Top 30 albums van de jaren 50

Top 30 albums van de jaren 50

Met de komst van de langspeelplaat eind jaren 40 ontstond er een geheel nieuwe muziekmarkt, niet de veelgeprezen single stond langer in de schijnwerpers, maar het album gaf een totaal nieuwe muziekbelevenis voor de luisteraars. Halverwege de jaren 50 explodeerde het aanbod en ontstonden de klassiekers van de artiesten uit die tijd. Uiteraard was het de door rhythm en blues beïnvloede rock ‘n’ roll één van de populaire genres die dit decennium kleur gaven. Met de komst van de elektrische gitaar werden artiesten als Chuck Berry en Bo Diddley wereldberoemd, maar niemand bracht de rock ‘n’ roll als de King, Elvis Presley. De big bands van weleer vonden ook hun weg naar de jaren 50 toe, resulterend in de populariteit van Crooners als Frank Sinatra en Frankie Laine. De bluesartiesten die bepalend waren geweest in het ontstaan van de latere muziekcultuur kenden nog niet veel successen, maar een nieuwe stroom aan artiesten bracht daar verandering in. Howlin’ Wolf, BB King en Willie Dixon brachten de blues weer onder de aandacht, waarna veel pioniers uit de jaren 20 en 30 (Robert Johnson, Lead Belly) in de jaren 60 alsnog bekendheid verwierven. Johnny Cash was de nieuwe grote countryster met nummers als I Walk the Line en Don’t Take Your Guns to Town. Op albumgebied was het toch vooral één genre waar de grootmeesters een aantal klassiekers in afleverden, de jazz. Hard bop, cool jazz, vocal jazz en blues jazz waren de grote stijlen uit die tijd. Miles Davis en John Coltrane brachten invloedrijke werken voort, voordat ze in de jaren 60 weer een ander muzikaal pad op jazzgebied insloegen. Vernieuwingen binnen dit genre waren er alom, experimenteel en steeds langer qua speelduur. Billie Holiday en Ella Fitzgerald waren de vrouwelijke artiesten die de vocale jazz combineerden met blues en met hun zangkwaliteiten tot de beste zangeressen uit de muziek kunnen worden gerekend. Ook de stemmen van de folklegendes Pete Seeger en Woody Guthrie leefden voort in dit enerverende decennium.

Het resultaat van het ontstaan van de steeds specifiekere genres gedurende de jaren 50 vinden we terug in de 30 albums die Platendraaier heeft uitgekozen als bepalend voor de muziek uit dit decennium. Hoewel een aantal artiesten vooral succesvol waren op het gebied van singles en daarom ontbreken in de lijst, is er genoeg werk uitgebracht om een lijst samen te stellen waarin het aan diversiteit niet ontbreekt.

30. Lightnin' Hopkins - Lightnin' Hopkins (1959)

30. Lightnin' Hopkins - Lightnin' Hopkins (1959)

Lightnin' Hopkins - Lightnin' Hopkins

Sam John Hopkins was een belangrijke muzikant binnen de country blues, die zowel de gitaar als piano uitstekend bespeelde. Hij groeide op in Texas en ontmoette op zijn 8ste blueslegende Blind Lemon Jefferson, waardoor hij geraakt werd door de blues. Hij mocht bij uitzondering samen spelen met Jefferson en leerde zo snel zijn vingerspel onder de knie te krijgen. Na zijn onsuccesvolle jaren 30 kwam er in 1946 vooruitgang in zijn leven als muzikant, met het duo Hopkins “Lightnin'” en Wilson “Thunder”. Hij nam in de jaren daarna een kleine 1000 nummers op en wist uit zijn gitaar zowel het ritme, de bass als de melodie te halen. Met zijn album uit 1959 stond hij aan de vooravond van de opleving van de blues. Hij nam 10 nummers op met één microfoon in een hotelkamer, het resultaat was één van zijn succesvolste albums. Zowel de bluesbeginselen als de vernieuwingen vinden een weg op de klankrijke plaat, van het meeslepende Bad Luck and Trouble tot aan het aangrijpende See That My Grave Is Kept Clean.

29. Bo Diddley - Bo Diddley (1958)

29. Bo Diddley - Bo Diddley (1958)

Bo Diddley - Bo Diddley

De als Ellas McDaniel geboren Amerikaanse blues en r&b artiest Bo Diddley speelde een sleutelrol in de transformatie van de blues naar de rock ‘n’ roll gedurende de jaren 50. Zijn innovaties op muziekgebied zijn terug te horen in zijn vernieuwende gitaarspel, waar de komst van de elektrische gitaar een belangrijke bijdrage aan leverde. Met nummers van zijn voorbeelden John Lee Hooker en Muddy Waters maakte hij indruk in het snel veranderende muzieklandschap en zijn singles waren sinds halverwege de jaren 50 al succesvol. Zijn eerste album brengt al deze nummers samen, met klassiekers als I’m a Man en Who Do You Love. De krachtige ritmes vormen de basis van zijn gitaarspel, waarnaast nog tal van gerenommeerde artiesten te horen zijn, zoals Willie Dixon en Otis Spann.

28. Frank Sinatra - Come Fly with Me (1958)

28. Frank Sinatra - Come Fly with Me (1958)

Frank Sinatra - Come Fly with Me

The Voice was al sinds half jaren 30 succesvol actief in de muziekindustrie en bracht al meerdere albums uit, voordat hij een kleine 20 jaar later op albumgebied ook indruk maakte. Een reeks aan klassiekers volgden, waaronder het in 1958 verschenen Come Fly with Me. De crooner werkte hierop voor het eerst samen met de arrangeur Billy May, resulterend in een muzikale reis om de wereld. Naast een reeks aan jazzstandards zingt hij de voor hem geschreven titeltrack. De orkestrale klanken wisselen per nummer, maar staan altijd in het teken van zijn overtuigende zang. Zijn kritische blik mag naast de commerciële albumhoes worden afgewend, want de nummers vormen overal de meeslependheid en ontspanning die we van hem gewend zijn.

27. Jimmy Reed - I'm Jimmy Reed (1958)

27. Jimmy Reed - I'm Jimmy Reed (1958)

Jimmy Reed - I'm Jimmy Reed

Jimmy Reed werd geboren in de Mississippi delta en was een belangrijke speler binnen de elektrische bluesmuziek. Zijn leven werd overspoeld door zijn persoonlijke problemen, waardoor zijn invloed nog weleens onderbelicht wordt. Hoewel hij meer hits had dan veel van zijn tijdsgenoten binnen de blues werd zijn muzikale kracht pas in de jaren 60 geroemd door artiesten als The Rolling Stones en Elvis Presley. De combinatie van zijn mondharmonica en gitaarspel horen we geregeld terug in de bluesrock van de jaren 60. Zijn debuutalbum is vooral een collectie van eerder verschenen singles en geeft hierdoor een prachtig overzicht van de verschillende kanten van de Chicago blues.

26. B.B. King - Singin' the Blues (1956)

26. B.B. King - Singin' the Blues (1956)

B.B. King - Singin' the Blues

In mei 2015 overleed de 89-jarige bluesgigant BB King, ook wel bekend onder zijn bijnaam The King of the Blues. 66 jaar eerder in 1949 bracht hij al zijn debuutsingle Miss Martha King uit, niet wetend welke indrukwekkende carrière hij nog voor de boeg had. Een artiest die zonder blikken of blozen meer dan 300 optredens per jaar gaf. In 1956 verscheen zijn debuutalbum Singin’ the Blues, met daarop meerdere succesvolle singles. Een aantal nummers schreef hij samen met Jules Taub, maar ook bluesklassiekers als Every Day I Have the Blues zijn op het album terug te vinden. De grote hit You Upset Me Baby is een kunststukje van de blues, met het herhalende ritme en de gitaar- en saxofoonsolo.

25. Little Richard - Here's Little Richard (1957)

25. Little Richard - Here's Little Richard (1957)

Little Richard - Here's Little Richard

Een entertainer pur sang, met zijn wilde optredens en ritmische songs. De Amerikaanse muzikant Little Richard bracht één van de indrukwekkendste debuutalbums in de muziekindustrie voort. De jaren 50 waren zijn domein, met invloedrijke composities die zowel de rock ‘n’ roll als de later soul en funk kleur gaven. De piano verweeft hij zonder problemen in het energieke geheel van Long Tall Sally, een nummer dat nog vele malen zou worden vertolkt. Het album opent echter met zijn grootste klassieker Tutti Frutti. De wilde klanken en zijn openingsschreeuw “A-wop-bop-a-loo-bop-a-wop-bam-boom!” staan model voor de rock ‘n’ roll die in het vervolg zou worden gemaakt. Het krachtige vocale werk en het swingende ritme combineert zonder problemen de boogie, blues en gospel om tot de karakteristieke rock van de toekomst.

24. Miles Davis - 'Round About Midnight (1957)

24. Miles Davis - 'Round About Midnight (1957)

Miles Davis - 'Round About Midnight

Een naam binnen jazzwereld waar je niet aan voorbij kunt gaan, zeker niet gedurende zijn productieve jaren 50. Miles Davis is een jazzgigant die aan de basis stond van de vele veranderingen die het genre gedurende de jaren doormaakte. Na het ondertekenen van zijn contract bij Colombia Records bracht hij in 1957 ‘Round About Midnight uit. Het muziekstuk kan worden gerekend tot het beste wat de hard bop heeft voortgebracht. De titel en titeltrack zijn afkomstig van Thelonious Monk, waar hij ook samen mee optrad. De zwoele ritmes kennen een funky inslag en verweven kenmerken van de blues en r&b in het geheel. Naast Davis zijn indrukwekkende trompetspel horen we ook John Coltrane op de tenor saxofoon, maar nog in zijn jonge verschijning. Het harmonieuze geheel brengt de zachte klanken naar een meer opwaarts tempo, om vervolgens de trompetsolo’s van Davis onder de aandacht te brengen. Op Bye-Bye Blackbird komt het viertal tot een meeslepend en coherent geheel, waarin de macht van de instrumentatie tot een hoogtepunt komt.

23. T-Bone Walker - T-Bone Blues (1959)

23. T-Bone Walker - T-Bone Blues (1959)

T-Bone Walker - T-Bone Blues

Aaron Thibeaux groeide op in Dallas in Amerika en kwam via zijn kerkkoor en stiefvader in aanraking met de muziek. Zijn familie was gedurende de jaren 20 bevriend met de populaire bluesartiest Blind Lemon Jefferson, waarvoor T-Bone verschillende diensten verleende. Als pionier op de elektrische gitaar bracht hij halverwege de jaren 30 zijn tijd door met verscheidene bands in steden als Los Angeles en New York. In de jaren 40 verschenen zijn eerste opnames en bracht hij zijn populairste nummer Call It Stormy Monday uit. De nummers voor T-Bone Blues nam hij op tijdens verschillende sessies in 1955, 1956 en 1959. Muzikanten als BB King en Chuck Berry waren sterk beïnvloed door zijn speelstijl op de elektrische gitaar. Op het album horen we een helder geluid, waarmee ook zijn hit Call It Stormy Monday een totaal nieuw geluid kreeg. Schitterend zijn ook de jazzy invloeden op Mean Old World, swingend en aanstekelijk tegelijk. Zijn speelstijl zorgde voor een heropleving van de jump blues in de jaren 50.

22. Ravi Shankar - Music of India: Three Classical Ragas (1956)

22. Ravi Shankar - Music of India: Three Classical Ragas (1956)

Ravi Shankar - Music of India: Three Classical Ragas

Aan wereldse klanken geen gebrek in de muzikale jaren 50, zo bewijst ook de Indiase meester van de Hindoestaanse klassieke muziek Ravi Shankar. Hij beheerste de sitar als geen ander en kwam al op jonge leeftijd in aanraking met dit instrument. In de jaren 30 en 40 toerde hij al door Europa met de dansgroep van zijn broer, maar zijn populariteit kreeg pas echt een boost eind jaren 50 en toen hij in de jaren 60 in aanraking kwam met popmuzikanten zoals The Beatles. Zijn Three Ragas vormen een perfecte introductie tot de de Indiase muziek, rijk aan melodieën en ritmes. De subtiele verandering die in de klanken plaatsvinden vormen de sferische toonzetting, waar ook de tabla een belangrijke bijdrage aan levert. Nog lang voordat zijn bekendheid ten koste ging van zijn muziek maken we hier een reis door het afwisselende landschap van India, met haar miljoenensteden, natuurparken, berglandschappen en prachtige kustlijnen.

21. Willie Dixon - Willie's Blues (1959)

21. Willie Dixon - Willie's Blues (1959)

Willie Dixon - Willie's Blues

William James “Willie” Dixon was samen met Wuddy Waters de persoon die de Chicago blues deed heropleven in de jaren 50. Hij groeide net als veel van zijn muziekgenoten op rond de Mississippi delta en kwam al op jonge leeftijd in aanraking met de muziek. Van zijn zangkunsten in kerkkoren ontdekte hij de blues op het platteland. Als bokser deed hij ondertussen goede zaken, voordat hij op aandringen alsnog voor een muzikale carrière koos. Hij leerde de bas te bespelen en later ook de gitaar. Bij Chess Records raakte zijn carrière als muzikant echter in de slop toen hij de kant koos als scout voor talenten en sessieschrijver. Hij produceerde eind jaren 50 voor de jonge muzikanten Buddy Guy en Magic Sam en schreef in die tijd een ongekende hoeveelheid aan latere bluesklassiekers (oa Little Red Rooster, Spoonful en Hoochie Coochie Man). In 1959 verscheen zijn debuut, dat hij opnam samen met zijn vriend en pianist Memphis Slim. In 2 uur tijd werden een reeks aan swingende bluessongs opgenomen. Van het meeslepende That’s My Baby, waarop Wally Richardson het gitaarwerk verzorgt tot het trage en jazzy Move Me, waar Slim’s frisse pianospel de luisteraar laat meevoeren. Dat het album in de studio van jazzproducer Rudy Van Gelder werd opgenomen blijkt wel uit het feit dat de rest van de band uit jazzmuzikanten bestond en dit ook terug te horen is in de ondersteunende klanken van de drums en het aanwezige saxofoonspel.

20. Ray Charles - Ray Charles (1957)

20. Ray Charles - Ray Charles (1957)

Ray Charles - Ray Charles

Ray Charles, oftewel Brother Ray, was een Amerikaanse muzikant die een bepalende rol speelde in de ontwikkeling van de soul muziek. Hij leerde al op jonge leeftijd piano spelen in het café van Wylie Pitman. Op vierjarige leeftijd nam zijn zicht af en op zijn zevende was hij compleet blind, zijn broertje overleed al op zijn vierde en op zijn veertiende verloor hij zijn moeder. De tegenslagen weerhielden hem er niet van de klassieke muziek te omarmen op school en via braille zijn spel onder de knie te krijgen. Zijn interesse voor de blues, jazz en country muziek volgde snel en deze combineerde hij met zijn eigen speelstijl. Na zijn opwaartse mars gedurende de tweede helft van de jaren 40 ondertekende hij in 1952 een contract bij Atlantic en pakte hij zijn eerste nummer één hit met het swingende I’ve Got a Woman. Zijn debuutalbum uit 1956 bevat voor het grootste deel eigen composities, met daarnaast een aantal verfijnde interpretaties van oudere nummers. Zijn glimlach verwelkomt de soulvolle muziek, waarin soms de vrolijkheid overheerst en op andere momenten weer het verdriet. Van het snelle ritme op Mess Around, waar Charles zijn piano flink tekeer laat gaan, tot aan het orkestrale Hallelujah I Love Her So, waar de jazzy klanken zijn stem van meer schoonheid voorzien. Een perfect debuut van deze legendarische soulmuzikant, waar hij zijn verdriet uit de jeugd verwerkt in de liefde voor de muziek.

19. Elvis Presley - Elvis Presley (1956)

19. Elvis Presley - Elvis Presley (1956)

 

Elvis Presley - Elvis Presley

De “King of Rock and Roll” kan natuurlijk niet ontbreken in een lijst uit de jaren 50, het decennium van zijn grote doorbraak. Na zijn eerste opnames in 1953 kende hij zijn eerste successen in het jaar 1954 en zijn debuutalbum volgde in 1956. Het rock ‘n’roll album wist samen met de single Heartbreak Hotel een reeks aan verkooprecords teweeg te brengen. Zijn wilde dansstijl en felle uithalen brachten een schok in de muziekwereld, maar stonden tevens garant voor zijn populariteit bij de jeugd. Aangezien Elvis pas een elftal nummers had opgenomen met zijn band voor het label RCA werden de rechten van zijn Sun recording overgebracht en kon het totaal op 12 nummer worden gebracht. Het album kent veel covermateriaal, zoals de Carl Perkins rockabilly hit Blue Suede Shoes en Little Richard’s wilde nummer Tutti Frutti. Elvis’ stijl houdt zich te midden van country, blues, rockabilly en r&b. Een klassieker als Blue Moon brengt hij op intrigerende en wonderschone wijze, waar hij met Blue Suede Shoes zijn snelle ritmische rock ‘n’ roll de wereld in stuwt. Het zijn voornamelijk zijn bekende covers, zoals het door Ray Charles bezongen I Got a Woman die de veranderingen binnen de muziek in stroomversnelling deden komen.

18. Sonny Rollins - Saxophone Colossus (1956)

18. Sonny Rollins - Saxophone Colossus (1956)

Sonny Rollins - Saxophone Colossus

Sonny Rollins is één van de weinige nog levende jazzlegendes. Hij groeide op in het New York van de jaren 30 en 40 en kwam al snel in aanraking met de jazz muziek. Zijn eerste interesse ontstond voor de piano, maar nog op jonge leeftijd maakte hij de overstap naar de alto saxofoon en later tenor. In korte tijd groeide hij uit tot een vakbekwaam muzikant en begin jaren 50 speelde hij al samen met Miles Davis, Charlie Parker en Thelonious Monk. Halverwege de jaren 50 kwam hij via therapie af van zijn heroïneverslaving en een jaar later verscheen zijn klassieker Saxophone Colossus. Hij nam het album op met de grote jazzproducers Bob Weinstock en Rudy van Gelder. Met een drietal muzikanten onder de hoede van Rollins geeft het album de macht aan van zijn saxofoonwerk, met drie eigen composities en en twee herbewerkingen van eerder verschenen materiaal. De schoonheid van de opnames ligt in de duidelijke melodielijn en heldere klanken, afgewisseld met de humor in de improvisaties. De tropische opening van het album met zijn signatuur song St. Thomas, gevolgd door de klassieker uit het Great American songbook genaamd You Don’t Know What Love Is. Soms is de muziek zacht en groots en op andere momenten krachtig en meeslepend. Een ander enerverend werk is het slotstuk Blue 7, waarin de jazz de blues verwelkomt met drie enerverende saxofoonsolo’s. Het is niet alleen Rollins die zich hier van zijn beste kant laat zien, ook pianospeler Flanagan brengt de melodiestructuur in beweging, waarnaast Watkins met zijn pakkende basspel het geheel in evenwicht houdt, altijd ondersteund door het voortreffelijke ritmische gevoel van Max Roach.

17. Buddy Holly - Buddy Holly (1958)

17. Buddy Holly - Buddy Holly (1958)

Buddy Holly - Buddy Holly

Het was 3 februari 1959 toen Buddy Holly samen met Ritchie Valens en JP Richardson neerstortte met een vliegtuig nabij Clear Lake in de VS, oftewel The day the music died. 22 jaar was de rock ‘n’ roll artiest nog maar toen het noodlot toesloeg. Hij was net als veel artiesten in die tijd beïnvloed door de country, r&b en gospel muziek. Samen met zijn band The Crickets legde hij de vaste rockformatie vast van twee gitaarspelers, een bassist en een drummer. Gedurende zijn korte carrière maakte hij indruk door zijn zelf geschreven, opgenomen en geproduceerde muziek. Hij was al op vroege leeftijd onder de indruk geraakt van de gitaar en opende op 18-jarige leeftijd al shows voor Elvis Presley. That’ll Be the Day bracht hij in mei 1957 uit en in september van dat jaar wist het nummer zowel in de VS als in Engeland tot de 1e plek door te stromen. Zijn debuutalbum verscheen een halfjaar later, al werd het album The “Chirping” Crickets drie maanden eerder al uitgebracht. Samen met deze band horen we de diversiteit die Holly’s muziek van grote waarde in de jaren 50 liet zijn. Zijn stemgeluid kenmerkt zich door de hikkende klanken en zijn zuivere zang. Zijn akkoordenontwikkeling komt in de verscheidene nummers terug, zoals het aanstekelijk Peggy Sue. Hoe ingetogen en warm hij kan klinken bewijst hij op Everyday, mede gevormd door de melodieuze klanken van de celesta (keyboard). De rock ‘n’ roll van Rave On vormt weer een andere kant van zijn fraaie muziek.

16. Ella Fitzgerald - Ella Fitzgerald Sings the Rodgers and Hart Songbook (1956)

16. Ella Fitzgerald - Ella Fitzgerald Sings the Rodgers and Hart Songbook (1956)

Ella Fitzgerald - Ella Fitzgerald Sings the Rodgers and Hart Songbook

Ella Fitzgerald heeft zonder twijfel één van de mooiste vrouwenstemmen uit de muziekgeschiedenis. Krachtig en wonderschoon tegelijk, zo zuiver van toon dat elk nummer een parel op zich wordt. De First Lady of Song of Queen of Jazz luisterde graag naar de jazz tijdens haar schooltijd, het vroege overlijden van haar moeder bracht haar echter verder van de studie vandaan. Jarenlang zong ze in de straten van Harlem te New York voordat ze via het theater kennis maakte met bandleider Chicken Webb. Bij deze band nam ze eerst deel in het geheel, maar toen Webb in 1939 overleed werd zij de bandleider. Ze nam er honderden nummers mee op, voordat ze in 1942 voor haar solocarrière koos. Naast samenwerkingen met Duke Ellington en The Ink Spots werd ze vooral beroemd om haar interpretaties van de Great American Songbook, een overzicht van invloedrijke Amerikaanse muziek en jazzstandards van begin 20ste eeuw. Het eerste werk uit deze reeks was de The Cole Porter Songbook gevolgd door The Rodgers and Hart Songbook. Dit tweede werk bevat maar liefst 34 nummers geschreven door Richard Rodgers and Lorenz Hart. Met de arrangementen van Buddy Bregman voor het orkest en big band brengt ze een reeks aan klassiekers als Lady Is a Tramp, Blue Moon en My Funny Valentine. De schoonheid van haar zang laat samen met de orkestrale klanken de nummers tot leven komen, loepzuiver en aangrijpend. Aan pareltjes geen gebrek, zoals To Keep My Love Alive en It Never Entered My Mind.

15. Charles Mingus - Mingus Ah Um (1959)

15. Charles Mingus - Mingus Ah Um (1959)

Charles Mingus - Mingus Ah Um

Ook al was er alleen kerkmuziek toegestaan in huize Mingus, toch kwam Charles al vroeg in aanraking met de jazz via Duke Ellington. Zijn liefde voor de muziek resulteerde in zijn vroege studies van de trombone, cello en later bas. Al vroeg schreef hij complexe muziekstukken en speelde hij samen met Louis Armstrong en Charlie Parker. Zijn familie bestond uit een mengeling van culturen en zijn voorouders waren afkomstig uit verschillende landen. Misschien speelde dit wel mee in de bedrevenheid en weidsheid van zijn muziek, wat we ook terug horen op Mingus Ah Hum. Het album verscheen in 1959 en geeft aan hoe Mingus verschillende muzikanten, elk met hun eigen karakter, wist te combineren tot een eenheid waarbij het beste uit elk instrument werd behaald. Hij componeerde elk nummer en liet aan muzikanten als John Handy en Shafi Hadi de ruimte om hun kunsten te tonen. Neem alleen de schitterende albumopener Better Git It In Your Soul, qua volume gaat het nummer van zacht naar hard en terug, de instrumentatie kent tevens net zoveel lagen en worstelt zich tot diep in het gehoor van de luisteraar. Muzikaal gezien is het een ode aan zijn liefde voor Duke Ellington en Charlie Parker, maar ook een nummer als Goodbye Pork Pie Hat refereert aan een muzikant, de net overleden saxofonist Lester Young. Het album is als een tocht door de moeilijke tijden die Mingus kende als beginnend muzikant, het racisme waar hij al vroeg hinder van ondervond, maar zeker ook door de blues, folk en jazz uit eerdere tijden. Zijn diepe basspel maakt net zoveel deel uit van de muziek als elke muzikant die er een bijdrage aan leverde. De composities zijn elegant en subtiel en bij vlagen ook experimenteel en zwaar, maar altijd vormen ze een eenheid binnen de groep van muzikanten.

14. Nina Simone - Little Girl Blue (1958)

14. Nina Simone - Little Girl Blue (1958)

Nina Simone - Little Girl Blue

Eunice Kathleen Waymon, beter bekend als Nina Simone, begon op haar derde album al met het spelen op de piano. Haar concertdebuut vond plaats toen ze 12 was en de aanraking met racisme (haar ouders moesten op de voorste rij plaats maken voor witte mensen) speelde een belangrijke rol in haar latere strijd voor gelijke rechten. Ze werd later ook geweigerd op een muziekinstituut, maar nam zelf privélessen om haar pianovaardigheden verder te verbeteren. Ze speelde lange tijd in een bar om haar lessen te bekostigen, maar wist in 1958 wel te debuteren met het prachtige Little Girl Blue. Invloeden vanuit de gospel en jazz creëren de sferische muziek, waarin haar pianopartijen altijd op de voorgrond treden. Het uptempo nummer My Baby Just Cares for Me werd haar grootse hit en toont haar schitterende stemgeluid en swingende pianospel. Ook de klassieker Love Me Or Leave Me krijgt een totaal nieuwe invulling. Een ander juweeltje is het van oa Duke Ellington afkomstige Mood Indigo, waar ze met de korte muzikale solo’s en haar gospel zang een eigen nummer van maakt. De rechten op de nummers van het album verkocht ze voor $3000, waardoor ze uiteindelijk meer dan 1 miljoen dollar zou mislopen. Het maakt de schoonheid van het album er niet minder op, want Nina’s talent was al op vroege leeftijd duidelijk.

13. John Fahey - Blind Joe Death (1959)

13. John Fahey - Blind Joe Death (1959)

John Fahey - Blind Joe Death

De vingerstijl gitarist John Fahey groeide op in het Washington van de jaren 40 en 50. De familie bezocht geregeld optredens van de country en bluegrass groepen uit die tijd. Hij kocht al snel zijn eerste gitaar en bouwde een grote platencollectie op, vooral bestaand uit country, bluegrass en blues muziek. Na zijn eerste opnames uit 1958, waar zijn gitaar de hoofdrol op vertolkt, richtte hij zijn eigen platenlabel Takoma Records op. De eerste plaat die gedrukt werd was Blind Joe Death, in een oplage van 100 exemplaren. Zijn speelstijl is van grote invloed geweest binnen de folk muziek, waar hij in zijn muziek ook de blues betrok. In 1967 werd het album opnieuw uitgebracht en kreeg hij eindelijk de lof die hij al die tijd al verdiende. Hij was een buitenstaander binnen de rock ‘n’ roll en jazz wereld van die tijd, maar in de jaren 60 zou de folkmuziek tot in de uithoeken van de wereld een weg vinden met een artiest als Bob Dylan. Het album Blind Joe Death kenmerkt zich door de akoestische gitaar, waar klanken uit de folk en blues fuseren. De emotionele waarde vertaalt hij in oplevende melodieuze klanken en zware snaarslagen van woede. I’m A Poor Boy Long Ways From Home sleept een oude bluesman met zijn gitaar over stoffige wegen en verlaten steden, waar John Henry meer het countrygevoel in schoonheid verwerkt. Blind was hij zeker niet, maar een ode aan zijn helden Blind Willie Johnson en Blind Boy Fuller mag er zijn.

12. Frank Sinatra - Sings for Only the Lonely (1958)

12. Frank Sinatra - Sings for Only the Lonely (1958)

Frank Sinatra - Sings for Only the Lonely

Frank Sinatra is de zoon van twee Italiaanse immigranten in Amerika en vooral zijn moeder gaf hem de zelfverzekerdheid die hem gedurende zijn leven veel succes bracht. Hij kwam als kind in aanraking met big band jazz en artiesten als Gene Austin en Bing Crosby. Al snel begon hij zelf met zingen in groepen als de Hoboken Four en later als lid van de Tommy Dorsey band. Hij nam in de periode een kleine honderd nummers op en zijn zangkwaliteiten ontwikkelde zich dan ook snel tot een hoogstaande artiest binnen de hitlijsten. Zijn contract bij Columbia in 1943 betekende het begin van zijn succesvolle solocarrière, maar aan het einde van het decennium nam zij populariteit af. Zijn comeback kwam in 1953 met de film From Here to Eternity, waarna een reeks van hooggewaardeerde album het levenslicht zagen. Sings for Only the Lonely uit 1958 is er hier een van, met fraai uitgewerkte liefdesverklaringen, pijnlijk verlies en eenzame dagen. De treurnis in zijn blik op de albumhoes geeft de emoties weer waar het album mee wordt overspoelt. Het is zijn favoriete werk en niet onterecht, de orkestrale klanken maken van elk nummer een treurspel op zich. Dirigent Nelson Riddle had net zijn zes maanden oude dochter verloren en zijn moeder lag op sterven. De invloeden hiervan zijn terug te horen in elke melodielijn van het album, van het meeslepende en droevige Only the Lonely tot aan One for My Baby (And One More for the Road). Sinatra legt zijn emoties in elke woord dat hij voordraagt, met zijn tedere zangstem en zijn zoektocht naar perfectie.

11. Champion Jack Dupree - Blues from the Gutter (1958)

11. Champion Jack Dupree - Blues from the Gutter (1958)

Champion Jack Dupree - Blues from the Gutter

William Thomas “Champion Jack” Dupree was net als zijn tijdsgenoot Willie Dixon een bokser van de buitencategorie, maar ook hij koos uiteindelijk voor de muziek. Hij groeide op in New Orleans, nadat hij al op zijn 8ste zijn ouders had verloren. Hij kwam in een weeshuis terecht waar ook Louis Armstrong al eerder was beland. Dupree leerde de piano te bespelen en werd al snel een werkende reiziger, zo kwam hij onder andere in Chicago en Indianapolis terecht. Als bokser won hij de nodige prijzen in Detroit, voordat hij terugkeerde naar Chicago en naam maakte als bluesmuzikant. Na zijn dienst gedurende de tweede wereldoorlog nam hij een reeks aan singles op, voordat zijn eerste album in 1958 verscheen. Niet zozeer zijn zang of pianospel vormen het ultieme hoogtepunt, maar vooral zijn teksten over drank- en drugsverslavingen, gevangenissen en vrouwen. Zijn muziek zit tussen de blues en boogie-woogie in en wordt op het album groots gemaakt door onder andere Ennis Lowery (aka Larry Dale) op gitaar en Pete Brown op de saxofoon. Evil Woman is een meeslepend en geweldig bluesspektakel, waar Nasty Boogie weer een upbeat en swingend geheel kent. Een jazzy kant kent het album ook met het begin van Bad Blood. Het album is niets minder dan een meesterwerk uit de blues van de jaren 50.

10. Johnny Cash - Johnny Cash with His Hot and Blue Guitar (1957)

10. Johnny Cash - Johnny Cash with His Hot and Blue Guitar (1957)

Johnny Cash - Johnny Cash with His Hot and Blue Guitar

In zijn nadagen maakte hij een succesvolle comeback met zijn American recordings albums, maar Johnny Cash had de muziekwereld een halve eeuw daarvoor al zijn wonderbaarlijke muziektalent getoond. The Man in Black groeide op in Arkansas en werkte al op jonge leeftijd mee in de katoenvelden van zijn familie. Veel van zijn persoonlijke ervaringen uit de Grote Depressie inspireerde hem tot het schrijven van nummers. Het geharde leven van de familie werd van een extra shock voorzien door de vroege dood van zijn broer Jack, die in een zaagmachine kwam vast te zitten. Cash kwam in aanraking met de muziek via de radio en leerde via zijn moeder gitaar spelen. In zijn jeugd ontstond ook zijn kenmerkende bas-bariton zangstem. Na zijn tijd in militaire dienst verdiepte hij zich verder in de muziek en speelde hij ‘s avonds met zijn vrienden. Hoewel hij eerst nog voornamelijk gospel nummers zong kwam hier half jaren 50 verandering in toen zijn muziek geweigerd werd door Sun Records, waarna hij overstapte op de rockability en country. Korte daarna vloog zijn eerste single Cry! Cry! Cry! de toonbank over, gevolgd door zijn signatuur songs Folsom Prison Blues en I Walk the Line. Zijn debuut verscheen in 1957 op het label van Sun en bevat onder andere de door akkoordprogressie kenmerkende I Walk the Line, een klassieker van zijn hand. Zijn debuutsingle Cry! Cry! Cry! vinden we ook terug op het album, net als zijn verfijnde Country Boy. Een ander hoogtepunt is het enerverende Folsom Prison Blues, de mengeling van trein en gevangenis muziek uit die tijd. Het voortgaande ritme en de legendarische teksten (But I shot a man in Reno, just to watch him die) gaven hem veel aanzien. Een debuut van de bovenste plank met een zeer gewaardeerde opleving van de countrymuziek als gevolg.

9. John Coltrane - Blue Train (1957)

9. John Coltrane - Blue Train (1957)

John Coltrane - Blue Train

Voordat John Coltrane uitgroeide tot de legendarische jazz saxofonist en componist kende hij een traumatische jeugd. Hij groeide op in North Caroline en verloor op 12-jarige leeftijd in korte tijd zijn grootouders, tante en vader. Onder de hoede van zijn moeder speelde hij in 1943 voor het eerst op de alto saxofoon. Gedurende zijn middelbare schooltijd speelde hij in kleine bandjes, maar kort daarna volgde zijn eerste professionele ervaring met de cocktail lounge trio (1943), gevolgd door een hoofdrol in een muziekband tijdens de tweede wereldoorlog (1945). In hetzelfde jaar nog zag hij Charlie Parker spelen, een moment waardoor zijn ogen voor zijn composities werden geopend. De jaren daarna speelde hij met King Kolax en Eddie Vison, voordat hij samen met componist Dennis Sandole jazz studeerde. In 1955 ontving hij een telefoontje van Miles Davis of hij in zijn band wilde meespelen, het resulteerde in enkele albums zoals Cookin’ en ‘Round About Midnight. Na zijn samenwerking met Thelonious Monk nam hij een aantal albums op, waarvan Blue Train uitgroeide tot één van de meest verfijnde jazzwerken uit de jaren 50. Het album werd opgenomen in de studio van Rudy van Gelder en bevat vier eigen composities en als afsluiter een standaardwerk uit de jazz. De hard bop van die tijd werd als insteek genomen voor de muziek van het album, waar onder andere trompettist Lee Morgan en trombonist Curtis Fuller op te horen zijn. De energieke openingstrack Blue Train toont direct de klasse van Coltrane en de band aan, sublieme saxofoonpartijen gevolgd door het fijnzinnige van Lee Morgan’s trompetspel. Elke individu krijgt zijn moment om de kneepjes va het vak te tonen in de muzikale klanken. Een ballad als I’m Old Fashioned past prima binnen het plaatje van het album, ontspannen en wonderschoon. Een vroeg hoogtepunt uit Coltrane’s carrière, want er zouden nog veel meesterwerken van zijn hand komen (A Love Supreme, Giant Steps, My Favorite Things).

8. Billie Holiday - Lady Sings the Blues (1956)

8. Billie Holiday - Lady Sings the Blues (1956)

Billie Holiday - Lady Sings the Blues

Billie Holiday had net als veel van haar generatienoten een moeilijke jeugd. Haar vader verliet het gezin al snel en haar moeder was zelden thuis te vinden vanwege werk. Holiday sloeg haar schoollessen vaak over en werkte op jonge leeftijd al samen met haar moeder in een restaurant. Op haar 11e werd ze aangerand door haar buurman en enkele jaren later belandde ze samen met haar moeder in de prostitutie. Na een gevangenisstraf ontwikkelde ze een liefde voor het zingen, vooral in nachtclubs en later in de wat bekendere podia. Ze speelde daarna op platen met onder andere Benny Goodman, Teddy Wilson en Count Basie. Haar reputatie groeide en haar repertoire bestond zowel uit pop, jazz als blues songs. Al had ze weinig muzikale educatie genoten, haar vocale uithalen en improvisatie technieken waren uitmuntend. Klassiekers als Summertime, God Bless the Child en Strange Fruit verschenen gedurende de jaren 30 en 40. Haar successen waren in die tijd groots en ze werd één van de best verkopende sterren uit deze decennia. Haar verslavingen aan drugs, alcohol, en gewelddadige relaties waren van grote invloed op haar gezondheid gedurende de jaren 50. Met de komst van de langspeelplaat verschenen ook haar eerste albums, waarvan Lady Sings the Blues uit 1956 een hoogtepunt vormt. De stem van Lady Day had veel geleden en de kracht was dan ook afgenomen. Toch horen we op het album nog de grote klasse van Holiday terug, met heropnamen van een aantal van haar klassiekers en vier nieuwe nummers. De band van het album bevat de medewerking van onder andere tenor saxofonist Paul Quinichette en trompettisten Charlie Shavers en Harry Edison. Strange Fruit is het ultieme hoogtepunt, emotioneel, meeslepend en rauw. De titeltrack Lady Sings the Blues is van grote schoonheid, Billie’s zangcapaciteiten mogen dan wat geslonken zijn, de overtuiging en levenslust zitten nog altijd in haar zang. Ook het aangrijpende God Bless the Child is een klassieker die ze opnieuw tot in het diepste van haar rauwheid weet te brengen. Drie jaar later, in 1959, zou ze overlijden aan de gevolgen van haar drankverslaving, haar lever en hart hielden er mee op.

7. Frank Sinatra - In the Wee Small Hours (1955)

7. Frank Sinatra - In the Wee Small Hours (1955)

Frank Sinatra - In the Wee Small Hours

Zoals bij Sings for Only the Lonely te lezen valt groeide Frank Sinatra op als zoon van twee Italiaanse immigranten en kwam hij al op jonge leeftijd in aanraking met de muziek. Na zijn grote successen uit de jaren 40 raakte zijn muzikale carrière in de slop, maar een heropleving kwam er met zijn film From Here to Eternity uit 1953. Met een nieuw platencontract bij Capitol Records brak een tijd aan van een ongekende reeks albums, concerten en films. Na zijn eerste single I’m Walking Behind You op het label verscheen begin 1974 het mooie Songs for Young Lovers, met zijn interpretaties van klassiekers als I Get a Kick Out of You en My Funny Valentine. Zijn samenwerking met arrangeur Nelson Riddle nam grote vormen aan en een jaar later verscheen zijn meesterwerk In the Wee Small Hours. Het concept voor het album bedacht hij in de jaren 40, maar leek nu in een tijd van relatieproblemen en moeilijke levensjaren de juiste tijd om uitgevoerd te worden.  Het album past prachtig in de tijdsgeest van de jaren 50, eenzaamheid, verloren liefdes en het nachtleven staan centraal. De nummers sluiten feilloos op elkaar en worden vanaf In the Wee Small Hours van een fascinerende muzikale schoonheid voorzien. Het orkest onder leiding van Nelson Riddle brengt een schittering aan emoties aan de oppervlakte. Naast de opening bestaat het album uit standards van de jaren 30 en 40. Een klassieker als Mood Indigo neemt hij onder zijn hoede en tovert hij om tot een aangrijpend stuk, waar drama en grimmigheid hand in hand gaan. Hoewel het album vol staat met intrigerende nummers over verloren liefdes en eenzame tijden eindigt het toch nog met een oplevende toon, waarna het volgende album Songs for Swingin’ Lovers het gevoel van vrijheid en levenslust weer omarmt.

6. Chuck Berry - Chuck Berry Is on Top (1959)

6. Chuck Berry - Chuck Berry Is on Top (1959)

Chuck Berry - Chuck Berry Is on Top

Chuck Berry kan worden gerekend tot een select gezelschap dat aan basis stond van de rock muziek die we nu kennen. Zo ver was het nog lang niet toen hij in de jaren 30 opgroeide in een gezin uit de middenklasse met zes kinderen. Zijn interesse in muziek ontstond echter al snel en in 1941 gaf hij op zijn middelbare school het eerste concert. Door winkeldiefstal werd hij in 1944 naar een tuchtschool gestuurd, waar hij een vierkoppige zanggroep oprichtte. De groep groeide uit tot een succes, zowel binnen als buiten de maar van het gesticht. Hij trouwde al op jonge leeftijd en leek een perfect familiebestaan te vormen met een baan en al, maar zijn liefde voor de muziek liet hem niet los. In de jaren 50 leerde hij via de muziek van T-Bone Walker zijn gitaar steeds meer tot zijn eigen stijl te temmen. Zijn voorliefde voor de blues bracht hij samen met de r&b en country uit die tijd, waardoor zijn muziek een steeds groter publiek kreeg. Via Muddy Waters kwam hij in aanraking met Leonard Chess van Chess Records, niet de blues maar zijn countrytune Ida Red sloeg aan. Berry schreef kort daarna Maybellene, naast één van de eerste rock ‘n’ roll songs werd het ook een grote hit. In die tijd ontstond ook zijn vriendschap met countrymuzikant Carl Perkins en werd hij één van de grote sterren van midden jaren 50. Een reeks aan hits verschenen gedurende de tweede helft van het decennium, samengebracht op Chuck Berry Is on Top. Nog geen halfuur telt het album, maar toch laten de nummers direct de klasse zien van de entertainer. Gitaarsolo’s en wilde bewegingen functioneren perfect in de gecreëerde muziek van de rock ‘n’ roll. Wat te denken van het ruige Maybellene, herhalende gitaarklanken op een stevig drumritme en een daadkrachtige gitaarsolo van Chuck Berry. Ongekend voor die tijd, zoals ook op het deels autobiografische Johnny B. Good, over zijn vernieuwende speelstijl en de uiteindelijke ster in wording. Gitaarriffs scherpen het nummer aan, waar Lafayette Leake de swing er op de piano in houdt. Tekstueel zit het album ook vol verwijzingen, zoals het aan zijn zus gerichte Roll Over Beethoven, waar de klassieke muziek als basis dient voor de rock ‘n roll. Almost Grown en Carol voeren het lijstje van rockklassiekers verder aan, denk alleen al aan alle cover die er van de nummers op het album zijn gemaakt. Chuck Berry Is on Top is de ultieme introductie tot de rock ‘n’ roll en tevens één van de hoogstaande werken uit deze muziekstijl.

5. Cannonball Adderley - Somethin' Else (1958)

5. Cannonball Adderley - Somethin' Else (1958)

Cannonball Adderley - Somethin' Else

Julian Edwin “Cannonball” Adderley speelde een bepalende rol in het hard bop tijdperk van de jaren 50 en 60, niet alleen was hij te horen op Miles Davis’s meesterwerk Miles Davis, maar ook met zijn eigen werk oogde hij succes. Hij groeide op in Tamp, Florida en kreeg op zijn middelbare school al snel de bijnaam Cannonball toebedeeld, vanwege zijn uitzonderlijke eetlust. Hij kwam uit een welvarend gezin, met ouders die op de universiteit van Florida lesgaven. In de jaren 40 speelde hij samen met zijn broer Nat in de band van Ray Charles, vervolgens was hij de bandleider van een hogeschool in Fort Lauderdale tot aan het jaar 1950. Toen hij in 1955 naar New York verkaste was dit voornamelijk om aan het conservatorium te gaan studeren, maar hij kwam in een café in de positie om met zijn saxofoon in de huisband te spelen. Niet veel later vormde hij zijn eigen band met zijn broer en tekende een contract bij het Savoy jazz label. Zijn speelstijl op de alto saxofoon viel op bij Miles Davis en hij werd opgenomen in diens groep. Als gunst speelde Davis mee in Adderley’s kwintet, wat resulteerde in de jazzklassieker Somethin’ Else. Net als op het een jaar later verschenen Kind of Blue bestaat de band uit de tweekoppige hoornsectie van Davis en Adderley, met daarnaast Art Blakey op drums, Hank Jones op de piano en Sam Jones op de bass. De overeenkomsten komen ook terug in de kalme muzikale stijl, de heldere lijnen en het verfijnde spel. De kleurrijke compositie Autumn Leaves laat zich lezen als een schilderij, elk klank voegt een kleur toe aan het geheel, een korte aanraking een spat op het doek. Het is een compositie waar niet alleen de klasse van Adderley en Davis vanaf straalt, maar ook de groep als geheel elke muzikale lijn perfect vormgeeft. Improviserend, maar toch ook helder, zoals de titeltrack Somethin’ Else van Miles Davis. De ideeën van elk persoon worden ingevuld met de instrumentatie van de ander, de klasse spat er vanaf. In het nummer beantwoorden Davis en Adderley elkaar afwisselend op de alto saxofoon en trompet, waarbij de stukken steeds indrukwekkender en grootser worden. One for Daddy-O begint rustgevend, maar weet zich dan ook langzaam te pakken in de verschillende solo’s, al doet Miles hier een stapje terug in zijn improviserende stijl. Een topstuk uit de jazz en met twee zeer gewaardeerde muzikanten aan het front genietbaar van begin tot eind.

4. Howlin' Wolf - Moanin' in the Moonlight (1959)

4. Howlin' Wolf - Moanin' in the Moonlight (1959)

Howlin' Wolf - Moanin' in the Moonlight

Chester Arthur Burnett, beter bekend onder zijn naam artiestennaam Howlin’ Wolf, is het figuur van de rauwe Chicago blues. net als veel andere belangrijke muzikanten binnen de totstandkoming van de blues groeide hij op in de Mississippi delta. Zijn ouders scheiden al toen hij nog maar 1 jaar oud was en als kind werd hij door zijn moeder uit huis gezet, omdat hij weigerde mee te helpen in de landbouw. Ook bij zijn oom was het geen plezierig leven, het dwong hem ertoe om op zijn 13e naar de familie van zijn vader te stappen. Zijn niet geringe gestalte, zowel in lengte (1,98m) als in gewicht (+100kg), leverde hem de bijnaam Bull Cow op. Zijn artiestennaam ontleende hij echter aan het verhaal van zijn opa, waar de howling wolves je bij misdraging zouden verslinden. Toen hij 20 oud jaar was kwam hij in 1930 in aanraking met de muziek van Charlie Patton, één van de bluesgrootheden uit die tijd. Burnett leerde van hem zowel het spelen op de gitaar als de showman skills die nodig zijn om het publiek te vermaken. Andere invloeden uit die tijd kwamen van onder andere Blind Lemon Jefferson en Ma Rainey. Zijn grommende uithalen leerde hij door de muziek van countryster Jimmie Rodgers, waar het jodelen als snel een grauw geluid werd. Gedurende de jaren 30 en 40 speelde hij met bluesmeester samen en vormde hij na een korte periode in militaire dienst zijn eerste band. Begin jaren 50 verschenen zijn eerste singles, met zijn kenmerkende hese en grommende zang, de blues kwam uit het diepste van keelgat. Hij tekende bij Chess Records en werkte met heel wat verschillende line-ups samen, constante factor was echter altijd gitarist Hubert Sumlin. Zijn debuutalbum Moanin’ in the Moonlight is een compilatie van eerder verschenen singles, opgenomen van 1951 t/m 1959. Vanaf zijn eerste single Moanin’ at Midnight, waar het grauwe geluid van zijn mondharmonicaspel de kermende klanken van zijn stang verstevigen. Blues in zijn rauwste vorm, de muziek gaat door merg en been, zijn scherpe uithalen brengen een onderhuidse spanning teweeg. Smokestack Lightning brengt rookwolken in de lucht van traag voorbijkomende stoomtreinen, meeslepend in de herhalingen en voortstuwend in zang. Het zijn enkele van de vele hoogtepunten waar het album rijk aan is, zoals ook het door woede en kwaad gedreven Evil. Volgens zijn moeder was het duivelse muziek, maar deze muziek komt echt uit het diepste van de strot van de wolf.

3. Anthology of American Folk Music (1952)

3. Anthology of American Folk Music (1952)

Anthology of American Folk Music

Een compilatiealbum zo hoog in de lijst van de rijke albumcultuur uit de jaren 50, dat moet toch wel heel bijzonder zijn, en dat is het ook. Samensteller is de filmmaker, mysticus, designer, maar bovenal platenverzamelaar Harry Smith. Hij stelde uit zijn verzameling een uit drie segmenten bestaande bloemlezing samen van de country, blues en folk muziek van de jaren 1927 – 1932, een muziekperiode waaruit veel werk verloren zou gaan. Toen Harry in 1947 Moses Asch ontmoette was hij geïnteresseerd om de platencollectie van Harry onder te brengen bij zijn Folkways Records. Het megaproject verscheen op 6 platen en bestaat uit maar liefst 84 nummers. De historische waarde van de Anthology is bijna niet te beschrijven, haast verloren gewaande muziek werd geïntroduceerd tot een nieuwe groep luisteraars en stond daarmee aan de basis van de heropleving van de folk en blues muziek. In de jaren 60 zou Greenwich Village het werk omarmen en Bob Dylan zou er onder andere veel muzikanten uit die tijd door leren kennen. Terug naar de muziek, waar de drie delen Ballads, Social Music en Songs een onuitputbare bron vormen van klassiekers. Op Ballads vinden we het oude folk en blues werk van onder meer The Carter Family (denk aan June Carter), Mississippi John Hurt (bluesgigant) en Buell Kazee (countryester). Een nummer als The Butcher’s Boy dateert van eind 19e eeuw en kan worden beschouwd als een traditioneel nummer over vreemdgaan en verlies. Het tweede deel Social Music bevat hoofdzakelijk religieuze en spirituele songs, vaak bezongen bij sociale bijeenkomsten. Hier vinden we namen als de invloedrijke bluesmuzikant Blind Willie Johnson en countrymuzikant Eck Robertson terug. Het laatste deel Songs bevat nummers over alledaagse onderwerpen als trouwen, werk, de dood en geweld. Countryzanger Henry Thomas en een andere bluesgigant van naam Blind Lemon Jefferson vinden we hierop terug. Naast de toch al indrukwekkende reeks aan nummers voegde Smith er ook nog een boekwerk aan toe met een collage aan informatie over de muziek en een kleurrijke verdeling. De muzikale waarde werkt nog door in de muziek van nu, via de opleving van de folk en blues eind jaren 50 begin 60, naar elke muzikant die daar weer door werd geïnspireerd.

2. Ella Fitzgerald - Sings the Cole Porter Song Book (1956)

2. Ella Fitzgerald - Sings the Cole Porter Song Book (1956)

Ella Fitzgerald - Sings the Cole Porter Song Book

De wonderschone zangkusten van Ella Fitzgerald hoorden we al langskomen op plek 16, met haar The Rodgers and Hart Songbook. Ze groeide op in Westchester County, New York en er ontstond een liefde voor dansen en muziek, met Louis Armstrong en The Boswell Sisters als favorieten. Ze kreeg op jonge leeftijd al de traumatische gebeurtenis van het overlijden van haar moeder te verwerken, maar de jazz trok haar uiteindelijk uit het verdriet. Na jarenlang de straten van Harlem te hebben opgefleurd met haar zang kwam ze in aanraking met het optreden in theaters, waar ze ook bandleider Chicken Webb ontmoette. Het bracht haar muziekcarrière in een stroomversnelling, eerst als onderdeel van Webb’s band en later als leider van hetzelfde orkest. Honderden nummer kwamen in die tijd van haar hand, altijd voorzien van haar zuivere en foutloze zangpartijen. In 1942 koos ze voor haar solocarrière, waarna ze samenwerkte met The Ink Spots en Norman Granz. De jazz veranderde in die tijd van de big bands naar bebop toe, waar ze haar zangpartijen ook op afstelde. Halverwege de jaren 50 werkte ze nog steeds samen met Granz, waarmee ze eindelijk de juiste strategische keus trof. De oprichting van Verve Records bracht haar tot het opnemen van haar interpretaties van de Great American Songbook, een overzicht van invloedrijke Amerikaanse muziek en jazzstandards van begin 20ste eeuw. Het eerste werk uit deze reeks is geïnspireerd op het werk van de songwriter Cole Porter, voornamelijk bekend van zijn werk uit de musicalwereld. Fitzgerald’s interpretatie van zijn werk is van ongekende schoonheid, haar heldere stemgeluid en perfecte uitspraak creëren met haar warme zang een reeks aan fascinerende muziekstukken. Let’s Do It (Let’s Fall in Love) van de musical Paris brengt ze in de diepgeliefde klanken van het orkest van  Buddy Bregman. Zijn arrangementen drukken een duidelijk stempel op de ontspannende en melodieuze toonzetting van het album. De muziek en teksten van Porter werken uitstekend in combinatie met Fitzgerald’s heldere zang. Neem I Get a Kick Out of You, perfect balancerend tussen de jazzy klanken en het fijnzinnige van haar stem. Met een kleine twee uur een uniek document voor die tijd en met recht mag Ella Fitzgerald de Queen of Jazz worden genoemd.

1. Miles Davis - Kind of Blue (1959)

1. Miles Davis - Kind of Blue (1959)

Miles Davis - Kind of Blue

Het is onmogelijk om deze jazzgigant te ontwijken op een muzikale ontdekkingstocht door de jaren 50 heen, zijn muziek zou nog decennialang van invloed zijn op de muziekwereld. Miles Dewey Davis III groeide op in Illinois en kwam al op jonge leeftijd in de plaatselijke kerk in aanraking met muziek. De gospel van die tijd speelde een belangrijke rol in de opvoeding van veel van zijn generatiegenoten. Op zijn 13e kreeg hij van zijn vader een trompet en leerde hij het instrument onder de knie te krijgen bij de lokale muzikant Elwood Buchanan. Gedurende zijn jeugd speelde hij in diverse lokale bands, voordat hij op uitnodiging van Charlie Parker en Dizzy Gillespie als derde trompetspeler in hun groep mocht meespelen. Na zijn middelbare schooltijd volgde hij een muziekstudie, maar deze brak hij voortijdig af om deel te nemen aan nachtelijke jamsessies in New York. Hij ontwikkelde zich snel en werkte na een aanvaring met Charlie Parker voornamelijk als freelance artiest. Eind jaren 40 kwam zijn enerverende werk Birth of the Cool tot stand, maar het duurde nog tot 1956 voordat dit werk op plaat zou verschijnen. Hij bracht een tijd door in Frankrijk, maar keerde uiteindelijk terug in New York, waar depressies en zijn drugsverslaving een moeilijke en uiteindelijke ook bepalende rol zouden spelen in zijn leven. Hij bleef zich gedurende al die jaren ontwikkelen als trompetspeler en componist. Muzikanten als John Coltrane en Julian “Cannonball” Adderley maakte in de tweede helft van de jaren 50 deel uit van zijn verschillende bandsamenstellingen. Succesvolle platen als Round About Midnight en Porgy and Bess verschenen rond die tijd. Het werk aan zijn magnum opus, Kind of Blue kwam tot stand met een sextet in maart en april 1959. Hij baseerde het album compleet op modaliteit. Voor het album selecteerde Davis een aantal van de best aangeschreven muzikanten uit de jazz, alto saxofonist Cannonball Adderley, tenor saxofonist John Coltrane, pianist Bill Evans, bassist Paul Chambers en drummer Jimmy Cobb. Voor het album schetste Miles enkele melodielijnen, waar de muzikanten hun eigen invulling aan konden geven. Deze improviserende stijl van de modal jazz deed het beste in elke muzikant naar boven komen. De composities zijn uitmuntend, verbonden door een fascinerende akkoordenwisseling, waar niet alleen de jazz wereld nog jaren profijt van had, maar zeker ook de rock van latere tijden. De klassieker So What bouwt zich op vanaf Bill Evan’s, om de kwaliteiten van elk bandlid in een kleurrijk geheel neer te leggen. De volumewisselingen slepen de innovaties van Davis’ trompetspel naar een hoger niveau. Warm en subtiel zijn ook de klanken van All Blues, de melodieuze variatie is van hoog niveau, net als de solo’s van saxofonisten John Coltrane en Cannonball Adderley. Hoe toegankelijk de muziek ook klinkt, de complexiteit ligt in het innoverende, de improvisaties die elke muzikant toevoegt aan het geheel. En juist het geheel van deze muzikanten, op het perfecte moment bijeen gebracht en op hun hoogtepunt van kunnen, maakt waarom Kind of Blue als het ultieme meesterwerk van de jaren 50 en één van de topstukken uit de jazz mag worden beschouwd. . Het zou het beginpunt vormen van de definitieve verandering van de jazz, waar de improvisaties en verandering in akkoorden een steeds belangrijker onderdeel begonnen te vormen van het totale geluid.

Over Hugo van den Bos

Hugo van den Bos
Als muziek- en vinylliefhebber ontwikkelde ik in 2011 de site Platendraaier, om een overzichtelijk platform te bieden met informatie over platenbeurzen, platenzaken en bijzondere hoezen. In de loop van de jaren zijn hier diverse onderdelen bijgekomen zoals een concertagenda, een lijst van poppodia en een overzicht van verschenen muziekdocumentaires. Eind 2013 startte ik de muziekblog, waarop door mij geschreven albumrecensies, concertverslagen, muzieklijstjes en artikelen over platenzaken te vinden zijn. Andere activiteiten: ontwerpen en programmeren van websites, backpacken door verre oorden, bekijken van complexe films, actief meedenken bij tv quizzen, kilometers vreten op de mountainbike en als wandelaar, drinken van kwaliteitskoffie, smikkelen van de binnen- en buitenlandse keuken en genieten van speciaalbieren.

Lees ook eens

Top 5 muziekdocumentaires uit 2016

Top 5 muziekdocumentaires uit 2016

Muziekdocumentaires maken sinds begin deze eeuw een steeds groter deel uit van het jaarlijkse filmaanbod. …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *