of een paar sporen, in de echo chamber van de studio afgespeeld en weer opgenomen. Een proces dat McPherson naar eigen zeggen veelvuldig gebruikt heeft: ‘But (…) I was compelled to add more fuzz to guitars and run everything through the old echo chamber. EVERYTHING got sent through that echo chamber!!’ Het geluid als geheel is dus vintage, zoals we bij de voorgaande nummers ook al gehoord hebben, maar we horen wel een ander geluid in de stem van McPherson. Hij gebruikt hier meer van zijn bereik, wat duidelijk hoorbaar is in het eerste couplet waar geen gitaar te horen is. De gitaar wordt even aan de kant gelegd na het korte introotje. Een milde, warme bas van Jimmy Sutton en een geweldig gemixte drumsound van Jason Smay met bovengenoemde echo erover, zorgen voor de onderlaag. Hierover speelt de elektrische piano van Raynier Jacob Jacildo prachtige akkoordjes. Zelfs een bel komt erin voor om het refrein in te luiden. Het geheel wordt een soort R&B ballad, inclusief koortjes, die eigenlijk best wel standaard is qua akkoorden en woorden. Desalniettemin is alles zo mooi ingevuld dat het een prachtig nummer wordt; de clichés zijn volledig vergeven.

On The Lips tapt muzikaal uit een heel ander vaatje. Het introotje doet mij onmiddellijk aan Joy Division denken. Of dit bewust is gedaan weet ik niet, maar het zou een verrassende invloed zijn na wat we in de vorige nummers hebben gehoord. De percussie in het begin met de echo erover lijkt typisch zo’n beat van Joy Division; je kunt niet helemaal thuisbrengen wat het precies is. Ian Curtis en consorten spoten bijvoorbeeld met een spuitbus vlak voor een microfoon, om zo een ritme te creëren. Het gitaargeluid van JD McPherson en de riff die hij speelt zijn ook uiterst New Wave. Dan komt er nog een keyboardgeluid bij, dat zo lijkt weg geslopen uit een track van The Cure. Maar genoeg vergeleken, dit nummer staat op zichzelf, met verve. Dat het wel een buitenbeentje op het album is heeft McPherson bevestigd. Hij wilde het nummer eerst niet (zelf) opnemen, maar zijn vrouw overtuigde hem gelukkig. De tekst over ‘a one time kiss’ past uitstekend bij de gekozen melodie en sound. Ik kan er niet helemaal de vinger opleggen waar het nu precies over gaat, maar er zitten mooie, impressionistische beelden in zoals: ‘Time burns, you forget the feeling, the tinkle from your knees to your fingertips. Memories fade away with ease, but there’s a mark that I got hid.’ In de solo, die eigenlijk meer een instrumentale brug is, speelt de gitarist eerst gedempt en daarna open. Ik schrijf ‘de gitarist’, omdat er in totaal zes gitaristen meespelen op het album. Er wordt niet specifiek in de credits vermeld wie precies wat speelt. Op de achtergrond horen we bijvoorbeeld ook een soort vogelgeluidjes in de solo/brug. Je kunt die oproepen door een slide heel dicht bij de brug van je gitaar over de snaren te laten glijden.

Undivided Heart & Soul, het titelnummer, heeft een voor het album meer gebruikelijk geluid. Fijn om een tweede stem naast die van McPherson te horen, hoewel het ook zou kunnen zijn dat hij hem zelf zingt. Er is wederom een gitaartrack aanwezig die stiekem heel smerig is. Een geluid dat op de één of andere manier prima samengaat met het klokkenspel in de solo. De tekst gaat over een liefde die niet beantwoord wordt. De verteller wilt onverdeelde hart en ziel – vandaar de titel – van  zijn ‘slachtoffer’ en alles wat hij verder kan pakken van die persoon. Dit lijkt egoïstisch, maar het slachtoffer, ik denk een vrouw, is in deze niet echt een slachtoffer. Zij houdt ervan geprezen te worden en hoort het dus aan, zonder uitsluitsel te geven over een eventuele uitkomst. De verteller zingt dan ook: ‘Puzzled by your smile and punished by your silence, all those clever turns of phrase. Always very nearly on the verge of kneeling, As you’ll feed with songs of praise.’ Een tekst die sommige mannen of vrouwen bekend in de oren zal klinken. Het lied speelt dus een beetje met de vraag wie het slachtoffer is. Nummer 7 op het album, Bloodhound Rock, is iets meer rechttoe rechtaan in tekstueel opzicht. Na een lange en geniale intro wordt de boodschap van dit Rockabilly lied duidelijk: Lekker dansen. En het is eerlijk gezegd best een uitdaging om niet te dansen op deze plaat. De pompende bas en het gitaarriffje in de coupletten (dat sterke overeenkomsten vertoont met Green Onions van Booker T. & the M.G.’s) zijn hier grotendeels verantwoordelijk voor. Ook hier is de simpele opbouw meteen vergeven door het vuur en de professionaliteit van de muzikanten. Het is sowieso ontzettend moeilijk om een overtuigend nummer te schrijven, in een genre dat vaak een heel simpele liedstructuur gebruikt. Het is als een examen, wat trouwens geen weldenkend mens zou vragen van McPherson die zich allang heeft bewezen. Hij slaagt hoe dan ook met een excellent resultaat.

Met Style Is A Losing Game, zijn we weer enigszins terug bij het ritme van het eerste nummer Desperate Love, die tik op de twee en de vier. Als ik niet zo klaar was met vergelijkingen, zou ik dit een Black Keys-achtig nummer noemen. Toch zit er een solo in die eigenlijk heel subtiel is, terwijl de gitaar in de rest van het nummer weer aangenaam fuzzy is. Een mooie tegenstelling waarin RCA studio B haar invloed lijkt te verraden; Het fuzzpedaal voor het ritmegitaargeluid en de echo op het sologeluid (zie bovenstaande quote). De tekst gaat over iemand die stoer probeert te zijn en naar de stad vertrekt. Maar in de stad gaat hij niet vinden wat hij zoekt. De les is dat je niet moet proberen om een stijl aan te leren: ‘Style is a losing game’ namelijk. ‘Jubileum’ is de vertaling van de titel van het volgende nummer, Jubilee. Maar het gaat hier niet om een feestelijke gebeurtenis, McPherson gebruikt het als een naam voor het object van zijn verlangen. ‘Jubilee’ is een feestbeest maar JD niet, bovendien is hij te koppig en trots om zijn liefde te verklaren. Een song verwrongen van onbeantwoorde liefde en onzekerheid. McPherson weet het overtuigend over te brengen als een soort mengeling tussen gladde R&B en rauwe blues. Hoewel de structuur van de song weinig verrassend is, wordt het een prachtig geheel, misschien ook door de trefzekere tekst: ‘Jubilee, while you sip that glass of wine, swaying in the party lights and feeling fine. When you’re buzzing like a bee, think of me jubilee. (…) There’s just some words that I can’t say. You’re the only thing that stirs up any music in me… Jubilee.’  De drummer speelt mooie fills die bijna militair zijn in uitvoering en sound. McPherson speelt zijn prachtig ingehouden solo op de lage snaren van zijn gitaar en houdt zo de band en de song op een elegante wijze in bedwang, zodat ze niet topzwaar worden. Under The Spell Of City Lights is weer losser en lichter van sfeer. Het doet me weer aan een andere band denken, maar het lijkt me genoeg om te zeggen dat het die fijne vintage sound heeft, met een drive en precies de juiste hoeveelheid van de verschillende elementen. Er is de songwriting (uitstekend), het vieze gitaargeluidje (niet te hard, maar wel met een randje), het fijne stemgeluid (met iets of wat ‘distortion’ op de eerste en tweede stem). En dit alles wordt met de professionele band aan het eind afgesloten met een geweldige break die helemaal nieuw is.

Link Wray en zijn gitaargeluid, is één van de eerste inspiraties geweest voor het geluid op dit album. Zonder hier uitgebreid over uit te wijden, zou je parallellen kunnen trekken tussen Wrays Rumble en McPhersons Let’s Get Out Of Here While We’re Young. Na het op een orgeltje gespeelde intro, komen de typische lange, verstoorde akkoorden op de gitaar erbij in het couplet. De titel verraadt al waar het nummer over gaat: vluchten als je jong bent. Een altijd terugkerend thema in de pop- en rockmuziek. Maar toch is het weer goed door de manier waarop het geschreven is en de muzikale begeleiding. Met name de smaakvolle fills en de hook van Jacildo op toetsen zijn uitmuntend. Het lied eindigt met een mooie brug, dan de laatste twee zinnen van het refrein en dan weer de brug. ‘We want out all the song we’ve sung. Come along honey, let’s get out of here while we’re young.’ Je moet dus letterlijk en figuurlijk niet hetzelfde liedje blijven zingen, maar doorgaan. Hier wordt het gezongen over de jeugd, maar het lijkt me iets van alle leeftijden. Let’s Get Out Of Here While We’re Young is een lied zonder haast, op een positieve manier, maar weet toch rond de aloude drie minuten grens te blijven. En zo eindigt ook dit album op een nette veertig minuten, wat ik perfect vind voor een album op LP.

Zoals in de inleiding reeds beschreven klinkt dit album van JD McPherson vintage. De echo chamber van de studio is niet zuinig gebruikt, maar dat hoort bij deze muziek en het geeft een zeer ‘dikke’ sound. Of je daarvan houdt of niet, McPhersons capaciteit om goede liedjes te schrijven is onverminderd aanwezig. Het ‘personeel’ dat meewerkt aan het album is ook ‘top notch’ zoals dat tegenwoordig heet. Er is niet alleen kwaliteit maar ook kwantiteit. Als je zes gitaristen, drie mixers, vier geluidstechnici en twee producers hebt, moet het haast wel goed komen zou je zeggen. Vooral als het geheel gemasterd wordt door de winnaar van een Grammy dit jaar, Joe LaPorta. Google zijn lijstje met albums maar eens. Undivided Heart & Soul verenigt vele Amerikaanse muziekstijlen tot één geheel, zonder een smaakloze brei te worden. De scherpe structuur van de liedjes en het talent om goede hooks te schrijven voor een nummer verbinden alles. ‘Less is more’ luidt het credo als het gaat om de akkoorden en structuren in de songs. McPherson is een begenadigd gitarist en vocalist die niet met de mode meegaat, maar zijn eigen ding doet. En als dat ding lijkt op iets uit het verleden maakt dat niet uit. De kwaliteit spreekt voor zich.

8,0

Tracklist:

  1. Desperate Love
  2. Crying’s Just a Thing You Do
  3. Lucky Penny
  4. Hunting for Sugar
  5. On the Lips
  6. Undivided Heart & Soul
  7. Bloodhound Rock
  8. Style (Is a Losing Game)
  9. Jubilee
  10. Under the Spell of City Lights
  11. Let’s Get Out of Here While We’re Young

Speelduur: 40:15
Genre: Rock & Roll, Rhythm & Blues
Releasedatum: 6 oktober 2017


JD McPherson - Undivided Heart & Soul

 

Het bericht JD McPherson – Undivided Heart & Soul verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/jd-mcpherson-undivided-heart-soul/feed/ 0
Dig Deeper – In Central European Time https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/dig-deeper-in-central-european-time/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/dig-deeper-in-central-european-time/#respond Fri, 29 Sep 2017 17:57:13 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=7011 In 2010 vormde er zich een band rondom een aantal Noorse muzikanten. De band werd door frontman Einar Kaupang gedoopt tot Dig Deeper en kreeg door Einar’s tijdelijke verblijf in Bolivia en de Verenigde Staten invloeden van deze ervaringen mee. Al snel werden de klanken van een psychedelische toon voorzien en werden de raakvlakken met …

Het bericht Dig Deeper – In Central European Time verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
In 2010 vormde er zich een band rondom een aantal Noorse muzikanten. De band werd door frontman Einar Kaupang gedoopt tot Dig Deeper en kreeg door Einar’s tijdelijke verblijf in Bolivia en de Verenigde Staten invloeden van deze ervaringen mee. Al snel werden de klanken van een psychedelische toon voorzien en werden de raakvlakken met de alternative country hoorbaar. De psychedelica uit de jaren 60 en 70 en de vele artiesten die hier door de jaren heen zich verbonden mee voelden bracht Einar samen in de muzikale uitlatingen van Dig Deeper. De lang uitgesponnen gitaarpartijen worden van begins af aan verzorgd door Øystein Braut, bekend van zijn band Electric Eye. Het viertal dook in 2016 de studio in om te werken aan een nieuw album. Een album waarin de invloeden van de kwakkelende politieke situatie in Europa doorsijpelt. De vluchtelingproblematiek, machtsverhoudingen tussen landen en de onderliggende spanningen vorm dan ook enkele van de thema’s die op het album aan bod komen. De Noorse producer Anders Møller (Ulver, Euroboys) zorgde er tenslotte voor dat de algehele sound werd samengebracht met de zang.

De repeterende gitaarklanken van How Can I Be Certain brengen direct herinneringen op aan de kraut- en space rock, maar voert je ook naar de sound van Thurston Moore. Vanuit een fictief personage beschrijft zanger Einar hoe de vluchtelingen in bootjes op de zee drijven, terwijl in de landen wordt uitgevochten of de mensen worden binnengelaten. De twijfels en spanningen slepen zich door de gitaar- en drumpartijen heen. Het dromerige van The War on Drugs en de psychedelica van Israel Nash samengesmeed tot een muzikale stroom. Het gehele karakter is pakkend en trekt je mee in onheilspellende wateren, waar de overlevingskans de onzekerheid vergroot. Weggevlucht uit een onveilig thuis naar de spanningen van een onzekere toekomst. Terwijl Øystein zijn gitaarpartijen tot in het complexe aan toe beheerst zorgt Raymond met zijn drumwerk dat het geheel bij elkaar wordt gehouden.

De eerste single van het album, Stars Tonight (Have You Seen), gaat tekstueel verder in op de vluchtelingproblematiek, maar nu vanuit het perspectief van de Europese landen. De rechtse partijen die de macht overnemen maar geen verantwoordelijkheid durven te nemen. De pedal steel gitaar zorgt voor de rootsy klanken, terwijl de bellen langzaam wegebben. De country vloeit rijkelijk door het aandoenlijke nummer, terwijl de vocale harmonieën de impact vergroten. Echoes die in het verre vergaan, terwijl de rechtse macht oprukt. Ga maar eens goed voor de spiegel staan en kijk jezelf in de ogen, schaamte en ego’s voeren het ritme op. Niemand wilt de eerste stap nemen, terwijl honderden mensen de dood vinden. De muzikale ondersteuning vormt van de baspartijen van Jørgen tot aan de weidse gitaarpartijen van Øystein een waar luistergenot. Zowel inhoudelijk, muzikaal als qua lengte een perfecte single.

Het terugkerende personage van een persoon die de gebeurtenissen in Europa ziet en zijn/haar indrukken weergeeft voert verder in Don’t Ask Too Much. De country bloeit op, terwijl de southern rock aan komt waaien. Niet alleen een artiest als Jonathan Wilson is dichtbij, ook Einar’s liefde voor het werk van Neil Young is hoorbaar. De muzikale opbouw van het nummer straalt door in de kracht van de zang. Het niet krijgen van antwoorden op belangrijke hedendaagse kwesties maken de mens onzeker. De liefde wordt in stand gehouden en het nationalisme bloeit op, maar de keerzijde sluipt door tot diep in je gedachten. Øystein en Einar zijn geweldenaren op de gitaar, zo blijkt wel uit de schitterende muzikale passages. Het werk als producer door Anders werpt zijn vruchten af, de samenhang van alle klanken is het grootste wapen. Einar neemt je met zijn zang mee, terwijl de harmonieën de impact vergroten. “Now, they’re just echoes of your own fear and doubts”.

Hey! is een oproep om de mensen in Europa wakker te schudden. Ze te doen ontwaken van het zwijgen en ze te laten spreken over hun twijfels. De uitgesponnen gitaarklanken brullen om hulp, terwijl aanslagen de angst aanwakkeren. Vluchten voor de situatie kan niet meer, het kwaad is al geschied. De drums wakkeren de regen aan vragen aan. Mensen bevinden zich in een herhalende cirkel van het bestaan, maar eruit klimmen is onmogelijk. De meeslependheid van het geheel wordt samengebracht door de verbondenheid. Van de echoes van Pink Floyd tot aan de gitaarsolo’s van Neil Young, de muziek en het verhalende vormen een indrukwekkende verbintenis. “Where the trees are signing songs, In a tongue I don’t know.”

In The Ticket zwalkt de hoofdpersoon lusteloos door de straten heen. Dronken door alles wat hij heeft meegemaakt en de dingen die hij heeft gezien. Mensenmassa’s lopen hem voorbij, aangeslagen en vol walging. Terwijl de hoge klanken van de pedal steel gitaar van Bjornar de lucht in zweven wordt de wereld om je heen alsmaar donkerder. Ontsnappen  aan de woorden die je hebt gezegd is niet meer mogelijk. Politici praten hun mond voorbij, de bevolking komt in opstand. De harmonieën voeren je naar de 70’s toe, waar Crosby, Stills, Nash en Young de zang perfect combineerden. Aandoenlijk en pakkend tegelijk.

Het slot wordt geleverd door het ruim tien minuten durende muzikale spektakel van Sky Brown Sky. De woorden zijn vervormd tot klanken en de klanken gegroeid tot geluidsgolven. De gestage opbouw vanuit de doodse stilte waarin het gevaar op de loer ligt. De drums die de spanning teweeg brengen, de grijze wolken die binnen komen drijven. Het slotstuk is breed opgezet, zo blijkt wel uit de repeterende tonen van de sitar. Een raga tot in de puntjes beheerst en vermengt met de kraut- en space rock. De gitaarpartijen worden ruiger en de melodieën donkerder. De pedal steel gitaar drijft er verbeten doorheen. De weg naar totale vernietiging is ingezet. De landen stellen zich op tegenover elkaar, de macht neemt hun gedachten en bewegingen over. De grijze wolken worden donkerder, een muzikale storm komt opzetten. Indringend en beangstigend, waar af en toe een niet hoorbare roep van de bevolking doorheen schalt. Dig Deeper weet het nummer uit te bouwen tot een episch en verbluffende laatste roep, eindigend in de onzekerheid waarmee we zijn begonnen.

In Central European Time is niet zomaar een album. Het is een album waarbinnen de politieke macht, vluchtelingstromen en onzekerheden van de huidige tijd zich tot in het diepste van de muziek van Dig Deeper nestelt. Zanger Einar Kaupang weet daarbij vanuit zijn gecreëerde personage een verbluffend schouwspel op te bouwen, waarbinnen de spanningen en onzekerheden tot een hoogtepunt komen. De combinatie van de ontroering uit de alternative country, de impact van de southern rock en de meeslependheid van de psychedelica worden gesmeden tot een intense muzikale belevenis. De band verrast daarmee niet alleen, maar weet zich ook te nestelen in de bovenste regionen van het huidige muziekjaar. Een prestatie waarbij de productie, de muzikale keuzes en de aansluitende teksten voor het prachtige eindresultaat zorgen.

8,6

Tracklist:

  1. How Can I Be Certain (7:01)
  2. Stars Tonight (Have You Seen) (4:03)
  3. Don´t Ask Too Much (7:59)
  4. Hey! (8:16)
  5. The Ticket (3:35)
  6. Sky Brown Sky (10:13)

Speelduur: 41:07
Genre: Psychedelic rock, Alternative country, Krautrock
Releasedatum: 15 september 2017


 

Dig Deeper - In Central European Time

Het bericht Dig Deeper – In Central European Time verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/dig-deeper-in-central-european-time/feed/ 0
Prophets of Rage – Prophets of Rage https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/prophets-of-rage-prophets-of-rage/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/prophets-of-rage-prophets-of-rage/#respond Sun, 24 Sep 2017 14:30:33 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=7016 Wanneer je naar de cover van dit album kijkt, kun je eigenlijk in één oogopslag zien waar het, in grote lijnen, over gaat. De cover is ontworpen door street-art icoon Shepard Fairey. Opgezet in de stijl van propagandaposters van linkse regimes, doet het design vermoeden dat er een politieke boodschap schuilt in dit album. De …

Het bericht Prophets of Rage – Prophets of Rage verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
Wanneer je naar de cover van dit album kijkt, kun je eigenlijk in één oogopslag zien waar het, in grote lijnen, over gaat. De cover is ontworpen door street-art icoon Shepard Fairey. Opgezet in de stijl van propagandaposters van linkse regimes, doet het design vermoeden dat er een politieke boodschap schuilt in dit album. De opgeheven vuist laat je denken dat die boodschap met enige boosheid wordt gebracht. En bij de naam van de band, Prophets of Rage, zou je al de connectie kunnen leggen met de band van weleer, waarvan drie van de ‘prophets’ lid waren. Rage Against The Machine. En dit klopt allemaal; er is een politieke achtergrond, er is boosheid en veel geluiden op het album doen denken aan Rage Against The Machine (vanaf nu aangeduid als: RATM). De gitarist, bassist en drummer van RATM hebben de handen ineen geslagen met rapper Chuck D en DJ Lord (beide vroeger Public Enemy) en rapper B Real (voorheen Cypress Hill). Ze komen met een harde boodschap die (onder andere) anti-Trump is. Om dit te onderstrepen, hebben ze de bekende, veel gebruikte slagzin van Trump in de verkiezingstijd een beetje verdraaid tot: ‘Make America Rage Again’.

Het eerste nummer Radical Eyes begint donker, maar laat tegelijkertijd zien dat de ex-RATM leden een basis kunnen neerleggen, die zowel hard is als swingend. Rapper Chuck D gebruikt die basis om een verhaal te vertellen over de overheid en hoe ze volgens hem tegen ‘het volk’ aan kijkt. Ze houden je in de gaten en kijken in je hoofd. En als je een eigen mening hebt, ben je geradicaliseerd: ‘They say I’m radicalized, see my radical eyes’. Of ze radicaal zijn blijft dus een beetje de vraag. Wel is het tekstueel mooi gevonden dat als je radicalized uit elkaar trekt, je radical eyes overhoudt. De solo is van Tom Morello, de gitarist, en is volkomen origineel. Ik hoor een wah-wah pedaal, een hoop distortion, maar hoe hij dat geluid eruit perst… De sound op Unfuck The World begint loodzwaar, maar laat na een tiental seconden horen dat er wat meer melodie is gekomen in de instrumentatie sinds RATM. Niet per se nodig, maar wel mooi hier. Na een in koor uitgeschreeuwde uithaal naar racisten en haat in het algemeen, begint B Real te rappen. Zijn stemgeluid is wat scherper en minder zwaar dan dat van Chuck D, wat goed is voor de afwisseling. B Real roept op tot actie, niet wachten en stilstaan, maar vooruit, anders is de wereld al verpest. Het is oorlog: ‘Civilians buried in the rubble where dreams die, politicians spew lie after (…) lie.’ Mooi gerijmd met een boodschap, over een melodieuze riff van Morello. Gespeeld met vibrato op het gitaar geluid, is het een mooi canvas waar de rappers hun teksten als het ware op kunnen gooien als action-painters. Het tweede couplet is voor Chuck D, die verder gaat met doemscenario’s schetsen over totalitaire regimes. Maar als mensen beginnen met een standpunt in te nemen, komt het niet zover: ‘Evil can’t stand, when the people take a stand’. Een opbeurende boodschap op een, ik verraad het alvast, vrij zwartgallig album. Na de uitgeschreeuwde boodschap ‘unfuck the world!’, een fijne muzikale versnelling, die we nog van vroeger kennen (ik blijf het zeggen). De versnelling leidt als het ware de solo van Morello in, die weer uitblinkt door originaliteit. Er is volgens mij geen snaar, hendel of knop op zijn gitaar waar hij niet aanzit in deze solo. Je moet het horen, het is moeilijk te beschrijven, maar onder andere horen we een machinegeweer nagebootst op de gitaar. De solo gaat vooraf aan het outro, waarin ons – en de gevestigde orde – nog een laatste keer op het hart gedrukt wordt, dat het verzet nooit kapot gaat.

Legalize Me is een verzoekje aan Trump dat, durf ik wel te zeggen, niet ingewilligd gaat worden. B Real houdt een funky betoog voor het legaliseren van hash en/of wiet. Je kunt volgens hem en Chuck D, rustig een jointje roken en morgen weer doorgaan met de revolutie. De tekst is gezet op een psychedelische maar toch, zoals gezegd, funky toon. Het begint met een Spaans klinkende intro  om vervolgens bij zo’n onverwoestbare riff van Morello uit te komen. De drummer Brad Wilk en bassist Tim Commerford vormen de swingende basis die je zo nodig hebt bij funk. Handgeklap en in koor gezongen zinnetjes, afgewisseld met in koor geroepen kreten, maken het geheel compleet. Alright! Fijn dat het niet alleen maar over verzet, revolutie en andere radicale ideeën gaat, hoewel de strekking van het nummer voor veel Amerikanen dus wel radicaal zal zijn. De titel van het volgende nummer Living On The 110, verwijst naar een verhoogde snelweg in Los Angeles, waar veel daklozen onder wonen. Het is fijn om (ten minste) twee gitaarsporen te horen op dit lied. Morello bewijst wederom dat hij niet meer bang is voor melodie, het is niet alleen maar hoekige riffs wat de klok slaat. Hij lijkt te begrijpen dat een melodieuze riff óók hard en opruiend kan zijn. De tekst gaat over armoede en dat het iedereen kan overkomen om dakloos te worden: ‘Hope and pray, it could be you someday’. Mensen willen de armoede niet zien, maar – zo lijken de prophets te suggereren – met een rechtse regering als die van Donald Trump, wordt het verschil tussen arm en rijk steeds groter. De hopeloosheid die uit de tekst spreekt is aangrijpend. Ook de solo van Morello laat die wanhoop horen, hij laat zijn gitaar schreeuwen en huilen tegelijk.

Gelukkig komt er letterlijk een tegenoffensief. Na de laatste tonen van Living On The 110, mag DJ Lord even los gaan met The Counteroffensive. Hij toont zich een ervaren platendraaier, en scratcht er op los. In de samples horen we de stem van Chuck D en een melodietje dat gespeeld zou kunnen zijn door Morello. Hij is ertoe in staat, maar ik durf niet met zekerheid te zeggen of het zijn geluid is, omdat hij zoveel effecten over zijn gitaargeluid legt. De tegenaanval is in ieder geval ingezet en ze richten zich meteen op het hart van de gevestigde orde, namelijk de president, met het volgende nummer. Hail To The Chief is het lied dat gedraaid of gespeeld wordt als de president van de VS ergens officieel zijn opwachting maakt. In de tekst van dit lied wordt het bijna blinde vertrouwen uitgesproken in de president. En het is met name het woordje ‘blinde’ waar de Prophets Of Rage in opstand tegen komen met hun Hail To The Chief. Chuck D neemt het eerste couplet voor zijn rekening, met een tekst over de grote ‘chief’, die eigenlijk niets goed doet en nog te lui is om te rennen. Wat bevestigd wordt in het refrein: ‘All hail to the chief, who came in the name of a thief, to cease peace. He’ll be comin’ around that mountain. And he didn’t even run.’ Het laatste woord wordt herhaald door het scratchen van DJ Lord, die hier voor het eerst op de voorgrond treedt, alsof hij zich bewezen heeft met het kleine intermezzo The Counteroffensive. Van mij mag hij best wat vaker opduiken. Gelukkig neemt hij ook in het outro van Hail To The Chief een belangrijke rol op zich. Het intro van Take Me Higher zou niet misstaan onder een scene uit een Quentin Tarantino film. Een Spaans gitaartje over de bekkens van drummer Brad Wilk. Maar na het intro verandert het nummer in een funk werkstuk dat doet denken aan de eerste albums van de Red Hot Chili Peppers. Probeer je hoofd maar eens stil te houden op deze bas-gedreven aanklacht tegen drones en bemoeienis van de regering in het algemeen.

Strength In Numbers is alweer nummer acht van de twaalf. Het begint met dat fijne stemgeluid van B Real, dat altijd door de mix snijdt als een mes door de boter. Over een riff van Tom Morello die klinkt als een tokkende kip. Of ben ik de enige met die associatie? De eerste twee coupletten zijn voor B Real en het laatste is voor Chuck D. De tekst gaat over het verenigen van krachten om samen een vuist te kunnen maken, iets dat vrij letterlijk op de cover van het album wordt uitgebeeld. In dat geval betekenen grote cijfers kracht: ‘Stand together because there’s strength in numbers. (…) Unify or it’s do or die.’ De teksten op dit album gaan vaak over hetzelfde, maar dan net uit een andere invalshoek. Het thema lijkt me nu wel duidelijk; Verantwoordelijkheid nemen, in opstand komen en voor jezelf denken. Maar de overeenkomsten zijn niet een zwakte, omdat het simpelweg de missie van de Prophets Of Rage is, om in opstand te komen tegen misstanden in de samenleving. Je moet dan de verschillen in het muzikale deel aanbrengen en dat doen ze volgens mij erg goed. Strength In Numbers is bijvoorbeeld een oorlogskreet, gezet op typische stampende rap-metal, terwijl Fired A Shot meer begint als een langzaam riff-heavy Black Sabbath nummer. Om vervolgens via die briljante ritme-sectie in het couplet weer naar frisse rap, rock en funk te gaan. En na het refrein wordt de Black Sabbath riff weer herhaald, de bas samen met de gitaar. Aan het eind van het nummer krijgen we een soort modulatie, met Morello die een kenmerkende solo speelt. Dan weer even terug naar de funkstijl en een wegstervend verstoord gitaarakkoord als afsluiter. Who Owns Who is de titel van het volgende nummer en een vraag die ook op het hele album terugkomt. Het standpunt van de Prophets Of Rage is uiteraard dat het volk in ieder geval niet het bezit is van de overheid. Dus kom in opstand: ‘The governments can’t stand, when the people take a stand. Mind over matter. In their minds, we don’t matter.’ Het ritme van dit nummer is bijna punk, met de stemmen van de rappers en fills van Morello er bovenop. Het geluid in het begin van de gitaarsolo is op zijn zachtst gezegd onorthodox. Spoel even naar 2 minuut 14 en je hoort een soort 8-bit spelcomputer op pootjes die angstkreetjes uitslaakt. Dit omdat hij achterna wordt gezeten door een elektrische gitaar op een skateboard, terwijl de regen de elektrische systemen van beide kemphanen aantast. Het eind van de solo is iets normaler maar wel een fijne herrie, in plaats van de standaard ‘ik wil zoveel mogelijk noten per seconden raken’ solo. Daarna nog een fijn geroepen refrein en door naar de fade-out.

Geen tijd om bij te komen, nee meteen je handen omhoog steken voor het volgende nummer! Hands Up heeft een riff die doet denken aan Beastie Boys’ werk, dat Prophets of Rage ook live gecoverd heeft. Dit nummer lijkt ook specifiek geschreven voor live-optredens; zo’n nummer waarop het publiek lekker tweeënhalve minuut kan springen. Daarom niet minder aangenaam om gewoon thuis te beluisteren. De rappers pakken allebei een couplet en zwepen de luisteraar op met uh… opzwepende teksten. Na deze explosie van energie valt de naald alweer in de laatste track van de LP. Smashit heeft één van de langste teksten van het album. Het gaat over het neerhalen van muren met een sloopbal. Ze beschrijven zichzelf in dit nummer: ‘Backed by Marshall stacks (…) Feel the burn coming from the power six pack. Save the babies, Prophets on attack, we smashit!’. Stoere taal, maar het is een geruststellende gedachte dat ze zichzelf in dit nummer Amerikanen noemen. Volgens mij is dit de enige plaats op het album, waar ze dit expliciet doen: ‘You’ll never read my American mind’. Het geeft een beetje hoop, het hele album zeggen ze wat er allemaal fout is aan Amerika, maar aan het eind van het liedje (album) blijven ze toch Amerikanen. En de positieve boodschap is dat alleen Amerikanen Amerika kunnen veranderen. Van onderaf, zoals elke revolutie. Maar met meer melodie in de muziek dan ‘vroeger’. Morello bewijst nog eens zijn geweldige beheersing van gitaargeluiden. En het album eindigt toepasselijk met de uitroep ‘Smashit!’.

Het album Prophets Of Rage is geproduceerd door Brendan O Brien. Als je een album ‘van hem’ opzet, weet je dat het goed zit met de bas en drum. Die zijn vol, zo niet enorm, maar gaan niet ten koste van het gitaargeluid of de vocalen. Zo ook bij Prophets Of Rage. Daar komt bij dat er een redelijk grote variatie zit in de songs, waardoor ik het een prettig luisterbaar, opzwepend album vind. Aan de teksten doen ze echter geen concessies, als je het voorgaande tenminste concessies wilt noemen. Die teksten zijn af en toe wat eentonig en je mist soms een beetje humor. Als je bijvoorbeeld een nummer hoort als Legalize Me, dat ik interpreteer als minder serieus, is dit een zeer aangename afwisseling. Ze proberen heel af en toe, bijvoorbeeld in het gesproken intro van Drones, grappig te zijn, maar dat komt wat mij betreft enigszins gekunsteld over. Dit gezegd hebbende, is Prophets Of Rage ontstaan als een muzikaal project tijdens de verkiezingen. Ze hebben het vanaf het begin hun missie gemaakt om politiek geladen muziek te maken; Een tegengeluid. Bovendien was zowel Rage Against The Machine als Public Enemy, waarin vijf van de zes bandleden hebben gespeeld, zeer politiek geëngageerd. Als je dan gaat klagen over het steeds terugkerende thema, is het een beetje alsof je een pak chocomel gaat kopen in de winkel en vervolgens gaat klagen dat het naar chocola smaakt. De politieke en maatschappelijke statements zijn ook alleen vervelend als ze niet gemeend zijn, en dat zijn ze hier sowieso wel. De Prophets zitten er niet in voor het geld. Het grootste gedeelte van de tour van het laatste jaar (het was toen nog niet eens de bedoeling om een plaat op te nemen) ging naar de plaatselijke dakloze-opvanghuizen. Al met al een zeer sterk album waarop ze waarmaken wat ze beloven: ‘A musical revolution, featuring original members of Rage Against The Machine, Public Enemy and Cypress Hill.’

8,5

Tracklist:

  1. Radical Eyes (3:22)
  2. Unfuck the World (4:10)
  3. Legalize Me (3:35)
  4. Living on the 110 (3:48)
  5. The Counteroffensive (0:37)
  6. Hail to the Chief (4:08)
  7. Take Me Higher (3:47)
  8. Strength in Numbers (3:08)
  9. Fired a Shot (3:28)
  10. Who Owns Who (3:28)
  11. Hands Up (2:39)
  12. Smashit (3:25)

Speelduur: 39:35
Genre: Rap Rock
Releasedatum: 15 september 2017


Prophets of Rage - Prophets of Rage

 

Het bericht Prophets of Rage – Prophets of Rage verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/prophets-of-rage-prophets-of-rage/feed/ 0
Raw Flowers – No Time Like The Present https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/raw-flowers-no-time-like-the-present/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/raw-flowers-no-time-like-the-present/#respond Sun, 27 Aug 2017 16:00:26 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=6969 Na hun debuutplaat uit 2014, keert de band Raw Flowers terug met een nieuwe bassist en het album No Time Like The Present. Het opnemen van de tweede plaat levert bij veel bands problemen op, maar ook niet zelden interessante muziek. Interessant is No Time Like The Present zeker en hij rockt als de tweede van Led Zeppelin. Maar problemen? Ja en nee. Toen de eerste nummers werden geschreven …

Het bericht Raw Flowers – No Time Like The Present verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
Na hun debuutplaat uit 2014, keert de band Raw Flowers terug met een nieuwe bassist en het album No Time Like The Present. Het opnemen van de tweede plaat levert bij veel bands problemen op, maar ook niet zelden interessante muziek. Interessant is No Time Like The Present zeker en hij rockt als de tweede van Led Zeppelin. Maar problemen? Ja en nee. Toen de eerste nummers werden geschreven voor het nieuwe album en tijdens optredens werden gespeeld, werden ze iets te langzaam bevonden. De band wilde wat meer oomph in de nummers en man daar zijn ze in geslaagd. In een recent interview vertelden gitarist Paul Diersen en zanger Lawrence Mul dat de helft van de nummers die uiteindelijk het album haalden werden geschreven in een paar ‘zoldersessies’. Toen er een nieuwe bassist werd ingelijfd werden de eerste langzamere nummers definitief overboord gegooid en de rest van het album geschreven. In een paar dagen werd de muziek voor het album opgenomen onder de bezielende leiding van Roy Klein Entink. Vervolgens de zang erbovenop en afmixen door Klein Entink. Diersen en Mul, tevens oprichters van de band, worden naar eigen zeggen geïnspireerd door onder andere garage-rock en proto-punk. Deze muziekstijlen associeer ik niet in eerste instantie met een goede, kraakheldere geluidskwaliteit, maar dat heeft No Time Like The Present absoluut wel. Het geluid is uitstekend, of je het nu luistert over je gare cassettedeck/LP combinatie uit 1983, of je state-of-the-art koptelefoon. Tel hierbij op: Een elftal ijzersterke songs en je wilt deze recensie zeker verder lezen.

Good Night & Good Luck is een goed gekozen opener. Het is een kleine showcase van waar Raw Flowers toe in staat is. Een dubbelloopse gitaaraanval van hoekige riffs, afgewisseld met melodieuze fills. Een meezingrefrein en zanger Mul die zijn longen eruit zingt, maar toch je oor streelt. Allemaal in 2 minuut 36. Deze binnenkomer laat de positieve boodschap horen ‘the only remedy is love’. In combinatie met de ‘flowers’ in de bandnaam zou je aan hippiemuziek kunnen denken, maar niks is minder waar. Een stevige rocker dus, die verder tekstueel gaat over nieuwkomers (vluchtelingen?) die verminderd welkom zijn. En over dansen. Op nummer twee staat de eerste single van het album, Cosmic Fugazi, waar de albumtitel No Time Like The Present uit is geplukt. In het intro zingt Mul ‘alright!’ en je bent geneigd te geloven dat alles goed is, of komt. Voortgestuwd door het voet-mee-tik-uitlokkende ritme van drummer Ilja Vaags, merk je hier wel dat ze voor de snellere nummers zijn gegaan. De tekst is voor mij enigszins vaag maar de titel Cosmic Fugazi doet vermoeden dat het gaat over iets dat nep is (een fugazi) en er niet toe doet. Misschien is de hele kosmos wel een grote grap. Oftewel, je moet niet overal een betekenis achter zoeken, maar leven in het nu. Je kunt je gesteund voelen door de vloeiende gitaarpartijen van Diersen en de stem van Mul die bij tijd en wijlen aan Eddie Vedder doet denken. Niet de slechtste associatie dacht ik zo en ook de muziek hangt af en toe tegen de grunge aan.

Zo ook de heftige ritmes en dikke gitaarpartijen van het volgende nummer Blue Stained Brother. Ritme en gitaar plus de galm op de zang en de oehs en aahs op de achtergrond, doen me erg denken aan Alice In Chains ten tijde van de plaat Dirt. De herhalende riff wordt niet saai, omdat de bas van Raymond Grevink er zo mooi ‘omheen danst’. Drummer Ilja Vaags slaat net achter de tel waardoor een effect ontstaat van schijnbare vertraging. Met horten en stoten, dit bedoel ik positief, vindt de Blue Stained Brother zijn weg. De Brother in kwestie is een soort opperwezen, dat mensen aan zich bindt om ze vervolgens te gebruiken. En als hij klaar met ze is, neemt hij wraak: ‘Best revenge I’ve ever had, put ‘m face first in the sand. All the time it’s time to yield, kill the girls, rape the land.’ Waarvoor hij wraak neemt is niet duidelijk, maar dat is juist wel interessant, je kunt er je eigen interpretatie aan geven. Dit is bij meerdere teksten op het album het geval. Het lied eindigt en begint met een ongewoon gitaargeluid. Volgens mij zijn het snaren die achter de brug aangeslagen worden. In The Duel wordt de voorliefde voor murder ballads van zanger en gitarist duidelijk. De tekst leest als een achttiende-eeuws gedicht. Het lied voelt ook klassiek alsof het een cover van een nummer is dat al honderd jaar bestaat en dat is altijd een goed teken. Muzikaal gezien is het een uitstapje naar country-ish, met bijbehorende ladingen reverb en tremolo-gebruik op de gitaar. Ook een klein solootje ontbreekt niet, mooi beheerst gespeeld. Mul bezingt als een ervaren cowboy/gentleman het reilen en zeilen van het duel, waarvan ik uiteraard de uitkomst niet verklap. Het gaat in ieder geval over een man die verliefd is op een vrouw die (zoals zo vaak het geval is in romantische geschriften) toebehoort aan een andere man. En dus moet er een duel uitgevochten worden. Klinkt simpel, maar het is met een trefzekerheid in het Engels geschreven, die zeldzaam is in Nederland.

In het volgende nummer blijkt nogmaals dat gitarist Diersen meerdere stijlen en geluiden beheerst. Hier is het gitaargeluid aangenaam overstuurd waarschijnlijk door een fuzz-pedaal, bijvoorbeeld bekend van de riff in (I Can’t Get No) Satisfaction van The Rolling Stones. Aangenaam smerig zou ik het willen noemen. Op de andere gitaartrack is een heftig tremolo effect te horen, maar misschien word ik nu iets te gitaartechnisch. Er is namelijk nog veel meer interessants te horen op Handfull of Doves. De riff van het couplet vormt ook het intro. In het couplet slaat de gitarist bij elke zin één keer het akkoord aan met de tremolo er overheen. Aan het einde van de zin herhaalt hij de riff. De ritmesectie blijft swingend doorspelen onder Mul’s stem en maakt het moeilijk om je hoofd stil te houden tijdens dit nummer. Tussen de eerste twee coupletten zit een break die je wel ziet aankomen maar misschien daarom wel extra fijn is. Na het tweede couplet volgt de onheilspellende prechorus waarin een mooi gitaarriffje zit dat in het refrein wordt herhaald. Ook in de coda, die wordt doorgespeeld tot de fade-out, horen we de riff met nog wat psychedelische geluiden op de achtergrond om het geheel op smaak te brengen.  De drummer houdt het geheel in toom door een bijna militair ritme neer te leggen. Eén twee drie vier, één twee drie vier…  ‘It’s announced’ wordt bijna als een mantra erdoorheen gezongen. Wat wordt er ‘announced’? Ik denk de dood van de hoofdpersoon van het nummer, maar wederom is dit een interpretatie.

Light of Life begint als een langzame ballad in het intro, maar vervolgens wordt er een paar versnellingen opgeschakeld. Niet dat het een heel snel tempo wordt, maar toch genoeg om een aangename, Black Keys-achtige, sfeer op te roepen. Gitarist Diersen, die bij ongeveer 1 minuut 50 begint te soleren, krijgt de tijd en dit resulteert in een mooie melodieuze solo. Een aangename breuk met de rest van het nummer. In het lied zitten we in de schemering en als het donker nadert, naderen ook silhouetten. Ze lijken ons wijzer te maken, maar schijn bedriegt. We moeten leren om licht te vinden, zelfs in het donker is er levenslicht te ontdekken. Maar wacht niet te lang, want voordat je het weet laat de gitarist zijn vinger achteloos over een snaar naar beneden glijden en is het lied voorbij. En dan begint het walsritme van The Ride Is Over, na een gehamerde noot van de gitarist. De gitaarpartij gaat in het couplet drie keer op en drie keer neer om ver volgens met de zang mee te gaan; ‘A day grows up to die’. Zoals je ziet niet echt een opbeurende tekst, maar misschien wel de mooiste van No Time Like the Present. En in combinatie met de titel van het album kun je de boodschap van het nummer ook positief opvatten. Het aloude adagium pluk de dag, want het is zo voorbij. Vandaar The Ride is Over. Tegen het eind van de brug trekt Mul zijn stem in de hogere regionen van zijn bereik.  Er volgt een mooie break, waarna je alleen bas en drum hoort, die het lied tot bij het laatste refrein brengt. Het eindigt in een prachtig crescendo met Mul’s aangenaam schurende stemgeluid. En dan nog een keer een gehamerd nootje op de gitaar (het op en af ‘hameren’ van je vinger op de gitaarsnaar, waardoor je steeds twee verschillende noten achter elkaar hoort). Door de tremolo van de gitaar nog even te gebruiken, wordt een soort neerstortend geluidseffect gecreëerd.Het ritme van het volgende nummer (How I Wish) is ingewikkeld maar toch gebaseerd op een 4/4 maatsoort, als ik (zijnde een niet-drummer) het goed begrijp. Door dit ritme en de gitaarsound van twee gitaren en zeker ook de stem van Mul roept dit echt (weer) een associatie met Pearl Jam op. In het refrein komt het ritme weer op de tel waardoor het makkelijker voor het oor wordt en het refrein er extra uit knalt. Het is dan ook moeilijk om niet ‘ignorance is bliss!’ mee te zingen. Diersen kan het niet laten om nog heel even zijn tremolo aan te raken voor de laatste toon wegsterft, een glimlachje kan ik niet onderdrukken.

‘I’ve been here before, back in 1985’. De verteller in het nummer 1985 is kennelijk iets ouder dan ik als hij herinneringen aan dit jaar heeft. Dit lied, nummer 9 op de plaat, eindig in een herhaling van de riff op de gitaar. Er ontstaat een coda met een tekst gezongen door Mul en Diersen, die vaak tweede stemmen voor zijn rekening neemt. Het heeft zoals eerder het effect van een soort mantra die de laatste tweeënhalve minuut van het nummer duurt, maar die toch niet gaat vervelen. Ook de tekst sluit hier, in ieder geval voor een deel, op aan. Over preken, een sjamaan en verschillende goden waaronder Bacchus die iemands leraar was. De percussie is in dit nummer wat uitgebreider dan de rest heb ik het idee. Gebaseerd op een stuwend – misschien wel sjamanistisch te noemen – ritme van de drummer en aangevuld door tamboerijn van de zanger. Het aftikken van de drummer en de rest van het korte intro van Knock ‘Em Down, doet vermoeden dat de band zich weer verplaatst naar de garage van de rock. Dit is ook wel zo, maar het blijft verrassend melodieus, met een lekkere verstoring op het gitaargeluid. Denk aan het album Vitalogy van Pearl Jam. Normaal gesproken heb ik een hekel aan vergelijkingen in de muziek, maar zoals is gebleken in deze recensie, blijf ik associaties maken, het gaat automatisch, ik kan er niks aan doen. Zodra ik bijvoorbeeld Knock ‘Em Down hoor, ben ik terug in de tijd bij Pearl Jam. Terug onder mijn hoogslaper ergens gedurende mijn middelbare school tijd. Eddie Vedder schreeuwend in mijn oor. De tekst kan ook een reden zijn voor de flashback, hoewel ik vrijwel altijd eerst naar de muziek luister. Het gaat over meisjes en groot worden. Dat ene meisje dat niet uit je hoofd gaat, je kan het niet hebben als andere jongens haar hand vasthouden. Later weet je dat dit de momenten waren dat je kindertijd eindigde. Een prachtige ballad over liefde en/of seks eindigt het album. Zo mooi gespeeld en gezongen dat het wel ergens autobiografisch moet zijn is Wild Enough?. Het begint met de bassist en drummer, wat bij deze band nooit een straf is. De zanger komt erbij en de gitarist geeft een aangename afwisseling tussen mooie, in tremolo gedrenkte, akkoordjes en bluesy fills. ‘Was it wild enough?’ vraagt de zanger zich af. Hij hoopt van wel want ‘life can’t get any better with her by my side. I’d kill the world to be her man’. Een waardige romantische afsluiter van een killer album.

Er is niks af te dingen op de kwaliteit van dit album. Iedere muzikant straalt, individueel en met elkaar. De zanger en tekstschrijver Lawrence Mul heeft ervaring en dat is hoorbaar. Vroeger was hij zanger van The Bloody Honkies die één album opnamen. Ook nam hij het eerste album met Raw Flowers op en zingt hij in verschillende coverprojecten. Daarnaast schrijft hij uitstekende teksten in het Engels, wat zoals ik al eerder schreef, vrij zeldzaam is in Nederland naar mijn mening. Zijn zangkunsten passen perfect bij de songs die hij grotendeels met gitarist Paul Diersen schrijft. Deze gitarist heeft een zeer verfijnde sound, die desalniettemin nergens slap of commercieel wordt. Hij blijft gelukkig weg van onnodige gitaargymnastiek en vult zijn partijen met een gevoel voor finesse feilloos in. Zijn solo’s mogen misschien wel in meer nummers opduiken. De drummer Ilja Vaags heeft zijn eigen stijl. Hij geeft een onweerstaanbare drive aan de nummers, zonder swing (soul) te verliezen. Dit is voor mij zo ongeveer het hoogste wat je kunt bereiken als rockdrummer. De bassist Raymond Grevink haakt hier naadloos op in en pakt zijn momenten waar het nodig is. Melodieus en toch diep en vol, vormt hij samen met de drummer de basis van nummers.

Een thema dat terugkeert is toch wel de dood, maar dan niet op een lugubere of pessimistische manier. De boodschap is meer dat onze tijd hier op aarde beperkt is en dat je dus in het nú moet leven. There’s no time like the present. De liefde laat zijn verschillende gezichten ook zien op het album. Liefde voor het leven, een vrouw of gewoon liefde voor een simpel bestaan en lekker dansen. Het enige puntje van kritiek dat ik kan geven is dat de ballad Wild Enough? en de rust die het nummer brengt, wat laat komt. Misschien had dit nummer meer naar het midden van het album gemoeten, bijvoorbeeld op het einde van kant 1 van de LP. The Duel brengt ook wel wat rust, maar je mist toch een beetje adempauze ergens. Doch eigenlijk is dit vloeken in de kerk want No Time Like The Present is een rockende rockplaat en daarbij moet je de luisteraar simpelweg geen tijd geven om bij te komen. Om dit te bereiken zijn geen trucs gebruikt, maar goede songs geschreven en opgenomen die gewoon een groot publiek verdienen.

Tracklist:

  1. Good Night & Good Luck (2:36)
  2. Cosmic Fugazi (2:48)
  3. Blue Stained Brother (5:13)
  4. The Duel (2:38)
  5. Handfull of Doves (3:21)
  6. Light of Life (3:11)
  7. The Ride is Over (3:47)
  8. How I Wish (3:47)
  9. 1985 (4:53)
  10. Knock ‘Em Down (3:40)
  11. Wild Enough? (4:44)

Speelduur: 43:05
Genre: Rock, Grunge
Releasedatum: 1 september 2017


Raw Flowers – No Time Like The Present

 

Het bericht Raw Flowers – No Time Like The Present verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/raw-flowers-no-time-like-the-present/feed/ 0
Sam Baker – Land of Doubt https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/sam-baker-land-of-doubt/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/sam-baker-land-of-doubt/#respond Sun, 02 Jul 2017 14:29:54 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=6811 De stem van de geboren Texaan Sam Baker is een aparte. Ik heb een hekel aan vergelijkingen in deze, want de stem en specifiek deze stem, is totaal uniek. Maar hij lijkt meer op die van Tom Waits dan op die van Freddie Mercury; Luister en huiver. Een belangrijke oorzaak hiervan, die ook tot vervelens …

Het bericht Sam Baker – Land of Doubt verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
De stem van de geboren Texaan Sam Baker is een aparte. Ik heb een hekel aan vergelijkingen in deze, want de stem en specifiek deze stem, is totaal uniek. Maar hij lijkt meer op die van Tom Waits dan op die van Freddie Mercury; Luister en huiver. Een belangrijke oorzaak hiervan, die ook tot vervelens toe terugkomt in elk artikel over hem, is toch wel belangrijk om hier te vermelden. Het is namelijk geen trucje dat hij zo zingt, Baker overleefde in 1986 een aanslag op een trein in Peru. De bom die afging in zijn coupé, zorgde ervoor dat zijn linkerhand verbrijzeld werd en zijn beide trommelvliezen scheurden. Ernstig gehoorverlies aan één oor en doofheid aan het andere zorgden ervoor dat hij opnieuw moest leren zingen. Ook moest hij het aanleren linkshandig gitaar te spelen. De linkerhand kon namelijk nog wel een plectrum vasthouden, wat nodig is bij linkshandig spelen. Terug naar de stem. Af en toe twijfel je of Baker zingt of gewoon de tekst uitspreekt op zijn muziek. Dit past echter wonderwel in de folk en country die hij speelt. De melodieën die hij zingt zijn spaarzaam maar perfect, net als de orkestratie. Piano, gitaar, af en toe pedal steel, strijkers, maar allemaal met mate en een drum sound die erg fijn is gemixt. Dat laatste komt waarschijnlijk doordat de drummer Neilson Hubbard ook de productie, techniek en het mixen voor zijn rekening heeft genomen. Baker speelt op dit album overwegend elektrische in plaats van akoestische gitaar. Deze keuze zorgt ervoor dat er net wat meer variatie in het geluid komt.

Het eerste nummer Summer Wind begint met een bijna spookachtig gitaargeluid. En hoewel Baker’s overstap van akoestische naar elektrische gitaar een verwachting schept over tempo en karakter van de songs, is er zeker geen haast te bekennen. Ook niet bij deze song. Will Kimbrough vult Baker goed aan op elektrische gitaar en zorgt voor de nodige maar tegelijk minimale textuur. Verder hoor je enkel piano en de stem van Baker alleen in de wildernis, zo voelt het. De tekst interpreteer ik als een aanklacht tegen een leugenachtige vrouw: ‘I hear you are still the merchant, the dealer in spoken things, the one who dresses truth in colored lies.’ Hij had ook gewoon kunnen zeggen: Je bent een leugenaar. Maar met deze zin geeft hij meteen zijn visitekaartje af. Regels uit dit liedje komen later terug als titels van de intermezzo’s, dus moeten we het belang van dit nummer niet onderschatten. Aan het eind van het beginnummer een voorproefje van de trompetsound van Dan Mitchell die het hele album zal schitteren en een heel klein beetje drumt. Same Kind of Blue is tekstueel minder vaag, maar oh zo mooi. Het handelt over een Vietnam-veteraan genaamd Charlie. Nu wil het toeval dat de scheldnaam van de Amerikanen voor de Vietnamezen ook Charlie was. Natuurlijk is dit niet écht toeval en Baker spint rond deze spitsvondigheid – ‘Charlie fighting Charlie’ – een prachtig nummer. De drummer legt een eenvoudige beat neer en een rustig, af en toe licht psychedelisch, gitaargeluid vormen de achtergrond voor de tekst. In het derde couplet wordt voor het eerst een tweede stem toegepast die daar uiterst functioneel is. Daarna horen we een stukje ingevuld door ‘hey-hey’s’ van Baker zelf. Hoewel zijn stem zoals hierboven al toegelicht, vrij rauw is, zijn er in best veel liedjes oehoe’s etc. van hem te horen die prachtig zijn en totaal niet storen. De tekst van het nummer zou ik helemaal kunnen uitleggen, maar eigenlijk moet je die zelf horen en/of lezen om te ondervinden hoe briljant hij is. Aan het eind van het nummer horen we een ‘la-la-la’ over een militair drumritme en de geruststellende tonen van de trompet. Alsof je met Charlie mee marcheert naar huis. Hierop volgt het eerste instrumentale intermezzo, het eerste van vijf. Een piano die solo speelt en je even wat ruimte geeft tot overdenking. Ook al duurt The Slivered Moon, een titel afkomstig uit het eerste nummer, maar achtenveertig seconden, het geeft net die rust die je nodig hebt op een album.

Margaret heeft een lichtere toon. Het is een liefdeslied met een toon en tekst die vertederend simpel zijn. De conclusie: ‘When Margaret’s in love, her face turns red.’ De rijm van dit zinnetje en de manier waarop Baker het zingt is bijna kinderlijk, maar kom er maar eens op. Je moet het horen om te geloven dat het niet goedkoop overkomt; elk woord lijkt gemeend. Hier ook weer een ‘hey-hey’ met een pedal steel gitaar op de achtergrond en een heel kort tweede stemmetje. De positiviteit van Margaret gaat enigszins ten onder in het volgende nummer Love Is Patient. Ondersteund door een cello en een viool zingt Baker over een verloren liefde. Of de (ge)liefde echt weg is, is niet helemaal duidelijk, maar ze zingt in ieder geval niet meer voor hem zoals vroeger. En als ze er nog zou zijn dan moet ze in het volgende nummer in ieder geval wegwezen. Vandaar de titel Leave. Later zullen de ik-persoon en de ‘you’ misschien vrienden worden maar nu moet ze even “moven“. Met de kortste speeltijd van de reguliere nummers, is dit een vrij duidelijk verhaal; to the point. Hier wordt het echter niet simpel of minder mooi door. Als Sam Baker ‘You may not stay’ zingt met zichzelf als tweede stem, klinkt dit zo mooi dat het bijna niet erg meer is dat je niet mag blijven. Je verlaat hem met een gevoel van warme vrijheid en zijn lied als afscheidsgeschenk.

Daarna volgen twee intermezzo’s waarvan de eerste heet: Pastures Fit for Thoroughbreds. Dit betekent zoveel als ‘weiden goed voor raspaarden’, ik moest het even opzoeken. Er zit tussen Leave en dit intermezzo wel een breuk, maar aan het eind wordt het themaatje van Leave min of meer herhaald, waardoor je toch een soort herkenning en berusting vindt. Er zijn enkele geluidseffecten te horen die je zou kunnen bereiken met een omgedraaide echo op het gitaarsignaal. De tweede van het duo is Song of Sunrise Birds waarvan de titel net als ‘Pastures’ terug te vinden is in het eerste nummer op het album. Hier horen we voor het eerst een accordeon of een pijporgel. De trompet blaast hier rustig overheen om ruimte te creëren voor het volgende nummer zodat je weer met een schone lei begint. The Feast of Saint Valentine is een iets mooiere Engelse bewoording voor Valentijnsdag. Dit nummer heeft de duidelijkste drijvende kracht in het ritme waardoor het eventueel een single zou kunnen zijn, ware het niet dat de speeltijd te lang is voor een drie-minuten-popsong. Gelukkig lijkt dit het laatste waar Baker zich druk over maakt en de orkestratie blijft trouw: gitaar, viool, drum, zang, piano. In de tekst vinden we verwijzingen naar de natuur; dieren, het weer. Daarnaast melancholische en enigszins cynische beelden. Over een kaart bezorgd op Valentijnsdag waarop te lezen valt: veel geluk. Dus niet je standaard Valentijns tekst. En over het soort dag waarvan je wel moet houden: Eerst sneeuw en dan ook nog een zware regenbui. Er is ook één zin in de tekst die zou kunnen duiden op iemand die weg is gegaan: ‘the rain is really falling now on the summer chairs. They lean against the limestone wall in blue and green pastel, they are right there where you left them.’ Maar komt hij of zij nog terug? Het wordt niet opgelost en dit open eind houdt het spannend.

Moses in the Reeds heeft weinig te maken met de bijbel, behalve dat de vrouwelijke hoofdpersoon er regelmatig bij ligt als Moses, maar dan op een bank in een aftandse caravan. Ze voelt zich net als Mozes verlaten; Hij lag als baby ogenschijnlijk verlaten in een mandje tussen het riet. De vrouw in het nummer krijgt de naam Baby mee, waarschijnlijk niet geheel toevallig. Zij is een drugsverslaafde die verslaafd is aan oxy (een soort drug, afkomstig van de papaverplant) en heroïne. Gezet op een misleidend vrolijk deuntje, is dit een cynische en kritische kijk op de onderkant van de Amerikaanse samenleving. Baby heeft twee kinderen en ‘a monkey to feed’, dat laatste is een uitdrukking die verwijst naar een verslaving die gevoed moet worden. Beginnend met een fijn drumgeluid en het karakteristieke stemgeluid komen er steeds meer instrumenten bij. Een slidegitaar zorgt voor een Texaans barbecue sausje waardoor de kans groot is dat ‘monkey to feed, monkey to feed’, een tijd in je hoofd blijft hangen. De tekst is samen geschreven met singer-songwriter Mary Gauthier, alle andere nummer zijn geschreven door Baker zelf. Als je haar biografie leest, zou de tekst autobiografisch kunnen zijn, in elk geval is de stijl iets anders dan de rest. Say the Right Words is een hartverscheurend nummer over dingen die verkeerd gaan en waar je niks aan kunt doen. De ouders hebben de juiste woorden gezegd, alles eraan gedaan om hun dochter goed op te voeden en toch gaat ze trouwen met een man die nooit goed voor haar is geweest. En ze verhuist ook nog met hem naar het koude, verre Cleveland. Enkele kreten die ik bij dit nummer heb opgeschreven zijn: ‘Die trompet: heerlijk’, ‘la-la-la’ en ‘Pfff pure schoonheid’.

Het intermezzo The Sunken City Rises is het enige tussenstukje dat vooruit wijst op dit album, naar een zin uit het laatste nummer Land of Doubt. Dit is de meest filmische van de vijf intermezzo’s en zou niet misstaan als score voor een film als Chinatown of een serie van het kaliber Game Of Thrones. Het verdriet van Say the Right Words wordt hier als het ware langzaam uitgevaagd, om bij het volgende nummer uit te komen dat iets lichter is van toon. Hoewel Peace Out die lichte hippie ondertoon heeft die de titel doet vermoeden, sluit de boodschap goed aan bij Say the Right Words. Er is een meisje dat naar San Diego is gegaan om een surfster te worden. Het kan een vriendin geweest zijn, maar voor mijn gevoel is het een dochter. En hoewel zij degene is die vertrekt, laat ze hém gaan: ‘Doei’, of ‘Peace Out’ zoals surfers zeggen. Baker begint te zingen met enkel piano. Bij het tweede couplet komt het heerlijke drumgeluid er weer bij. Na dit couplet komt een akoestische gitaar tevoorschijn voor het instrumentale stukje en het outro. Een hele natuurlijke opbouw is het gevolg. Bij het instrumentale The Sunken City Rises, krijgt het gitaargeluid een tremolo effect mee, waardoor je dat kenmerkende ‘golvende’ geluid hoort. Deze titel is wederom afkomstig uit het eerste nummer. Er is een piano en een cello te horen die zorgen voor een laatste wederopstanding die de basis legt voor het titelnummer, dat tevens het laatste is. In Land of Doubt zijn de meeste geluidseffecten te horen, waaronder weer de tremolo. Hier is hij veel sneller ingesteld, waardoor je ‘trillertjes’ krijgt in plaats van lange golven. De stem van Baker gaat door een heftig echo effect, dat zorgt voor een vervreemdend geluid. Mitchell’s trompet is weer aanwezig en gaat zeker niet vervelen. Hij roept met zijn sound beelden op van Film Noir en eindigt het album op een jazzy noot. De tekst is erg impressionistisch, handelend over gezonken steden, religie in christelijke symbolen en verval in het algemeen. Helemaal kan ik hem niet duiden, maar zoals de titel impliceert gaat het over twijfel, een thema dat in het hele album terugkomt.

Land of Doubt is als een goede fles whiskey, uiteraard uit Texas US. En zo’n fles ‘hooch’ is best te vinden als je even je best doet. De kwaliteit straalt er vanaf. Kleuren die je ziet in de fles, zie je ook voor je wanneer je Land of Doubt draait: Goud, geel en een donkerbruine gloed. Maar zo’n goede fles whiskey drink je ook niet in één keer op, één of twee glaasjes zijn heerlijk en dan geniet je echt van de smaak. Dit geldt ook voor dit album als je het mij vraagt; de nummers zijn stuk voor stuk voortreffelijk, maar om ze allemaal achter elkaar te luisteren is het misschien een beetje veel. Verder associeer ik whiskey meer met de wintermaanden dan de zomer en dat is met Land of Doubt ook zo. Je kunt de vergelijking ook doortrekken naar het effect van whiskey (alcohol) op je stemming; als je één of enkele glazen drinkt kan het je opbeuren of tot rust brengen, afhankelijk van hoe je je voelt. De hele fles achter elkaar is waarschijnlijk niet bevorderlijk voor je stemming. Zo is het ook een beetje met dit album. Dus luister met mate. Dit is voor mij een pluspunt, het betekent dat de muziek iets met je doet. De muzikale intermezzo’s zijn in dit opzicht wel geslaagd: Als je door luistert kun je tijdens die nummers even op adem komen.

Het thema dat voortdurend terugkomt is twijfel. Twijfel in het persoonlijke leven over liefde, geluk, trauma’s en loslaten. Maar ook twijfel over de samenleving in het algemeen en zijn valkuilen. Voelbaar zijn de vragen die de laatste verkiezingen in de VS en de uitslag daarvan oproepen. Er is letterlijk een ‘land of doubt’ ontstaan. Hoe gaan de VS en zijn leiders om met de problemen en tegenstellingen die het land verscheuren? Baker lijkt niet erg optimistisch in dit opzicht. Maar twijfel kan toch iets positiefs zijn heeft Baker in een interview gezegd. Het houdt je scherp als je het niet vertragend laat werken of tot stilstand laat komen. Als je niet twijfelt aan ‘vaststaande feiten’ zul je nooit iets nieuws uitvinden. En als je dan toch even stilstaat, zo lijkt de boodschap, geniet dan even van de kleine schoonheden die de natuur en het leven te bieden hebben. Het vakmanschap van de muzikanten druipt op Land of Doubt van elk nummer af. Smaakvol begeleiden ze Sam Baker op zijn reis en samen vliegen ze nergens uit de bocht. Het album is een groeier, één die met elke beluistering beter wordt, vandaar dat het cijfer verbonden aan dit album in de toekomst nog omhoog kan gaan.

8,5

Tracklist:

  1. Summer Wind (4:18)
  2. Same Kind of Blue (4:20)
  3. The Slivered Moon (0:48)
  4. Margaret (3:34)
  5. Love Is Patient (3:24)
  6. Leave (2:36)
  7. Pastures Fit for Thoroughbreds (1:41)
  8. Song of Sunrise Birds (0:51)
  9. The Feast of Saint Valentine (5:17)
  10. Moses in the Reeds (3:12)
  11. Say the Right Words (2:53)
  12. The Sunken City Rises (0:47)
  13. Peace Out (2:54)
  14. Where Fallen Angels Dwell (3:05)
  15. Land of Doubt (3:36)

Speelduur: 43:05
Genre: Folk, Americana
Releasedatum: 21 juni 2017


 

Sam Baker - Land of Doubt

Het bericht Sam Baker – Land of Doubt verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/sam-baker-land-of-doubt/feed/ 0
Kevin Morby – City Music https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/kevin-morby-city-music/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/kevin-morby-city-music/#respond Mon, 26 Jun 2017 14:30:36 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=6814 De jaren van de de psychedelische klanken van Kevin Morby’s band Woods liggen inmiddels al enkele jaren achter ons (hij verliet de band in 2013). Zijn solocarrière begint echter steeds meer vorm te krijgen sinds hij vier jaar geleden zijn debuut Harlem River uitbracht. In 2016 verscheen nog het veelgeprezen album Singing Saw, waar de …

Het bericht Kevin Morby – City Music verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
De jaren van de de psychedelische klanken van Kevin Morby’s band Woods liggen inmiddels al enkele jaren achter ons (hij verliet de band in 2013). Zijn solocarrière begint echter steeds meer vorm te krijgen sinds hij vier jaar geleden zijn debuut Harlem River uitbracht. In 2016 verscheen nog het veelgeprezen album Singing Saw, waar de strijkers ondersteuning gaven aan de door gitaren en breekbare zang aangehaalde sfeer. Zijn vierde album City Music kan als tegenhanger van het voorgaande album worden gezien. Waar op Singing Saw de intimiteit lag in het leven op het platteland wordt op City Music de stedelijke gebieden van zijn jaren in New York verkent. Van Bob Dylan en Joni Mitchell naar Lou Reed en Patti Smith, van het zachte en kwetsbare naar het ruige en verontrustende. De overeenkomst is dat de eenzaamheid opnieuw een groot onderdeel uitmaakt van het verhalende. Het album werd aan de andere kant van het land opgenomen in de Panoramic Studios, met uitzicht op de Atlantische oceaan. Tijdens de nachtelijke sessies ontstond samen met zijn band de muzikale toonzetting van het geheel, ondersteund door de stadse verhalen van Kevin Morby.

Come to Me Now opent in de meest eenzame dood die een mens kan wensen. Ver weggezonken in het stadse leven komt het verhaal van de gestorven eenling George Bell tot leven. De donkere klanken van percussie en orgel openen de donkere wereld van The Velvet Underground en Joy Division, omhult door de tragische dood van een man in een huis in New York City. Het stedelijke leven wordt door de mensenstromen in werking gezet, terwijl even verderop andere personen in alle eenzaamheid wegzinken in hun bestaan. De zon wordt ingeruild voor de maan, het felle licht kan niet meer worden verdragen. Het zijn de klanken van het eeuwenoude orgel waarmee Kevin Morby de onderhuidse spanning opwekt, tot de metaalklanken van Justin Sullivan langzaam aan afzwakken. Richard Swift’s gezegende producerkwaliteiten worden ook kenbaar gemaakt op het schitterende Crybaby. De strakke sound en herhalende gitaarklanken kennen overeenkomsten met de muziek van Kurt Vile. Wanneer Morby zijn zang oprekt begeven we ons in het leven buiten de samenleving. Ongezien in de drukke straten van de Amerikaanse metropolen en uitgeput door de wereldse problemen. Het zijn de gedachten die Morby omringde toen hij het nummer in 2013 met drummer Justin Sullivan schreef. De ineenstorting van deze persoon wordt gebracht in de energieke combinatie van de aangeslagen en hese zang, de herhalende pianoklanken en het oplopende volume van de drums. 1234 kan eenvoudig worden gezien als een ode aan de punk rock dagen van de Ramones (‘Joey, Johnny, Dee Dee , Tommy’), de herkenbare structuur wordt vanaf het eerste moment in werking gezet. Tevens bevat het nummer een referentie naar Jim Carroll’s People Who Died, één van Morby’s favoriete nummers. Het is een korte onderbreking van het album, waar de grap niet geheel recht doet aan het verhalende.

Dat het album sterk door zijn muzikale helden is beïnvloed wordt maar eens te meer duidelijk op Aboard My Train. Niet alleen Bod Dylan’s Forever Young wordt aangehaald, maar ook Lou Reed’s aanwezigheid is voelbaar. Van het rustige drumritme van Sullivan wordt er overgestapt naar de pianoklanken van Richard Swift. Het nummer is vooral een reis door Morby’s leven, van zijn kindertijd en de verschillende steden waar hij in zijn leven verliefd op werd. De ruige gitaarklanken brengen de overgang naar alle filmbeelden die aan hem voorbij flitsen, een ode aan alle plaatsen en personen waar hij ooit een vriendschapsband mee opbouwde. Een zeer verfijnd kunststukje. De muzikale diversiteit van het album wordt hoorbaar wanneer de soulvolle klanken van de blues het gehoor binnendringen. Samen met Richard Swift op de drums brengt Kevin zijn zang zeer dichtbij, ondersteund door de harmonieuze achtergrondzang van Richard. Opnieuw is het gevoel van eenzaamheid bepalend voor zijn tekstuele uitingen. Op een groot plein downtown New York voelt de hoofdpersoon zich verlaten en vloeien de tranen rijkelijk in de melodieuze gitaarklanken. Het zijn de referenties waardoor het allemaal soms iets te veel van het goede wordt op het album. Zo verwijst het 40 seconden durende Flannery naar Flannery O’Connor’s boek The Violent Bear It Away, waar een kind de naderende lichten van een stad aanziet voor een groot vuur. Gelukkig vormt dit korte verhaal ingesproken door Meg Baird de introductie van de titeltrack. City Music werd ooit ingespeeld op de banjo, maar het verhaal komt met een voltallige band pas echt tot leven. Television’s Marquee Moon herleeft in de harmonieuze werking tussen Morby’s gitaarspel en dat van Meg Duffy. Het gevoel van de eenzame tochten door de drukke straten van een metropool worden deze keer dan ook volledig in werking gezet door de muziek. Het is een nummer waarin de stadse klanken uit de voorbij flitsende barretjes, muziekpodia en drukke concerthallen samengaan met de drukke verkeersstromen van ronkende motoren en piepende banden. De gitaarriff breekt halverwege het nummer door naar het versnelde ritme van de drums, de jamsessie wordt opgerekt tot een kleine zeven minuten. Meeslepend en indringend tegelijk.

Vanaf de titeltrack glijdt het album in sneltreinvaart door in een ode aan de Velvet Underground en Lou Reed. Vanuit de torenhoge wolkenkrabbers aanschouwt het personage in Tin Can het passeren van mensen en auto’s in de drukke straten. Het stadse gevoel wordt deze keer van een meer zonnige klank voorzien, al blijft het gevoel een vreemdeling te zijn overheersen (‘I’m no one but a face just a stranger in a stranger place’). De vervreemde klanken worden door de gitaren ontwikkeld, waarnaast de piano als ondersteunende factor dient. De tropische klanken van de drums verscherpen de klanken en besluit Morby tenslotte met ‘But I don’t mind’ dat het helemaal niet erg is om je af en toe wat vreemd te voelen in zo’n miljoenenstad.  Caught in My Eye is een cover van de Amerikaanse punkband The Germs. Het rauwe randje is er vanaf gehaald en de akoestische gitaarklanken brengen de wonderschone teksten beter naar voren. Morby klinkt aangeslagen en weet de emotionele inslag te vergroten door het effectieve gebruik van zijn stemgeluid. Meg Baird’s hoge vocalen zorgen samen met de exotische klanken voor de diepe ontroering. Na elke onderbreking wordt er weer teruggegrepen naar de hoofdlijn van het album, het personage dat zich bevindt in de grote stad. In Night Time wordt het stadse aanzicht bij nacht bekeken uit het appartementje hoog in de wolkenkrabber. De pracht zit ditmaal weer verwerkt in de samenhang tussen de diverse instrumenten die hoorbaar zijn. Van de korte aanrakingen op de piano, de roffelende drums tot aan de ruwe gitaarklanken. De band weet als geheel het gevoel van het leven in een drukke stad tot leven te wekken. Het nummer sluit af met de hoofdpersoon al luisterend naar Bob Dylan’s Sad-Eyed Lady of the Lowlands. In Pearly Gates worden de hemelse poorten geopend naar het hiernamaals. De gitaarriff benadrukt de kracht van de muziek wanneer de hoofdpersoon zich voor de poorten bevindt. De dochters van Richard Swift brengen de gospel tot leven in St. John The Divine, een gotische kathedraal in New York. De keyboardklanken en drums vermengen zich klakkeloos in de energieke ondergrond van het basspel. Al wachtend voor de poorten wordt je favoriete muziek ten gehore gebracht, voordat het leven na de dood zijn aanvang neemt. Downtown’s Lights is niet alleen het slotstuk van het album, maar kan ook worden gezien als een nummer waarin iemand aan het einde van zijn/haar leven staat. Samen met basgitarist Meg Duffy en drummer Justin Sullivan brengt Morby zijn kwetsbare stem in de emotionele ondertoon. Het naderende einde voert de hoofdpersoon langs de beelden uit het verleden en het geloof in meer dan dit leven alleen. Het langzame ritme kruipt voort wanneer de emoties worden aangewakkerd en de laatste klanken het gehoor binnendringen, ‘I watch the tide flying like a sparrow, I Watch the lights dying off like dominoes’.

In City Music voert Kevin Morby je met veel muzikale diversiteit mee door de stedelijke gebieden van de Amerikaanse staten. Op effectieve wijze wordt de eenzaamheid van de hoofdpersoon verwerkt in de muzikale samenhang, van de wonderschone klanken van de akoestische gitaar tot aan de donkere tonen van het orgel. Daarnaast staat het album bol van de muzikale verwijzingen naar de muziek van de Velvet Underground en met name Lou Reed. Bij vlagen voeren de terugkoppelingen je te vaak terug naar het verleden, maar nergens doet dit echter af aan het overkoepelende verhaal in de grote stad. Of het nou de nachtelijke lichten in een metropool zijn of de manier waarop je in alle eenzaamheid door de drukke straten van New York slentert, Morby geeft je het gevoel deel uit te maken van het verhaal. En juist dit verhaal geeft de groei aan van hem als muzikant, het verwerken van elk hoofdstuk in het tekstuele en muzikale.

8,0

Tracklist:

  1. Come to Me Now (4:51)
  2. Crybaby (3:56)
  3. 1234 (1:47)
  4. Aboard My Train (3:15)
  5. Dry Your Eyes (4:12)
  6. Flannery (0:40)
  7. City Music (6:44)
  8. Tin Can (4:50)
  9. Caught in My Eye (3:33)
  10. Night Time (6:03)
  11. Pearly Gates (3:52)
  12. Downtown’s Lights (4:19)

Speelduur: 48:02
Genre: Rock, Folk
Releasedatum: 16 juni 2017


Kevin Morby - City Music

 

Het bericht Kevin Morby – City Music verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/kevin-morby-city-music/feed/ 0
Jason Isbell and The 400 Unit – The Nashville Sound https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/jason-isbell-and-the-400-unit-the-nashville-sound/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/jason-isbell-and-the-400-unit-the-nashville-sound/#respond Mon, 19 Jun 2017 14:30:45 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=6788 Jarenlang was de uit Alabama afkomstige Jason Isbell een vast gezicht in het southern rock gezelschap van Drive-By Truckers. De band waarmee hij muzikale hoogtepunten vierde met albums als The Dirty South en Decoration Day verliet hij in 2007 noodgedwongen door zijn drugs- en alcoholverslaving. Het zou nog jaren duren voordat de talentvolle muzikant en tekstschrijver weer nuchter …

Het bericht Jason Isbell and The 400 Unit – The Nashville Sound verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
Jarenlang was de uit Alabama afkomstige Jason Isbell een vast gezicht in het southern rock gezelschap van Drive-By Truckers. De band waarmee hij muzikale hoogtepunten vierde met albums als The Dirty South en Decoration Day verliet hij in 2007 noodgedwongen door zijn drugs- en alcoholverslaving. Het zou nog jaren duren voordat de talentvolle muzikant en tekstschrijver weer nuchter het podium zou betreden. Op zijn laatste twee albums, het in 2013 verschenen Southeastern en in 2015 uitgebrachte Something More Than Free hoorden we het talent weer aan het werk in de kracht van onderwerpen als soberheid en zijn huwelijk met violiste Amanda Shires. Op The Nashville Sound brengt hij niet alleen zijn vaderschap onder de aandacht bij de luisteraars, maar schroomt hij ook niet om zijn politieke ideeën te verkondigen. De angst en boosheid die hij verwerkt in de diversiteit van zijn muziek, van de stevige southern rock tot de emotionele toonzetting van de Americana. De veranderingen in Music City Nashville brachten hem op het idee deze vast te leggen op een plaat. Waar de naam van zijn vaste begeleidingsband The 400 Unit op zijn voorgaande albums ontbrak straalt deze ditmaal weer op de hoes. De waardering voor hun jarenlange samenwerking en de intense samenhang die de muziek van de band heeft vormgegeven.

‘I couldn’t be happy in the city at night, You can’t see the stars for the neon light’ zingt Jason in het openingsnummer Last of My Kind. Een nummer waarin hij zowel kijkt naar de veranderende wereld om hem heen als het gevoel van eenzaamheid in de grote stad. De akoestische gitaarklanken en viool scheppen de rust die hij zoekt in de snelle ontwikkelingen in de plekken uit zijn jeugd. De dagen van zijn tijd in Alabama zijn geworden tot vage herinneringen en onscherpe foto’s. De keyboardklanken voeren hem langzaam weg van het verleden en laten zijn zorgen over de wereld waarin zijn kind opgroeit naar voren komen. De intensieve klanken van de southern rock vormen Cumberland Gap, een ode aan de kinderen uit de gebieden van de kolenmijnen. Een nummer waarin de muzikale kracht van The 400 Unit de teksten van meer kleur voorziet. Het voelbare gewicht van het zware werk in de mijnen en het wegdrinken van alle negatieve gedachten in de plaatselijke bar snijden door je ziel heen. Het zijn de stadjes in de Amerikaanse ‘Cumberland Gap’ waar bijna geen onderscheid tussen te maken valt, ‘And if you don’t sit facing the window, You could be in any town’ zo zingt Isbell. In Tupelo schetst hij een karakter waarbij de problemen zo diep genesteld zitten dat hij denkt dat een ontsnapping naar een andere stad al zijn problemen laat verdwijnen. Jason ontwikkeld het personage in zijn ontroerende zangstem en laat de liefde ontspringen in zijn samenzang met Amanda Shires. De subtiele drumklanken van Chad Gamble brengen het verhaal in beweging, van de hervonden liefde, tot het einde van al zijn hoop. De wisselende stemming van het ontwikkelde karakter brengen deze man op het einde nog meer in verwarring dan hij al was.

Op White Man’s World drukt Jason zijn politieke stempel neer. Zijn woede over de behandeling van inheemse stammen, het voorrecht waarin de witte bevolking zich bevindt en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen sijpelen door in de intensiteit van de vervreemde gitaarklanken. Het verleden is niet alleen voelbaar in de breekbare stem van Jason, maar wordt ook gevormd door de diversiteit in instrumentatiegebruik. Van de langgerekte gitaarklanken en het melodieuze keyboardspel tot aan de emotionele kracht van de viool. Zijn frustraties weet hij op een sublieme manier om te zetten in de bewustwording van onze uitspraken en het leveren van een bijdrage aan ongelijkheid in onze samenleving. Jason brengt deze teksten op een manier die voor iedereen herkenbaar is, zeker als hij op een emotionele manier zingt:

I’m a white man looking in a black man’s eyes
Wishing I’d never been one of the guys
Who pretended not to hear another white man’s joke
Oh, the times ain’t forgotten

Het zijn onderwerpen die de luisteraar aan het denken zet, zo ook over de sterfelijkheid van de mens in het aangrijpende If We Were Vampires. De dag komt dat je in eenzaamheid de rest van je leven doorbrengt, wanneer je geliefde is gestorven. Een breekbare ballad waarin de harmonieën tussen Isbell en Shires de schoonheid doen vergroten. Als de mens onsterfelijk zou zijn bracht de liefde hen niet de mooie dagen van het samenzijn. De subtiele klanken van de akoestische gitaar zijn genoeg om de intense kracht van de liefde te versterken. De zorgen en angsten overspoelen het personage op het rauwe Anxiety. Southern rock op zijn best, met ruw gitaarpassage’s en een aangeslagen Jason. De constante angst voor wat ons kan overkomen bezorgt hem hoofdpijn en drukt zijn levenslust weg. Sadler Vaden bouwt samen met Jason aan de intensiteit van het gitaarspel. Na de geboorte van zijn dochter heeft Isbell er moeite mee de constante dreiging weg te dringen: ‘I’m out here living in a fantasy, I can’t enjoy a goddamn thing’. Molotov brengt de rust in het spel terug, maar zijn verleden laat hem niet met rust. Het is het jaar 1998 en Jason bevindt zich op een beurs in een provinciestadje, alwaar hij de liefde tegemoet loopt. Echter kent het vervolg van zijn leven wendingen die hij toen nog niet voorzag. Met de geboorte van zijn dochter hoopt hij het levensvuur nog steeds aan te wakkeren, ondersteund door het verfijnde gitaarspel en de muzikale rust.

In Chaos and Clothes komt de muzikale variatie definitief tot uiting in Jason’s veranderende zangstem en de ontspannen klankstructuur. Het nummer brengt hem bij zijn muzikale vriend Ryan Adams, met wie hij al jarenlang een hechte band heeft. Het verloren huwelijk van Adams staat centraal in zowel de droevige als opbeurende woorden vol referenties naar nummers van Ryan. ‘Now name all the monsters you’ve killed, Let’s name all the monsters you’ve killed’. Isbell weet ook dat na het naar buiten brengen van al zijn frustraties de rust weer weder moet keren, zo horen we op Hope the High Road. De opwaartse toon ontwikkelt zich gedurende het nummer: ‘I’ve heard enough of the white man’s blues, I’ve sang enough about myself’. Zijn schone geweten brengt hem naar loepzuivere gitaarsolo’s en het versnelde ritme van het muzikale geheel. De orgelklanken voeren je mee naar een wereld waarin het plezier in het leven is teruggewonnen en hij zonder angst zijn dochter kan laten opgroeien. De country en folk traditie keert terug in het slotstuk Something to Love. Niet alleen op muziekgebied, maar ook inhoudelijk voert het de klanken van zijn leven aan. Van zijn jonge dagen in een ‘tiny southern town’, de liefde voor zijn vrouw en de geboorte van zijn dochter. Een prachtig duet met zijn liefde Amanda Shires, met de meeslependheid van de klanken van gitaren, fiddle en drums. De boodschap aan zijn dochter is duidelijk, laat je zorgen vergeten door iets waar je vrolijk van wordt, ‘Something to love, it’ll serve you well’.

Sinds Jason Isbell de drank heeft afgezworen weet hij zijn muzikale talent steeds verder te ontwikkelen, zo bewijst hij ook weer met het prachtige The Nashville Sound. Een album waarin de traditionele klanken uit Nashville worden verwerkt in zowel de ontroerende muzikale pareltjes als de door de rauwe gitaarklanken voortgedreven nummers. In de teksten vormen zijn angst, woede en verleden de boventoon voor de diversiteit van het album, maar weet hij tevens de liefde voor zijn dochter en vrouw centraal te stellen. Daarnaast is het een meer dan terechte waardering dat zijn begeleidingsband The 400 Unit weer op het affiche prijkt, want de samenhang tussen de diverse klanken vormt een aangenaam geheel. Het album heeft Jason Isbell niet van al zijn zorgen ontnomen, maar je weet dat het goedkomt als hij zegt: ‘I still have faith, but I don’t know why, Maybe it’s the fire in my little girl’s eyes’.

8,3

Tracklist:

  1. Last of My Kind (4:22)
  2. Cumberland Gap (3:24)
  3. Tupelo (4:01)
  4. White Man’s World (3:56)
  5. If We Were Vampires (3:35)
  6. Anxiety (6:57)
  7. Molotov (3:46)
  8. Chaos and Clothes (3:34)
  9. Hope the High Road (3:03)
  10. Something to Love (3:39)

Speelduur: 40:17
Genre: Americana, Southern Rock, Roots
Releasedatum: 16 juni 2017


Jason Isbell and The 400 Unit - The Nashville Sound

 

Het bericht Jason Isbell and The 400 Unit – The Nashville Sound verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/jason-isbell-and-the-400-unit-the-nashville-sound/feed/ 0
Nad Sylvan – The Bride Said No https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/nad-sylvan-the-bride-said-no/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/nad-sylvan-the-bride-said-no/#respond Mon, 12 Jun 2017 17:01:18 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=6767 De lange muzikale reis van de in de Verenigde Staten geboren Nad Sylvan startte in 1968, toen hij als 8-jarig jongetje onderdeel uitmaakte van zijn eerste band The Hooks. Het zou echter nog vele decennia duren voordat hij op het podium zou staan met één van de grootmeesters uit de progressive rock, Steve Hackett. In 2012 …

Het bericht Nad Sylvan – The Bride Said No verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
De lange muzikale reis van de in de Verenigde Staten geboren Nad Sylvan startte in 1968, toen hij als 8-jarig jongetje onderdeel uitmaakte van zijn eerste band The Hooks. Het zou echter nog vele decennia duren voordat hij op het podium zou staan met één van de grootmeesters uit de progressive rock, Steve Hackett. In 2012 was het zover, na tientallen jaren als muzikant in verscheidene bandjes te hebben gespeeld stond hij op het podium met een muzikant van één van zijn favoriete bands, het Britse Genesis. De in Zweden opgegroeide Nad wist vanaf kinds af aan al dat zijn leven door muziek omringd zou worden en gaandeweg de jaren leerde hij veel instrumenten te bespelen. Zijn belangrijkste wapen bleek echter zijn stem, gekenmerkt door de gelijkenissen met die van Peter Gabriel. In 2015 verscheen dan eindelijk zijn solodebuut Courting the Widow. Het 17e-eeuwse vampierssprookje bracht hem naar voren als groots vertolker van de theatrale 70’s prog. De imponerende melodielijnen van het album werden ingespeeld door onder andere Nick D’Virgilio, Roine Stolt, Garry O’Toole en hoe kan het ook anders Steve Hackett. Twee jaar later krijgt zijn vampierverhaal een vervolg, The Bride Said No is het tweede deel van de uiteindelijke trilogie. Gebaseerd op het door hem geschreven nummer uit 1989 worden klassieke klanken uit de prog muziek vermengt met de moderne invloeden binnen deze muziekstijl. De samenwerking met gastmuzikanten Tony Levin, Nick D’Virgilio, Guthrie Govan en Anders Wollbeck onderstrepen deze samensmelting.

Het sprookje opent met Bridesmaids, waar de keyboardklanken een beangstigende setting tevoorschijn toveren. De invulling van de vrouwelijke achtergrondvocalen door Jade Ell en Sheona Urguhart versterken de spanningsopbouw van de intro. Wanneer de muziek overgaat in The Quartermaster dringt een scherpe basriff het gehoor binnen, voordat de hypnotiserende werking van de keyboardklanken binnendringt. Sylvan brengt het musical spektakel met zijn kenmerkende zanglijnen. Een fraaie afwisseling tussen zijn falsetto zangstem en de wat lagere tonen. Op muzikaal gebied brengt het nummer veel afwisseling in zowel tempo als instrumentatie. Naast de toetspartijen zorgt de percussie van Nick D’Virgilio voor een diepere toonzetting. Het swingende van de akoestische gitaar brengt de rust voordat het herhalende muziekpatroon weer opduikt. Op zijn oplopende leeftijd staat hij stil bij alle muzikanten die hem door de jaren heen ontvallen zijn. Het intrigerende When the Music Dies vormt hierbij de perfecte klankstructuur, van de elektronische inslag van de drums van Doane Perry tot aan de muzikale inrichting van componist Anders Wollbeck. De vocale harmonieën brengen het afscheid van de muziekgiganten en de kleine pareltjes. Tony Levin levert zijn bijdrage met zijn fameuze Chapman stick, huiveringwekkend opgenomen in het verhaal.

Wanneer de vampier zijn verstand volledig te buiten gaat bevinden we ons in The White Crown. De invloeden vanuit de folk muziek doen niet alleen de middeleeuwen herbeleven, maar zorgen ook voor een fraai samensmelting met de hevige gitaarklanken. Broadway is dichtbij in de theatrale melodielijnen, waar zijn metgezel Jonas Reingold zijn gitaarkunsten laat horen. Sylvan’s meeslepende vocale werk doet het podium voor je herrijzen, waar de musical in al haar schoonheid aan je wordt gebracht. De melodieuze en heldere klanken worden keer op keer afgewisseld met de donkere en grauwe tonen van de strijkers en het gitaar- en drumspel. Het absolute hoogtepunt van het album volgt met het schitterende What Have You Done. Het pianospel brengt de nodige emoties in het nummer, waar Nad zich in zijn zang ook volledig aan vastbijt. Het is echter de grote klasse van twee meestersgitaristen waardoor deze track het pareltje van het album mag worden genoemd. De oude klasbak Steve Hackett en het supertalent Guthrie Govan wisselen elkaar af in enkele melodieuze, emotionele en meeslepende gitaarsolo’s. Een genot om naar te luisteren, waar elk akkoord het volgende in werking zet. De gitaristen kleuren de muzieklandschappen in met de meest complexe structuren en weten je elke seconde dieper naar binnen te zuigen in het genot van de vampier. Tel daar de expertise van Tony Levin bij op en je weet in welke klankspectrum je terecht komt. Het nummer eindigt in de rust waarmee het is begonnen. De invloed van componist Anders Wollbeck is merkbaar op het vervolg met Crime of Passion. Klassieke zanglijnen vormen de opening van het door de strijkers voortgedreven geheel. De symfonische invulling voert je dieper het verhaal in over de moordlustige vampier. Sylvan weet met zijn zangstukken het verhaal tot leven te wekken. Het nummer staat bol van de tempowisselingen en voert je van de orkestrale klanken naar de gitaarriffs en toetspartijen.

A French Kiss in an Italian Cafe brengt wat meer rust in het geheel, al blijft de beangstigende toonzetting aanwezig. Doane Perry voert met zijn drumspel het langzame tempo aan, terwijl Nad met zijn zang een vreemdeling in een Italiaans café laat verschijnen. De Australische zangeres Sheona Urquhart brengt het vrouwelijke personage in beeld. De synths verweven zich moeiteloos in de langgerekte gitaarklanken van Steve Hackett en Nad Sylvan. Met het zware basspel van Tony Levin blijft de spanning van het album behouden, wat meer swing komt erin met de saxofoonsolo van Sheona. Het is de opmars voor het slotstuk en tevens de titeltrack, The Bride Said No. Ruim 12 minuten klokt het nummer, waarbinnen het verhaal zijn ontknoping vindt. Het trage doch melodieuze schouwspel wordt in werking gezet door de drums en gitaarlijnen, maar kent tevens een mooie bijdrage van Tania Doko in de harmonieën. Het funky ritme komt tot stand door het basspel en de violen. De pop wordt vermengt in de akoestische partijen, waarna de overgang naar een wat ruwer geluid aanvangt. De keyboardsolo’s brengen de hypnotiserende werking van het begin terug. De weg naar vrijheid is ingezet, versterkt door het effect van de slotsolo, maar vooral door het strijkerssegment. Een slot waarbinnen vooral de balans wordt gezocht tussen de verschillende elementen van het album, eindigend in het laatste nee-woord van Sylvan.

The Bride Said No is een meer dan logische voortzetting van het vampierssprookje van Nad Sylvan’s voorganger Courting the Widow. Op muziekgebied wordt er een ruimere invulling gegeven aan het genre rock en weten verscheidende gastmuzikanten het geheel naar een hoger niveau te tillen. Van de sublieme en melodieuze gitaarsolo’s van Steve Hackett en Guthrie Govan tot aan het zowel ondersteunende als toonzettende drumspel van Nick D’Virgilio en Doane Perry. De harmonieën tussen de uitmuntende zangpartijen van Nad Sylvan en de verscheidene vrouwelijke stukken brengen het verhaal tot leven. Het is echter de verfijnde combinatie tussen de klassieke progmelodieën en de door elektronica beïnvloede moderne klanken waardoor de ontwikkeling van Nad als muzikant en schrijver pas echt tot uiting komt. The Bride Said No kan daarmee bestempeld worden als een aangename verassing binnen de hedendaagse muziek.

8,2

Tracklist:

  1. Bridesmaids (1:13)
  2. The Quartermaster (5:39)
  3. When the Music Dies (6:59)
  4. The White Crown (6:16)
  5. What Have You Done (8:29)
  6. Crime of Passion (6:00)
  7. A French Kiss in an Italian Cafe (5:59)
  8. The Bride Said No (12:28)

Speelduur: 53:03
Genre: Progressive Rock
Releasedatum: 26 mei 2017


Nad Sylvan - The Bride Said No

 

Het bericht Nad Sylvan – The Bride Said No verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/nad-sylvan-the-bride-said-no/feed/ 0
Roger Waters – Is This the Life We Really Want? https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/roger-waters-is-this-the-life-we-really-want/ https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/roger-waters-is-this-the-life-we-really-want/#respond Mon, 05 Jun 2017 14:00:02 +0000 https://www.platendraaier.nl/?p=6735 Terug van weggeweest is Roger Waters niet, zo stond hij de eerste jaren van dit decennium veelvuldig op het podium met zijn The Wall Live tour. Na het in 1992 verschenen Amused to Death is Is This the Life We Really Want? echter wel zijn eerste studio album in 25 jaar. De jaren van zijn deelname aan …

Het bericht Roger Waters – Is This the Life We Really Want? verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
Terug van weggeweest is Roger Waters niet, zo stond hij de eerste jaren van dit decennium veelvuldig op het podium met zijn The Wall Live tour. Na het in 1992 verschenen Amused to Death is Is This the Life We Really Want? echter wel zijn eerste studio album in 25 jaar. De jaren van zijn deelname aan Pink Floyd liggen al tijden achter ons, toch zijn het de muzikale klanken en scherpzinnige teksten van Waters die ons altijd zijn bijgebleven. Van de mix tussen de psychedelica en progressieve rock van Meddle tot zijn woede-uitbarstingen over oorlogsgeweld op The Final Cut, als laatste onderdeel van het hoofdstuk Floyd. Dat hij als muzikant terugkeert met solowerk mogen we dan vooral te danken hebben aan de angstige tijden en de wankelende houding van politici in een wereld van nep nieuws, oorlogen en terreur. Voor de opnames van zijn nieuwe album werkte de nu 73-jarige muzikant samen met producer Nigel Godrich, bekend van zijn langdurige samenwerking met Radiohead. Met Godrich’s invloed worden de traditionele klanken uit het Floyd universum gewaarborgd en weet Waters tevens zijn boosheid over wereldse problematieken opnieuw tot uiting te brengen. Naast de toegevoegde waarde van Godrich dragen ook de Amerikaanse gitarist Jonathan Wilson en de componist David Campbell een steentje bij aan het klankenpalet van het album.

In When We Were Young doemt de tikkende tijdbom op, de verbintenis van het verleden wordt met Time van Dark Side of the Moon aan de huidige politieke spanningen gekoppeld. De angsten van Roger Waters zijn niet verdwenen, de rust niet herstelt, “Who gives a fuck, it’s never really over”. In een lichtflits beleeft hij zijn Déjà Vu, waar zijn akoestische gitaarspel de weg creëert voor de emotionele waarde van Pigs on the Wing. Als god zijnde zou hij de wereld een stukje beter maken, of het nou voor de verslaving van een alcoholist of voor de moordlust van de vroegere Romeinen is. De combinatie van het pianospel en de muzieklagen van synths en strijkers zorgen voor de diepgang van zijn tekstuele uitingen. Hij beleeft het verleden keer op keer opnieuw, maar weet zijn woede nu te richten op de onvoorspelbaarheid van een moordende drone, het verzieken van wat moeder natuur ons gegeven heeft en het zieltjes winnen door een politicus als Trump. The Last Refugee opent met enkele nieuwsberichten in de oplopende kracht van de synths. De vluchteling is neergestreken op een nieuwe plek, waar de herinneringen aan het verleden de onzekerheid voor wat de toekomst brengen moge versterkt. De elektronica krijgt een diepere klankstructuur wanneer de keyboards en synths zich met elkaar vermengen. Een treurig afscheid van een moeder aan haar kind. Terwijl ze denkt dat het jongetje nog vrolijk spelend over het strand slentert spoelt deze levenloos aan op het zand, voordat mensen met hun mobieltje het schrikbeeld vastleggen. Zijn verwijzing naar het Syrische jongetje Alan Kurdi doet de pijn uit het verleden wederkeren. De donkere klanken van de elektrische gitaar en keyboard weten beslag te leggen op het visuele beeld dat je hierbij vormt, tragisch en zwaar. De woorden spreken voor zich om de beelden erbij te vormen, zo bewijst ook de vierde track Picture That. De muzikale terugkeer naar de soundscapes van Pink Floyd, van de baslijn, de ontwikkelende synths en de vervormde keyboardklanken. Afbeeldingen van kindsoldaten, hongersnood en oorlogen vliegen als drones aan je voorbij. Trump krijgt er hardhandig van langs, terwijl de muzikale klanken zich steeds breder verspreiden. Een emotionele doodslag vermengt in de komst van social media verslavingen en het moment voordat een auto-ongeluk aan onschuldige mensen een einde maakt. Verwijzingen naar klassiekers als Wish You Were Her en Two Suns in the Sunset zijn door het nummer heen te vinden, waar de gitaarpartijen van Jonathan Wilson de psychedelica van hun begindagen vermengt in de klankstructuur van hun latere werken.

De akoestische insteek van Broken Bones werkt intensief samen met de ontroering van de strijkerssegmenten. Het verleden laat Waters niet los, in zijn aangeslagen bariton zang gaat hij in op het einde van de Tweede Wereldoorlog en de American Dream waarvoor gekozen werd. Geboren als onschuldige baby’s worden mensen gedurende hun leven blootgesteld aan de verwoesting om hun heen en beïnvloed door wat hun wordt gezegd. Terwijl de slide gitaar de warmte van de zon als vernietiging over het landschap laat opgaan, maakt Roger zich boos over indoctrinatie. De violen en cello slepen de muziek dieper de emoties in, waar de gekte zich ontvouwd in het oplopende volume. De tijd is niet terug te draaien, maar we kunnen wel stoppen met luisteren naar wat het regime ons te melden heeft. De titeltrack opent met een geluidsfragment van Trump, gevolgd door de spanningsopbouw van de gitaarklanken. Donker en zwaar, met referenties naar King Crimson, maar vooral ondersteunend aan de afkeer tegen de macht van de Amerikaanse president. De angstvallige toonzetting wordt verstevigd door de manier waarop we als mensen in een hoekje worden gedrukt, overtuigd van de ware reden van terreur en misdaden. Het nationalisme doemt op in de blindheid van de mensen, terwijl de klanken van strijkers en keyboards de spanningen doen vergroten. Tijd om iedereen wakker te schudden en weer met beide voeten op de grond neer te zetten. De wekker van Bird in a Gale zorgt voor deze hardhandige aanpak in combinatie met afweergeschut. Het blijkt opnieuw dat klassieker Time zowel in de muziekstructuur als in de boodschap een belangrijke rol vervult. Verschillende radiofragmenten zetten de toon voor de drone oorlog. Roger verpakt sarcasme in de bijtende houding van de kogelregen. Een vrolijk nieuwjaar zal het niet gauw worden voor Waters, want hij lijkt weg te zinken in zijn afgunst tegenover de wereldse praktijken. De aanwezigheid van produceren en muzikant Nigel Godrich is duidelijk merkbaar in de openingsklanken van The Most Beautiful Girl. Het pianospel vult de kwetsbaarheid van Water’s zangstem aan. Breekbaar en aangeslagen zingt hij over de manier waarop vrijheid overvloeit in het te ver voortduwen van je ideeën en mensen te proberen hiervan te overtuigen. De blazers zwellen aan terwijl de nieuwsberichten om ons heen vliegen. De bom slaat in wanneer het al te laat is, het verleden zwijgend achtergelaten.

De stilte voor de storm vangt aan met Smell the Roses. Have a Cigar en ontspan nog even al genietend van de geur van de rozen. De swing in de gitaarpartijen en de funk in het drumritme. Een gesprek tussen een man en vrouw, al biedt de invloed van geld een warm Welcome To The Machine. De klanken van het metaalwerk wanneer de bommen worden gesmeden en de tijdbom weg tikt. De verantwoording voor de daden die je als mens ondergaat, de spanning stijgt. De gitaarsolo ondersteund de aanvallen en de oorlog die gaande is. De vrouw komt weer bij haar bewustzijn, maar de machine speelt in op haar gevoelens. Een nieuwe dag is aangebroken en het verleden wordt achter je gelaten, de machine bedankt de vrouw voor haar hulp: Girl you know you couldn’t get much higher. Van The Doors naar een gedicht van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish, Wait for Her. De klanken van het wegebbende keyboard gaan over in de akoestische gitaar, waar het bedroevende schouwspel een ingetogen vervolg krijgt. De liefde verpakt in de gevoelens voor een ander, Breathe out, Breathe in. Kom je beloftes na en laat je niet tegenhouden is wat de boodschap luidt. Terwijl de meeuwen boven de zee verschijnen opent Oceans Apart. Een kort ogenblik van rust, de liefde voordat een Part of Me Died. Het slotstuk waar hij nog eenmaal zijn ongenoegen uit en de teleurstellingen uit zijn leven benoemd. De liefde overwint echter en een stukje van de vreselijke gebeurtenissen om hem heen lijkt weg te vallen. Terwijl hij zijn laatste sigaret opsteekt weet Waters dat zijn einde nabij is, de spijt over wat hij niet heeft kunnen betekenen voor deze wereld is niet voorbij, maar hier in haar armen kan hij veilig sterven.

Is This the Life We Really Want? Het is de vraag die centraal staat op het gelijknamige album van Roger Waters. Een vraag die hij beantwoordt in zijn boosheid over het huidige politieke spel, de niet te stoppen oorlogen en de vele slachtoffers in de vluchtelingenstromen. Het album staat bol van de muzikale verwijzingen naar klassiekers uit de tijd van Pink Floyd, maar krijgt door de invloed van producer Nigel Godrich de nodige kleine muzikale vernieuwingen. Vooral door het gebruik van elektronische snufjes en orkestrale klanken wordt de diepgang van het geheel verstevigd.  Hoewel de emotionele toonzetting het merendeel van het album beslaat, is er tegen het einde aan toch nog een sprankje van hoop aan de horizon te bespeuren. De muzikale verpakking sluit daarbij moeiteloos aan bij de aangrijpende zanglijnen en de vele beelden die op het netvlies worden geprojecteerd. Ook al weet Roger Waters dat dit niet het leven is dat hij omarmt, in de liefde vindt hij een veilige plek om in alle rust zijn naderende einde af te wachten.

8,9

Tracklist:

  1. When We Were Young (1:38)
  2. Déjà Vu (4:27)
  3. The Last Refugee (4:12)
  4. Picture That (6:47)
  5. Broken Bones (4:57)
  6. Is This the Life We Really Want? (5:55)
  7. Bird in a Gale (5:31)
  8. The Most Beautiful Girl (6:09)
  9. Smell the Roses (5:15)
  10. Wait for Her (4:56)
  11. Oceans Apart (1:07)
  12. Part of Me Died (3:12)

Speelduur: 54:06
Genre: Progressive Rock
Releasedatum: 2 juni 2017

Het bericht Roger Waters – Is This the Life We Really Want? verscheen als eerste op Platendraaier.

]]>
https://www.platendraaier.nl/albumrecensies/roger-waters-is-this-the-life-we-really-want/feed/ 0